De mooiste koersherinneringen van Jan David: “Merckx in onze living”

(foto JM)
Jan Maeseele
Jan Maeseele Medewerker KW

Op vrijdag 17 september neemt het Feest- en Sportcomité, na het coronajaar, opnieuw de draad op van Koolskamp Koers. Erekoers-directeur Jan David is een levende encyclopedie van dit gebeuren. “Voor onze deur was het drummen om een glimp van Merckx op te vangen”

Al zijn hele leven beleeft Jan David de koers vanop de eerste rij. Als kleine jongen ging hij aan de hand van vader Jules naar die ‘zotte meneren’ kijken die hier luid aangemoedigd rondfietsten. Als lid van het organiserende comité was hij later een bevoorrecht getuige van de hoogdagen van het Kampioenschap. Vanuit zijn zetel in het woon-zorgcentrum Hardoy zal hij het gebeuren nu volgen op televisie. Wij zochten Jan op om samen enkele herinneringen op te halen aan Koolskamp Koers.

Jan David heeft altijd een hart voor de koers gehad. “In 1957 verzorgde ik samen met kapper Adhemar Vandewalle het nieuws voor de Weekbode. Daar behoorde ook het koersgebeuren toe. De koers heeft me altijd geboeid. Toevallig werd ik ook speaker. Op een koers in Ardooie duwde men mij de microfoon in handen. Aanvankelijk kende ik geen enkele renner, maar ik kon mijn plan trekken. Later ben ik ook zeven jaar speaker geweest op Koolskamp Koers, na het overlijden van Jef Lisabeth.”

Vanaf 1967 zette Jan David zich ook in voor het Feest- en Sportcomité. “Als jonggehuwden woonden Francine en ik eerst bij mijn ouders in de Zwevezeelsestraat. We verhuisden naar Brugge, maar in mijn hart bleef ik een Koolskampenaar. Wij konden snel terugkeren naar het dorp waar ik opgroeide, meer bepaald naar een huisje op het Dorpsplein. Wij werden er de buren van meester Alfé De Jonghe. Samen met zijn broer Raf was hij actief binnen het Feest- en Sportcomité. Mijn interesse voor koers én het goede buurtschap zetten me op weg om mij te engageren voor Koolskamp Koers”, vertelt Jan David.

Jan werd postoverste in de Ardooisestraat. Later deed hij de microreportage en werd hij koersdirecteur. Samen met Wilfried De Jonghe koestert hij veel mooie koersmomenten.

Monument

Vooral aan het ‘Merckxiaanse tijdperk’ bewaart Jan mooie herinneringen. “In 1965 kwam Eddy Merckx voor het eerst naar Koolskamp. In 1966 kleedde hij zich om bij mijn ouders. Omdat hij het jaar daarop kampioen van België was, oordeelde het Feest- en Sportcomité dat hij een kleedkamer met een bad verdiende. Bij mijn ouders lukte dat niet en dus kwam Eddy zich bij ons thuis klaarmaken en achteraf verfrissen. En hij bleef komen tot in 1976. Doorgaans bracht hij zijn hele ploeg mee. Van in het salon tot in de slaapkamers zaten de renners verspreid. Een waakzaam oog van diëtisten was er niet. Daarom werd er voor de koers steevast een taart aangesneden en na de koers was de bak trappist doorgaans leeg.”

Ik ben blij dat een jonge generatie de koers nog altijd in het hart draagt

Velen kwamen naar Koolskamp om er Merckx en zijn ploeg te zien. “Voor onze deur was het dan ook drummen om een glimp van de kampioen op te vangen. Ooit ben ik zelfs eens onder politiebegeleiding mijn eigen huis moeten betreden want men liet me niet door”, glimlacht Jan.

Door het gastvrije onthaal bij de familie David ontstond er een goede band tussen Eddy Merckx en de familie David. “Regelmatig schreven we elkaar. En toen hij zeventig was, stuurde ik een foto op naar een krant van de hele ploeg bij ons thuis. Het leverde me een ontmoeting op met Eddy Merckx in het Ronde Van Vlaanderen Centrum in Oudenaarde. Het was een blij weerzien, ook voor Francine en Eva, die als elf maanden oude kleuter op de schoot van Eddy zat.”

Jan David blikt fier terug op wat hij samen met generatiegenoten mocht helpen organiseren in Koolskamp. Maar de tijden zijn veranderd, de koers is veranderd en Koolskamp is veranderd. “Het volkse is wat weg. Destijds reden we in voorbereiding van de koers de hele streek af met twee microwagens om publiek te ronselen. Nu is er de televisie, die commercieel belangrijk is. Maar ik ben blij dat een jonge generatie de koers nog altijd in het hart draagt en voor het voortbestaan van dit wielermonument zorgt”, besluit de ere-ondervoorzitter.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.