“Nergens waar ik al speelde lag het niveau op training hoger dan hier

Damien Marcq: "Als je in de Ligue 1 geen club uit de top zeven vindt, speel je bijna automatisch om het behoud." (Foto Essevee/Karl Holvoet)
Tom Van Houtte

Ze zijn niet dik gezaaid, de voetballers die de oorzaak voor een mislukte transfer bij zichzelf zoeken en niet bij een trainer die hen niet moest. Damien Marcq, nieuwe middenvelder van SV Zulte Waregem, is in wel meer opzichten een uitzondering. “Na een sterk tweede seizoen bij Charleroi werd ik hier en daar aangemoedigd om terug te keren naar de Ligue 1. Waarom zou ik?”

Wees niet verbaasd als je Damien Marcq, nadat hij dinsdag al noodgedwongen de thuiswedstrijd tegen Standard miste, ook niet ziet opduiken in de selectie voor Waasland-Beveren. De langverwachte bressendichter op het middenveld van Zulte Waregem incasseerde op KV Mechelen een trap, die resulteerde in een verstuikte enkel, waardoor hij twijfelachtig is voor de trip naar de Freethiel.

Wat kun jij, eens opnieuw fit, deze ploeg bijbrengen?

Damien Marcq: “De coach, die me blijkbaar al vier tot vijf jaar volgt, verwacht dat ik speel zoals bij Charleroi. In eerste instantie is dat de druk op de verdediging verlichten en mee voor een vlottere transitie zorgen tussen verdediging en aanval, waar we genoeg kwaliteit hebben lopen.”

Ik las onlangs een zin die je kwaliteiten misschien wel perfect samenvat: ‘Marcq is een middenvelder die denkt als een verdediger’.

“Bij Boulogne werd ik geschoold als centrale verdediger. Tot Philippe Montanier, trainer van de A-kern, vond dat hij genoeg valabele alternatieven had achteraan en me een rij opschoof. Misschien word ik ooit, met nog wat extra jaren op de teller, opnieuw achteruit getrokken, want die positie vereist toch minder loopwerk dan op het middenveld.”

Heb je zicht op wat hier voor Nieuwjaar verkeerd liep?

“Deze club was fysiek noch mentaal klaar voor een slopende competitie als de Europa League. Er kruipt veel energie in dat heen en weer reizen en als je op donderdagavond in Nice hebt gespeeld, lijkt het me niet gemakkelijk om je op zondagavond op te laden voor een duel tegen Lokeren, Beveren of Moeskroen. Ik ken genoeg Franse clubs en niet van de minsten die in het verleden ook in die val getrapt zijn.”

“En toch is dit Zulte Waregem geen club die naar onder moet kijken. Vanmorgen (vorige vrijdagmorgen, red.) was er een oefening op balbezit en ging het leer amper verloren. Nergens waar ik al speelde lag het niveau op training en dan vooral op technisch vlak hoger dan hier.”

Jij heet ook iemand te zijn die het tempo van je ploeg bepaalt. Dat ruikt naar een vergelijking met Sven Kums.

“Als je niet de snelste bent, is het handig om over die kwaliteit te beschikken. (lacht) Nadat ik bij Gent had getekend, kwam de naam Kums snel ter sprake, maar hij heeft meer offensieve feeling, terwijl ik in mezelf meer verdedigende kwaliteiten zie. Ik zou hoe dan ook blij zijn met het palmares van Sven.”

In de eerste seizoenshelft foeterde Francky Dury soms dat zijn spelers al eens een professionele fout moeten durven maken als de omstandigheden daar om vragen. Jij hebt daar minder moeite mee, vaak ten koste van geel.

“Ik noem dat nuttige fouten ten dienste van de creatieve spelers. Zij mogen hun gang gaan, zolang het maar punten oplevert. Ik zal wel voor dekking zorgen en corrigeren waar nodig, da’s mijn handelsmerk.”

“De vergelijking met Kums? Hij is meer offensief ingesteld, ik meer defensief”

Zulte Waregem eist de bal veel meer op dan Charleroi, dat op z’n best is als de tegenstander initiatief neemt. Vergt dat een aanpassing?

“Aangezien de bal hebben gevaarlijker is dan hem niet te hebben, zal ik mijn concentratie nog moeten opdrijven. Bal aan de voet voel je je soms zo machtig dat je denkt dat er niets kan gebeuren. Uitgerekend op dat moment toeslaan is een speelwijze die Charleroi tot in de kleinste details beheerst.”

