Dirk Ongenae was 19 (!) jaar jonger dan zijn broer Marcel, die ook koerste en in 2014 op 80-jarige leeftijd overleed. De oudste was niet bepaald een steun en toeverlaat voor het nakomertje, dat men aanmaande: "Je wordt nooit coureur als je naar jouw broer luistert, maar wel als je je vader Karel als vertrouwensman behoudt." Dirk deed dat laatste en inderdaad: hij werd van meet af aan een veelwinnaar. Hij opende in 1969 met negen overwinningen bij de nieuwelingen, een zegecijfer dat hij verdubbelde in 1970 en waaraan hij na zijn 17de verjaardag op 19 augustus nog vijf overwinningen als neojunior toevoegde. Als junior behaalde Dirk in 1971 15 en in 1972 12 overwinningen, waarbij hij zich vooral revancheerde op de mislopen driekleur bij de nieuwelingen.
...

Dirk Ongenae was 19 (!) jaar jonger dan zijn broer Marcel, die ook koerste en in 2014 op 80-jarige leeftijd overleed. De oudste was niet bepaald een steun en toeverlaat voor het nakomertje, dat men aanmaande: "Je wordt nooit coureur als je naar jouw broer luistert, maar wel als je je vader Karel als vertrouwensman behoudt." Dirk deed dat laatste en inderdaad: hij werd van meet af aan een veelwinnaar. Hij opende in 1969 met negen overwinningen bij de nieuwelingen, een zegecijfer dat hij verdubbelde in 1970 en waaraan hij na zijn 17de verjaardag op 19 augustus nog vijf overwinningen als neojunior toevoegde. Als junior behaalde Dirk in 1971 15 en in 1972 12 overwinningen, waarbij hij zich vooral revancheerde op de mislopen driekleur bij de nieuwelingen."Dat was een allesbehalve aangekondigde kroniek", beklemtoont Dirk. "Het hele jaar door hard werken én doorgedreven trainen hadden mijn lichaam gesloopt en ik kreeg geelzucht, waarvan ik zo moe was dat ik amper uit mijn bed geraakte. Vooral Marcel sprak mij 'moed' in: iemand die geelzucht gehad heeft, kan geen coureur meer worden, beweerde hij. In principe kon hij gelijk hebben, maar zoiets zeg je toch niet tegen je klein broertje? Ik zette zijn pijnlijke woorden in adrenaline om. Ik kwam er gaandeweg door met vele liters karnemelk die mijn lever ontgiftten. Ik kwam weer op kracht en werd het trainingsbeest van weleer dat soms 120 km snelheid maakte achter de brommer van Marcel, die op die manier zijn ongelijk toegaf." "Ik maakte mijn wederoptreden in juni en de overwinningen lieten niet lang op zich wachten. Tijdens het jaarlijks verlof stak ik nog een tandje bij en op 13 augustus stond ik op scherp voor het kampioenschap van België in Haacht. Ik voelde de trappers niet en wanneer ik een ontsnapping gemist had, reed ik er in mijn eentje naartoe. Zelfs een aflopende ketting kon mij niet stoppen. In een spurt met vijf haalde ik het van Ronan De Meyer, Wim Myngheer, Eric Vanhoecke en Willy Sprangers."Dirk trok als liefhebber de fraaie lijn door met zeven overwinningen in 1973, tien in 1974 en elf in 1976 met een opmerkelijke acte de présence in de mooiste ééndagskoersen. De toen 22-jarige Zedelgemnaar was helemaal klaar voor de profs. Hij kwam terecht bij het wereldteam Flandria-Velda-West-Vlaams Vleesbedrijf met Marc Demeyer, Freddy Maertens, Michel Pollentier en Herman Vanspringel als coryfeeën en met Lomme Driessens als ploegleider. Hoe zou Dirk tussen die reuzen zijn weg vinden? Beter dan hij zich in zijn stoutste dromen had voorgesteld."Ik maakte mijn debuut in de Ronde van Andalusië (nu Ruta del Sol, red.) en dat viel reuze mee. In de pikorde stond dorpsgenoot Daniël Verplancke boven mij, maar Herman Vanspringel maande mij aan om mijn eigen kans te gaan. Ik stelde hem niet teleur en won drie van de acht ritten waarbij ik onder anderen Gerben Karstens (die de eerste vier ritten won), Eddy Peelman, Jan Raas, Piet van Katwijk... over de knie legde.""Aangezien ik bijzonder gedijde op Spaanse bodem was ik al meteen geselecteerd voor de Vuelta. De eerste anderhalve week verliep schoorvoetend, maar daarna kwam ik op kruissnelheid met in Palencia een dagzege, die ik zes dagen later op de slotdag in San Sebastian overdeed. Ik leek vertrokken voor een mooi bestaan als bolide, maar de Vuelta werd zowaar het begin van mijn einde als coureur. Ondanks mijn successen werd ik van thuis uit tegengewerkt. Mijn eerste echtgenote was geen koersvrouw en wilde niet begrijpen dat ik zoveel moest trainen. Op de duur ga je mee in dat verhaal en de moed zonk mij in de schoenen. Ik had beter moeten weten..." Dirk reed in dat aanvankelijk gezegende 1976 ook de Zesdaagse van Gent met de inmiddels overleden Brit Paul Medhurst, met wie hij achtste werd op 27 ronden van de winnende Australiërs Danny Clark-Donald Allan.Toch kreeg Dirk Ongenae zijn leven mooi op de rails. Hij ging aan de slag als gasfitter voor Electrabel Kortrijk. "Het was de job van mijn leven", juicht Dirk. "Hele dagen buiten en onder de mensen was helemaal mijn ding. In de fabriek zou ik weggekwijnd zijn." Bovenal is hij familiaal gelukkig met zijn 39-jarige zoon Wesley en zijn twee dochters uit zijn tweede huwelijk. Vandaag stapt hij vrolijk door het leven aan de zijde van zijn - derde keer, goede keer - partner Andrea, de zus van atleet Marnix Goegebeur. (BCA)