2010: Debuut na motorcrossloopbaan

"Ik startte pas als tweedejaarsnieuweling bij het No Limit Team van trainer Stefaan Depaepe. Voordien was ik motorcrosser. De koerswereld was volledig nieuw voor mij. Ik moest alles ontdekken, van materiaal over trainingsaanpak tot voeding. In mijn eerste koersen had ik het lastig. Na vijf, zes ronden zat mijn wedstrijd er vaak op. Maar op het einde van het seizoen was er al beterschap merkbaar."
...

"Ik startte pas als tweedejaarsnieuweling bij het No Limit Team van trainer Stefaan Depaepe. Voordien was ik motorcrosser. De koerswereld was volledig nieuw voor mij. Ik moest alles ontdekken, van materiaal over trainingsaanpak tot voeding. In mijn eerste koersen had ik het lastig. Na vijf, zes ronden zat mijn wedstrijd er vaak op. Maar op het einde van het seizoen was er al beterschap merkbaar.""Als eerstejaarsjunior was het voor mij van nul herbeginnen. Ik reed louter kermiskoersen. In de beginfase van het seizoen was het weer afzien. Gaandeweg werd ik beter, met nu en dan al een plaats tussen tien en vijftien. Ploegleider Franco Heyse lijfde me vervolgens in bij Balen BC.""Ik kon voor het eerst proeven van interclubs. Ik maakte progressie en liet met een vijfde plaats op het BK een eerste uitschieter noteren. Dat jaar werd ik ook derde in een kermiskoers. Maar belangrijker was dat ik me kon onderscheiden in Oostenrijk. Toen al was duidelijk dat lastige wedstrijden me het best liggen.""Ik had het moeilijk gehad om een belofteploeg te vinden, maar bij Bofrost kwam ik in een rustige omgeving terecht. Het was ook mijn eerste jaar aan de hogeschool. Als eerstejaarsbelofte was het andermaal zoeken. Maar na de zomerperiode verging het me steeds beter. Ik kon met veel 'moral' de winter ingaan.""Ik kon in mijn tweede seizoen als belofte weer een stapje vooruit zetten. Onder meer op de beklimmingen in de Jura liet ik me opmerken. Het was voldoende om een plaatsje af te dwingen bij VL Technics-Experza-Abutriek van ploegleider Rudy Vandenheede.""VL Technics-Experza-Abutriek was zonder meer de ideale ploeg om weer te groeien. In Franse rittenkoersen was ik goed voor plaatsen tussen 15 en 20. Ik beleefde een regelmatig seizoen. Voor het eerst stond ik er ook vanaf het voorjaar. Als laatstejaarsstudent had ik al wat meer tijd om te trainen en te rusten. Ik wist dat ik na mijn hogere studie nog een ruime groeimarge zou hebben.""Ik werd meteen clubkampioen en in Franse rittenkoersen eindigde ik rond de achtste tot tiende plaats. Het leverde me een stagecontract op bij Veranda's Willems-Crelan. Ik miste mijn debuut bij de grote jongens niet, want ik werd zevende in de GP Jef Scherens. Dat resultaat toonde weer aan dat ik na de zomer op mijn best ben. Die geslaagde passage bij de grote jongens gaf me een boost. Ik zou er nog meer voor doen in de winter.""Vorig jaar heb ik meer dan één kaap genomen. Ik boekte in Bury mijn eerste zege ooit, maar ook en vooral mijn eindzege in de Topcompetitie was het bewijs van mijn progressie. Waar was de tijd dat ik als jonge belofte blij was dat ik de GP Criquielion kon uitrijden. Nu was ik ontgoocheld dat ik die wedstrijd niet won. Als renner wil je altijd meer. Ik was als jonge renner geen topper, maar door steeds harder en professioneler te trainen heb ik gestaag opgang gemaakt. Voor het tweede jaar op rij had ik gehoopt om prof te kunnen worden. Ik had het even moeilijk in het najaar. Op mijn leeftijd wil ik toch stilaan wat financiële zekerheid. Ik heb uiteindelijk de knop omgedraaid en weer alles op de koers gezet.""Bij mijn nieuwe team zit ik goed. Bedoeling is dat BEAT Cycling Club op termijn een profploeg wordt. Zowel qua materiaal als staf zit het nu al snor. De ploeg gelooft in mij. We rijden bovendien een uitdagend programma, met een reeks 1.1-koersen in België. Als ik weer wat sterker voor de dag kan komen, ziet het er goed uit. Dankzij mensen als Kevin Hulsmans en Johan Molly hebben de profploegen nu mijn nummer. Ik blijf gaan voor een contract." (MVH)