De voorbije weken gaf je al meermaals aan dat jij faalde bij AA Gent, niet de trainers die je passeerden. Dat zijn we niet gewoon van een voetballer na een mislukte transfer.

“In augustus stond ik in de basis. Als ik uit de ploeg verdwenen ben, kan dat alleen betekenen dat mijn prestaties niet goed genoeg waren, al betreur ik wel dat Yves Vanderhaeghe me amper kansen gaf nadat hij overnam van Hein Vanhaezebrouck.”

Waarom kwam je in Gent maar niet boven water?

“Ik denk dat vooral de slechte competitiestart in mijn nadeel heeft gespeeld. We waren in het begin van het seizoen, na een voorbereiding met redelijk wat blessures en met internationals die zich pas laat bij de kern voegden, nog niet klaar.”

Zulte Waregem betaalde naar verluidt ongeveer 1 miljoen euro om je bij Gent weg te plukken, een clubrecord. Brengt dat extra druk met zich mee?

“Nu niet meer, vroeger wel. Toen ik op 21-jarige leeftijd van Boulogne naar Caen werd getransfereerd voor een heel mooie som (op de website Transfermarkt is er sprake van 3 miljoen euro, red.) spookte dat wel eens door mijn hoofd. Maar intussen heb ik zoveel ervaring opgebouwd zowel positief als negatief dat ik die bedragen van me kan afzetten.”

Als kind van Boulogne met ‘jouw’ club naar de Ligue 1 promoveren, was dat een droom die uitkwam?

“De mooiste ervaring was dat ik als aanvoerder met mijn team het Stade Vélodrome van Marseille en het Parc des Princes in Parijs mocht betreden. Op amper 20-jarige leeftijd weekte dat heel wat emoties los. Die periode heeft me ‘gekneed’ tot de voetballer die ik nu ben: misschien niet de grootste prater in de kleedkamer, maar wel iemand die altijd het voortouw neemt op het veld.”

Heb je Boulogne niet te vroeg verlaten? Zowel bij Caen als Dijon speelde je tegen de degradatie en uiteindelijk belandde je zelf ook in de Ligue 2, bij Sedan.

“Neen, want ik had het bij Boulogne allemaal meegemaakt: de promoties van derde naar tweede en naar eerste klasse, het aanvoerderschap… Wel besefte ik door die eerdere ervaringen dat ik, ondanks een beresterk tweede seizoen bij Charleroi waarin we voor het eerst play-off 1 speelden, beter niet terugkeerde naar Frankrijk. Hier en daar werd dat wel aangemoedigd, maar waarom? Als je in de Ligue 1 geen club uit de top zeven vindt, speel je bijna automatisch om het behoud.”

Bij Zulte Waregem is het nochtans niet anders nu.

“Ik bekijk liever het totaalplaatje. Deze club haalde de voorbije seizoenen meermaals de top zes en Europees voetbal. Dan heb je volgens mij de stabiliteit om een plek net onder Anderlecht, Club Brugge en Gent te claimen op gelijke hoogte van Standard, Oostende en Genk. Een minder jaar, dat kan elke club overkomen, maar volgend seizoen strijden we weer mee bovenaan het klassement. Zeker weten.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

‘Per toeval’ profvoetballer geworden

Marcq bracht zijn jeugdjaren door in Boulogne-sur-Mer, waar hij zich aansloot bij de plaatselijke club Union Sportive de Boulogne Côte d’Opale. “In mijn stad heb je geen specifieke sportschool of centre de formation. Ik behaalde mijn diploma van het middelbaar onderwijs in een wetenschappelijke richting. Op dat moment had Philippe Montanier, trainer van de eerste ploeg, me al opgemerkt in de jeugd. Ik kreeg de kans om af en toe met de A-kern mee te trainen en een maand nadat ik mon bac had behaald, werd ik helemaal naar de eerste ploeg overgeheveld. Bijna per toeval, zeg maar, want ik wou brandweerman worden en liefst in Parijs, want da’s toch het summum voor elke Franse pompier.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

Uitpuilende kleerkast

Als Damien Marcq meubelen uit de Ikea ineen knutselt, is hij een van die mannen die op het einde altijd enkele vijzen en schroeven op overschot heeft, maar zijn kleerkast blijkt toch sterk genoeg om de toevloed van vêtements aan te kunnen. Je mag de Fransman gerust shoppingverslaafd noemen. “Die hobby kost me veel geld, maar af en toe moet je jezelf eens een plezier gunnen in het leven”, lachte hij twee jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine. “Emilie en ik gaan nog altijd vaak winkelen, maar nu zijn die aankopen almaar vaker bestemd voor ons zoontje Léon van tien maanden. Mijn vrouw is trouwens opnieuw zwanger. In juni bevalt ze van een tweeling.”

