Voorzitter Urbain Vanhaecke is al meer dan 50 jaar lid van KFC Sint-Joris Sportief (4B)

Urbain Vanhaecke, in zijn onafscheidelijke trainingsvest van Sint-Joris, keerde samen met toenmalig T1 Yvan Bellaert nog één keer terug naar het Galgeveld, waar ze samen meer dan tien jaar lief en leed deelden. (foto JPV)
Urbain Vanhaecke, in zijn onafscheidelijke trainingsvest van Sint-Joris, keerde samen met toenmalig T1 Yvan Bellaert nog één keer terug naar het Galgeveld, waar ze samen meer dan tien jaar lief en leed deelden. (foto JPV)
Redactie KW

De bal rolt niet meer in het provinciale voetbal. Trainers, spelers, supporters en bestuursleden snakken naar het nieuwe kampioenschap, dat hopelijk een normaal verloop zal kennen. In afwachting plaatsen we monumenten in de kijker: noeste werkers die al tientallen jaren alles over hebben voor hun club en er nog steeds dag en nacht mee bezig zijn.

We herinneren ons levendig de vorige eeuw op het Galgeveld. Voorzitter Freddy Demeyere zat aan de inkom. T1 Yvan Bellaert brulde voor zijn dug-out. Urbain Vanhaecke nestelde zich naast het hokje. Bij elk schot van één van zijn jongens trapte hij mee.

Urbain, hoe evolueerde jouw voetbalpassie?

“Mijn hele leven stond in het teken van Sint-Joris. Door blessures moest ik zelf heel vroeg de schoenen aan de haak hangen. Toenmalig voorzitter Henri Debaets loodste mij toen het bestuur binnen. Gedurende 40 competities vervulde ik de taak van afgevaardigde. De zomer van 2010 blijft evenwel nazinderen. Op de vooravond van de officiële opening van ons nieuwe complex Overleie haalden we onze deadline. Alle schikkingen waren getroffen, alle uitnodigingen verstuurd. We maakten nog een laatste rondje op het terrein en Freddy Demeyere fietste na afloop huiswaarts. Diezelfde nacht overleed onze preses, totaal onverwacht. Alles moest worden afgelast, een gloriemoment werd er één vol droefenis. Zelf nam ik de fakkel over. Op 22 december 2010 vierden we dan toch de officiële opening van Overleie, met Freddy in onze gedachten. Elf jaar later vertoef ik nog steeds minstens drie dagen per week binnen de accommodatie. Er valt altijd wel iets op te knappen.”

Wat waren doorheen al die jaren de mooiste momenten?

“We werden kampioen in 2015, na winst in Doomkerke. Vijf jaar eerder loodsten we onze juniores naar de eerste ploeg. Zij lagen aan de basis van de promotie. Op zo’n momenten leef je in euforie. Het jaar nadien zakten we opnieuw, mede door blessurelast. Twee competities later bereikten we opnieuw derde provinciale, via de nacompetitie. Peter Van Quathem, onze huidige coach, was toen al T1. Wanneer het kampioenschap werd afgebroken wegens corona moesten we nog tegen alle staartploegen aantreden. Die duels vielen weg en wij buitelden alweer naar de laagste reeks. Maar mijn allermooiste herinnering situeert zich in augustus 2017, gedurende onze fandag, net op het moment dat ik 50 jaar lid was van Sint-Joris. Jij zat ook in het complot en loodste me mee naar een kleedkamer voor een interview. Toen ik buitenkwam, stonden het voltallige bestuur van de Brugse Verstandhouding, leden van het Provinciaal Comité, schepenen, de voorzitter van de Sportraad, al mijn ploegen en familie te applaudisseren om mij te vieren. Wat toen door mijn lijf ging, kan ik nog altijd niet beschrijven.”

We moeten het ook hebben over de treurige zaken…

“De dood van Freddy Demeyere blijft nazinderen, maar nog steeds houden we die prachtmens in gedachten, op en naast het veld. Daarnaast voelde ik me ellendig bij de twee degradaties. Derde provinciale moeten verlaten, heeft me telkens pijn gedaan.”

Streven naar progressie, is jouw passie. Hoe ver wil je daarin gaan?

“We zullen altijd bescheidenheid koesteren. Het blijft mijn droom een vaste waarde te worden in de hogere reeks. Verder hoop ik dat onze jongens opnieuw doorstromen. Mijn medebestuursleden verrichten subliem werk, zowel voor ons vlaggenschip als voor onze jeugd. Nu worden we echter geconfronteerd met een raar fenomeen. We vinden geen oefenmeesters meer voor onze jongeren. Zij die zich toch geroepen voelen, zullen warm verwelkomd worden.”

Denk je al aan opvolging?

“Neen, geen moment! Weliswaar zit ik al op tram zeven, maar ik kan al onze schitterende medewerkers niet in de steek laten. Trouwens, we bestaan nu 75 jaar maar moeten het feest uitstellen. We mikken op 2022. Ik probeer iedereen te helpen, ook onze tegenstrevers. Als ondervoorzitter van het Provinciaal Comité ga ik vooral terreinen keuren. Iedereen knikt me vriendelijk toe. Mensen plezier doen, maakt mij gelukkig.”

(JPV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.