Freddy Maertens: “Kaars gebrand voor Raymond Poulidor”

Een foto na de Tour van 1976: Joop Zoetemelk (2de), Lucien Van Impe (gele trui), Freddy Maertens (groene trui), Enrique Martinez (witte trui) en Raymond Poulidor (3de). © belga
Olivier Neese

Ook Freddy Maertens reageert bedroefd op het overlijden van Raymond Poulidor (83). “Een heel groot renner, en vooral een man die zacht van hard was.”

De carrières van Raymond Poulidor (1960-1977) en Freddy Maertens (1972-1987) kruisten elkaar maar enkele jaren. “Toch heb ik Poulidor zeer goed gekend”, reageert Freddy Maertens op het overlijden van ‘Poupou’. “Bij elke bijeenkomst van de renners of evenementen van de Ronde van Frankrijk kwam ik hem tegen. Urenlang konden we praten en herinneringen ophalen. Dit jaar ben ik hem niet tegengekomen. Van collega’s hoorde ik dat het niet goed met hem ging en dat het allicht niet lang meer zou duren… Toen ik zijn overlijden vanmorgen van een Franse vriend vernam, heb ik meteen een kaars voor hem gebrand.”

Leeuwtje voor kleindochter

De laatste jaren kwamen de twee elkaar vooral tegen in de Tourkaravaan. Hoewel hij nooit een dag de gele trui droeg, was Poulidor in de Tour het uithangbord van Crédit Lyonnais, de sponsor van de gele trui. “Twee jaar geleden heb ik eindelijk mijn leeuwtje van hem gekregen”, lacht Freddy Maertens. “Alle gewezen gele truidragers moesten enkele jaren geleden hun handtekening zetten op een heel grote gele trui. We kregen een leeuwtje in onze handen geduwd om mee te poseren, maar na het fotomoment moesten we die terug afgeven. Een jaar later moest ik weer een handtekening op een trui zetten. Tegen Poulidor heb ik toen gezegd dat hij zijn leeuwtje niet meer terug zou zien. Het was een handtekening én een leeuwtje of niets. Ik wou absoluut zo’n leeuwtje voor mijn kleindochter.”

“Van Poulidor kreeg ik recent nog een boek van de Tour de France, in braille. Een zeer uniek exemplaar, die ik bezorgd heb aan KOERS, het wielermuseum van Roeselare.”

Tegen Merckx ingaan

Hoewel Raymond Poulidor 189 profkoersen won, kreeg hij toch de bijnaam ‘De Eeuwige Tweede’. “Poulidor was een zeer grote renner. Hij kon alles, behalve sprinten. Bovenal bleef hij een zeer gewone man. Zacht van hart. Altijd klaar om een ander te helpen. En iemand die durfde in te gaan tegen Eddy Merckx. Poulidor zou tegen Merckx durven te zeggen: waarom rij je nu nog met je koersfiets? Waarom neem je nog zulke risico’s? Wat heb je nog te bewijzen? Dat zou ik niet durven…”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.