‘Per toeval’ profvoetballer geworden

Marcq bracht zijn jeugdjaren door in Boulogne-sur-Mer, waar hij zich aansloot bij de plaatselijke club Union Sportive de Boulogne Côte d’Opale. “In mijn stad heb je geen specifieke sportschool of centre de formation. Ik behaalde mijn diploma van het middelbaar onderwijs in een wetenschappelijke richting. Op dat moment had Philippe Montanier, trainer van de eerste ploeg, me al opgemerkt in de jeugd. Ik kreeg de kans om af en toe met de A-kern mee te trainen en een maand nadat ik mon bac had behaald, werd ik helemaal naar de eerste ploeg overgeheveld. Bijna per toeval, zeg maar, want ik wou brandweerman worden en liefst in Parijs, want da’s toch het summum voor elke Franse pompier.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

“Als ik geen voetballer was, dan wel brandweerman”

Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)
Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)© BELGAIMAGE

Uitpuilende kleerkast

Als Damien Marcq meubelen uit de Ikea ineen knutselt, is hij een van die mannen die op het einde altijd enkele vijzen en schroeven op overschot heeft, maar zijn kleerkast blijkt toch sterk genoeg om de toevloed van vêtements aan te kunnen. Je mag de Fransman gerust shoppingverslaafd noemen. “Die hobby kost me veel geld, maar af en toe moet je jezelf eens een plezier gunnen in het leven”, lachte hij twee jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine. “Emilie en ik gaan nog altijd vaak winkelen, maar nu zijn die aankopen almaar vaker bestemd voor ons zoontje Léon van tien maanden. Mijn vrouw is trouwens opnieuw zwanger. In juni bevalt ze van een tweeling.”

‘Per toeval’ profvoetballer geworden

Marcq bracht zijn jeugdjaren door in Boulogne-sur-Mer, waar hij zich aansloot bij de plaatselijke club Union Sportive de Boulogne Côte d’Opale. “In mijn stad heb je geen specifieke sportschool of centre de formation. Ik behaalde mijn diploma van het middelbaar onderwijs in een wetenschappelijke richting. Op dat moment had Philippe Montanier, trainer van de eerste ploeg, me al opgemerkt in de jeugd. Ik kreeg de kans om af en toe met de A-kern mee te trainen en een maand nadat ik mon bac had behaald, werd ik helemaal naar de eerste ploeg overgeheveld. Bijna per toeval, zeg maar, want ik wou brandweerman worden en liefst in Parijs, want da’s toch het summum voor elke Franse pompier.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

“Als ik geen voetballer was, dan wel brandweerman”

Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)
Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)© BELGAIMAGE

Uitpuilende kleerkast

Als Damien Marcq meubelen uit de Ikea ineen knutselt, is hij een van die mannen die op het einde altijd enkele vijzen en schroeven op overschot heeft, maar zijn kleerkast blijkt toch sterk genoeg om de toevloed van vêtements aan te kunnen. Je mag de Fransman gerust shoppingverslaafd noemen. “Die hobby kost me veel geld, maar af en toe moet je jezelf eens een plezier gunnen in het leven”, lachte hij twee jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine. “Emilie en ik gaan nog altijd vaak winkelen, maar nu zijn die aankopen almaar vaker bestemd voor ons zoontje Léon van tien maanden. Mijn vrouw is trouwens opnieuw zwanger. In juni bevalt ze van een tweeling.”

