Op het WK van 2018 werd ze 28ste, op het EK van dat jaar negende, terwijl ze in 2017 nog naar zilver reed in Denemarken. Dit jaar moest ze, na vijf jaar onafgebroken de Belgische titel in het tijdrijden, zelfs de driekleur afstaan aan Lotte Kopecky, wel was er nog het zilver in de wegrit.

"Ik heb nog altijd niet dat goede gevoel te pakken", zegt ze. "Het blijft zoeken. Ik heb mijn best gedaan, alles gegeven, me kapot gereden tot aan de meet, maar die goede vorm is er niet en dan volgt er ook geen goed resultaat. Ik heb jarenlang altijd kunnen werken vanuit een basisconditie naar een bepaalde vorm, die piek gezocht en gevonden, maar sinds het EK vorig jaar in Glasgow lukte me dat niet meer."

"Ik sukkel ook al een gans voorjaar met mijn gezondheid en dat heeft een grote impact gehad op mij. In de BeneLadies Tour (midden juli) kwam ik dan ten val en beter ben ik daar ook nog niet van geworden. Een tijdrit liegt niet. De conditie van de dag speelt een grote rol, en heb je dan een topdag, dan kan je een goed resultaat rijden, maar dat zat er niet in vandaag."

"Ik voel dat ik progressie maak, maar het zijn kleine stapjes en op dit EK was het nog niet goed genoeg", eindigt ze. "Hopelijk maak ik verder progressie, ik blijf alleszins hard werken en ik hoop dat het nu de positieve kant uitgaat. Het WK? Ik blijf werken, we zien wel. De Olympische Spelen? Natuurlijk wil ik daar bij zijn, dat is voor iedere atleet het allerhoogste. Ik wil er graag naar toe en ik wil daar ook een goed resultaat neerzetten. Stap voor stap."

(BELGA)