Arno Debeir na rampjaar 2020: “Ik ben klaar voor de competitie”

Arno Debeir hoopt zo vlug mogelijk opnieuw in competitie te kunnen treden.© Foto Coghe
Arno Debeir hoopt zo vlug mogelijk opnieuw in competitie te kunnen treden.© Foto Coghe
Redactie KW

Jeugdrenners zitten nog minstens tot 17 mei op hun koershonger. Arno Debeir (21) nog meer dan anderen. De belofte uit Torhout maakte eind 2019 de switch van het veld naar de weg en kwam in 2020 aan amper zes koersdagen. Door de coronacrisis én een armbreuk.

Eind 2019 liep de overeenkomst van Arno Debeir bij veldritploeg Pauwels Sauzen-Bingoal af. Teammanager Jurgen Mettepenningen kwam niet met een nieuw voorstel aandraven. “Begrijpelijk, want mijn resultaten waren niet goed”, blikt Arno terug. “Twee opties dus: stoppen of een ander pad bewandelen. Omdat veel mensen mij lieten verstaan dat ze het jammer zouden vinden indien ik afhaakte, besliste ik het te proberen op de weg. Een ploeg vinden was niet evident, want alles zat vol. Rudy Vandenheede had nog een plaatsje. Was ik heel blij mee, want van alle belofteteams rijdt hij één van de mooiste programma’s.”

Aangereden op training

Met koersen in Frankrijk, Spanje en Italië, waar het accent op het klimwerk ligt. Met zestig kilogram voor 1m80 lijkt Arno Debeir geboren voor dat werk. Alleen kende hij eind mei 2020 pech. “Op 28 mei werd ik tijdens een training aangereden”, zucht de pion van het Basso Team Flanders. “Twee botten in mijn linkerarm waren volledig af. Een maand voor de oefenkoersen begonnen. Mijn arm stak eerst zes weken in het gips. De Ronde van de Isard half september was mijn eerste koers.”

Arno deed het niet onaardig in deze vierdaagse die door onze landgenoot Xandres Vervloesem, intussen neoprof bij Lotto-Soudal, gewonnen werd. Debeir gaf in de Franse rittenkoers 9’40 toe op de eindlaureaat. “Op de topploegen verloor ik al anderhalve minuut in de ploegentijdrit”, verduidelijkt Arno. “Wij kwamen met gewone fietsen aan de start, de andere teams met tijdritfietsen. Ik voelde dat er meer instak, maar ik kwam koersritme te kort. Nadien heb ik ook nog de Ronde van Lombardije voor beloften kunnen rijden, maar daar kwam ik in een tunnel ten val. De schaafwonden hinderden mij zodanig dat ik voor het Belgisch kampioenschap in Lokeren forfait gaf.”

De pech bleef dus duren. In zijn laatste beloftenjaar moet dat keren. Uiteraard droomt Arno van een overstap naar de profs. De student toegepaste informatica – hij moet nog een stage afhaspelen en een bachelorproef maken – hoopt snel in competitie te kunnen komen. Vermoedelijk zal hij op zondag 9 mei de Ardense Pijl rijden. “Met de volledige ploeg verkenden we vorige week zondag het vernieuwde parcours van deze 1.2-wedstrijd”, vertelt Arno. “Start en aankomst liggen in Stavelot. Het parcours lijkt veel op dat van Luik-Bastenaken-Luik. Een lastige klim maakt de afsluitende lokale ronde heel moeilijk.”

Selectie

“Ik hoop dat ik de selectie haal, maar eigenlijk maakt het mij niet uit. Even graag zou ik aan de start komen van een kermiskoers in Wijnendale. Als ik maar kan koersen, want dat is intussen lang geleden. Trainer Marc Hemeryck deed me meer volume trainen. Dat voelt goed. Ik denk dat ik klaar ben voor het moment dat de competitie mag starten.” (HF)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.