Het scheelde geen haar of we hadden dit artikel niet geschreven, want de Ronde van Vlaanderen hing in 1919 aan een zijden draadje. Als het van organisator Karel Van Wijnendaele had afgehangen, zou er pas een jaar later opnieuw aangeknoopt worden met de wielerwedstrijd, want na 11 november 1918 waren 59 dorpen en steden in West-Vlaanderen volledig van de kaart geveegd en 32 grotendeels vernield. Er waren bijna geen fietsen meer - die waren in beslag genomen door de Duitsers - zo goed als alle wegen waren kapot en tal van renners waren gesneuveld of gestopt, waardoor er op 23 maart 1919 slechts 47 deelnemers waren. Dat vertelt Patrick Cornillie, journalist, wielerhistoricus en auteur van tal van boeken en fietsgidsen. "Karel Van Wijnendaele, woonachtig in Torhout, besefte maar al te goed hoe de wegen erbij lagen. Zijn compagnon Léon van den Haute - ze waren met twee die de Ronde organiseerden - woonde in Gent en drong aan om de wedstrijd toch te organiseren. Er werd gestart in Gent en de aankomst lag in de velodroom in Gentbrugge, een van de weinige die nog bestond, want al de rest was op einde van de oorlog opgestookt als brandhout."
...