"De sprint is niet mijn favoriete onderdeel van de koers", lacht hij. "Meestal probeer ik iets te forceren door aan te vallen, maar dat is heel moeilijk. Mijn trainer vraagt mij wekelijks om toch een vijftal keer te demarreren, maar het is aartsmoeilijk. Het...

"De sprint is niet mijn favoriete onderdeel van de koers", lacht hij. "Meestal probeer ik iets te forceren door aan te vallen, maar dat is heel moeilijk. Mijn trainer vraagt mij wekelijks om toch een vijftal keer te demarreren, maar het is aartsmoeilijk. Het is ook nog maar mijn eerste jaar bij de aspiranten en ik leer nog iedere week bij. Het is toch oppassen omdat niet iedereen even handig is op de fiets en er soms nog wel eens gelaveerd wordt van links naar rechts en terug. Maar schrik heb ik niet. Als ik mijn schouder of elleboog moet gebruiken, dan doe ik dat."Een week later stond de wedstrijd van Hooglede op het programma en daar werd Bengt 15de op zeven seconden van de leidersgroep. Zijn beste prestatie was 14 dagen geleden in Reningelst, waar hij in de kopgroep zat en achtste werd. "Het gaat inderdaad de goede weg op, maar ik ben er mij van bewust dat er nog wat power in de benen moet komen om mee te kunnen met de allerbesten. Ik heb zeker nog één doel dit jaar en dat is de aspirantenwedstrijd in Beernem, mijn thuishaven. Daar wil ik aan vrienden en familie eens laten zien waar ik sta. Hopelijk wordt het een feestje", besluit Bengt met een grijns op zijn gezicht. (GD)