Dit weekend strijden de veldrijders op het strand van Sint-Anneke voor de titel van Belgisch kampioen. Zaterdagnamiddag is het aan de dames om uit te maken wie een jaar lang in de nationale driekleur mag rond rijden. Sanne Cant is straks de uitgesproken favoriete, maar van West-Vlaamse kant is het vooral uitkijken naar de prestatie van Axelle Bellaert. Al tempert ze zelf de verwachtingen, na een eerder moeizaam seizoen. 2019 is niet meteen het jaar geworden dat we verwacht hadden van Axelle Bellaert. Het begin was nochtans veelbelovend. Op het BK in Kruibeke bolde de 22-jarige veldrijdster als zevende over de meet, goed voor de titel bij de dames beloften. Een onverhoopt resultaat en het zorgde ervoor dat de sympathieke Bellaert tot tranen toe bewogen ...

Dit weekend strijden de veldrijders op het strand van Sint-Anneke voor de titel van Belgisch kampioen. Zaterdagnamiddag is het aan de dames om uit te maken wie een jaar lang in de nationale driekleur mag rond rijden. Sanne Cant is straks de uitgesproken favoriete, maar van West-Vlaamse kant is het vooral uitkijken naar de prestatie van Axelle Bellaert. Al tempert ze zelf de verwachtingen, na een eerder moeizaam seizoen. 2019 is niet meteen het jaar geworden dat we verwacht hadden van Axelle Bellaert. Het begin was nochtans veelbelovend. Op het BK in Kruibeke bolde de 22-jarige veldrijdster als zevende over de meet, goed voor de titel bij de dames beloften. Een onverhoopt resultaat en het zorgde ervoor dat de sympathieke Bellaert tot tranen toe bewogen was."Dat was inderdaad een mooi moment en ik blik er nog steeds met trots op terug", vertelt Axelle. "Vooral de eerste week nadien was apart. Iedereen komt je proficiat wensen. Dat voelde een beetje onwennig aan, want het is niet iets waar ik graag mee uitpak. Ik blijf daar liever bescheiden bij. Het is wel jammer dat ik de trui nooit in cross mocht dragen. Dat had het nog wat specialer gemaakt."Na haar nationale titel mocht de renster uit Stalhille nog mee naar enkele Wereldbekermanches en sleepte ze een selectie voor het wereldkampioenschap bij de beloftes in de wacht. Dan ben je vertrokken voor een mooie carrière, denk je dan, maar het huidige seizoen gaat het een tikkeltje moeizamer. "Goh... Echt goed is het zeker niet, maar ik zou het nu ook niet dramatisch noemen. Als ik bedenk hoe ik deze zomer getraind heb, kan ik eigenlijk niet klagen over mijn resultaten. Ik wil er niet te uitgebreid over uitweiden, maar ik heb er niet echt voor geleefd zoals het hoorde. Mijn kopke stond niet altijd naar de koers. Mijn grootvader die ziek werd, de drukte op het werk... Vanaf september was het een beetje sukkelen met mezelf. De verhoopte resultaten volgden niet meteen en de motivatie was een beetje weg. En dan gaan ook de mensen langs de kant al snel aan het roddelen. Blijkbaar zou ik aan mijn laatste maanden bezig zijn. Dan weten zij meer dan ik. (lacht) Maar dat is niet leuk om te horen en laat het duidelijk zijn: ik denk er niet aan om te stoppen. Mentaal gaat het weer beter en ik heb nu al zin in volgend seizoen."Ook het veranderen van ploeg heeft Bellaert duidelijk deugd gedaan. Na enkele jaren onder de vleugels van Geert Wellens trok ze afgelopen zomer naar het Proximus-Alphamotorhomes CT. "We zijn als goede vrienden uit elkaar gegaan. Vondelmolen richt zich meer op de jeugd en aangezien ik nu elite ben geworden, vond ik het tijd voor iets nieuws. Ik voel me echt uitstekend bij mijn nieuwe team. Ik kom goed overeen met de andere meisjes en vind het ook leuk dat er jongens in de ploeg zitten. Die zorgen dat de sfeer er altijd in blijft. Bovendien, en dat is wel belangrijk, gaan ze me niet met de vinger wijzen als ik eens minder presteer. Ze zullen wel zeggen dat het niet schitterend was, maar ze zullen me niet afbreken. Ze zullen me eerder motiveren om de volgende keer beter te doen. En ik denk dat ik dat wel nodig had."Hoewel het de positieve kant opgaat, trekt Bellaert toch met bescheiden ambities naar het BK van zaterdag in Antwerpen. "Zand is niet echt mijn ding", grijnst Axelle. "Het is moeilijk om er vooraf een plaats op te kleven. Dat hangt ook wat af van de dames die voor mij eindigen. Al denk ik wel dat ik met een stekje bij de eerste tien sowieso tevreden zal zijn. En daarna? Gewoon mijn seizoen uitdoen en er het beste van maken. Zolang is het niet meer hé. En dan is het opnieuw uitkijken naar de volgende winter. Stoppen staat nog niet in mijn agenda", besluit de beloftevolle West-Vlaamse uit het noorden van de provincie. (BVS)