‘Per toeval’ profvoetballer geworden

Marcq bracht zijn jeugdjaren door in Boulogne-sur-Mer, waar hij zich aansloot bij de plaatselijke club Union Sportive de Boulogne Côte d’Opale. “In mijn stad heb je geen specifieke sportschool of centre de formation. Ik behaalde mijn diploma van het middelbaar onderwijs in een wetenschappelijke richting. Op dat moment had Philippe Montanier, trainer van de eerste ploeg, me al opgemerkt in de jeugd. Ik kreeg de kans om af en toe met de A-kern mee te trainen en een maand nadat ik mon bac had behaald, werd ik helemaal naar de eerste ploeg overgeheveld. Bijna per toeval, zeg maar, want ik wou brandweerman worden en liefst in Parijs, want da’s toch het summum voor elke Franse pompier.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

“Als ik geen voetballer was, dan wel brandweerman”

Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)
Damien Marcq heeft een zwak voor kledij. (Foto Belga)© BELGAIMAGE

Uitpuilende kleerkast

Als Damien Marcq meubelen uit de Ikea ineen knutselt, is hij een van die mannen die op het einde altijd enkele vijzen en schroeven op overschot heeft, maar zijn kleerkast blijkt toch sterk genoeg om de toevloed van vêtements aan te kunnen. Je mag de Fransman gerust shoppingverslaafd noemen. “Die hobby kost me veel geld, maar af en toe moet je jezelf eens een plezier gunnen in het leven”, lachte hij twee jaar geleden in Sport/Voetbalmagazine. “Emilie en ik gaan nog altijd vaak winkelen, maar nu zijn die aankopen almaar vaker bestemd voor ons zoontje Léon van tien maanden. Mijn vrouw is trouwens opnieuw zwanger. In juni bevalt ze van een tweeling.”

‘Per toeval’ profvoetballer geworden

Marcq bracht zijn jeugdjaren door in Boulogne-sur-Mer, waar hij zich aansloot bij de plaatselijke club Union Sportive de Boulogne Côte d’Opale. “In mijn stad heb je geen specifieke sportschool of centre de formation. Ik behaalde mijn diploma van het middelbaar onderwijs in een wetenschappelijke richting. Op dat moment had Philippe Montanier, trainer van de eerste ploeg, me al opgemerkt in de jeugd. Ik kreeg de kans om af en toe met de A-kern mee te trainen en een maand nadat ik mon bac had behaald, werd ik helemaal naar de eerste ploeg overgeheveld. Bijna per toeval, zeg maar, want ik wou brandweerman worden en liefst in Parijs, want da’s toch het summum voor elke Franse pompier.”

Bescheiden jeugdinternational

Eind vorig decennium kreeg Damien Marcq een vijftal oproepingsbrieven voor de Franse beloften in de bus. Moet je maar presteren vanuit een heel bescheiden clubje. “De andere jongens speelden bij clubs van een heel ander allooi: David N’Gog bij Liverpool, Maxime Gonalons bij Olympique Lyon, Jonathan Biabiany bij Inter… Een heel talentvolle lichting waarmee ik actief was op het prestigieuze jeugdtornooi van Toulon en EK-kwalificaties afwerkte. Jammer dat we ons met zo’n gezelschap niet konden plaatsen. Die periode leeft nog voort in de wedstrijdshirts die mijn ouders zorgvuldig bewaren.”

Meer Belg dan Fransman

Marcq houdt van de Belgische mentaliteit, omdat wij minder grote navelstaarders zijn dan de Fransen. “Mijn vrouw is Belg, onze kinderen zullen ook allemaal die nationaliteit hebben, al betekent dat nog niet dat we hier na mijn carrière zullen blijven. C’est le temps, quoi. Als we terugkeren naar Frankrijk zal het dus niet naar Boulogne zijn, maar eerder richting zuidwestkust, Bordeaux of Biarritz.”

Bewondering voor onoverwinnelijke judoka

Geen vrede nemen met een zege, dat is volgens Damien Marcq het geheim om jarenlang mee te draaien in de topsport. Hij reikt graag het voorbeeld van Teddy Riner aan. Van deze Franse judoka, sinds ruim zeven jaar ongeslagen, tweevoudig olympisch kampioen en tien keer wereldkampioen, is zijn landgenoot een groot bewonderaar. “Hoeveel overwinningen Teddy ook op zijn palmares heeft staan, hij blijft hunkeren naar bevestiging. In het begin van mijn profcarrière was ik te snel tevreden na een goede wedstrijd, maar aan de top moet je altijd voor ogen houden: ik heb dat bereikt maar dat en dat kunnen nog altijd beter.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.