“Mijn carrière als prof is nog niet voorbij”

Fries Deschilder met zijn kersverse bruid Silke Deman en zoon Mauris. © JS
Kevin Pouillie

Fries Deschilder (25) is klaar voor een nieuwe uitdaging. Onlangs trok hij de deur bij FC Eindhoven achter zich dicht en nu hij bijna volledig hersteld is van een kruisbandblessure is de middenvelder op zoek naar een club. “Ik ben niet van plan om al af te zakken”, klinkt hij overtuigd.

Al zes jaar bij FC Eindhoven heeft hij achter de rug en toch is Fries Deschilder nog máár 25. Zijn beste jaren moeten er dus nog aankomen. Maar de geboren Westouternaar zit momenteel thuis, zonder club. En thuis, dat is sinds een klein half jaar Ledegem. “Eigenlijk was het de bedoeling om hier pas na het seizoen in te trekken, maar door die blessure geraakte alles in een stroomversnelling. Vooral de ligging gaf de doorslag. Ledegem ligt behoorlijk centraal en je staat vlug in Brugge of Gent. Zelf groeide ik op in Westouter, maar terugkeren naar daar was eigenlijk nooit op een optie. Ik kom er wel nog altijd graag. Wanneer je er weg bent, begin je pas de vele troeven te appreciëren. En ik ken er ook wel nog veel mensen, al is het contact de laatste jaren wel wat verwaterd.”

Het seizoen 2017-2018 werd er voor jou één om vlug te vergeten.

Deschilder: (zucht) “Absoluut. Ik moest er onlangs nog aan denken: toen ik zes jaar geleden vertrok bij Club Brugge was ik geblesseerd en nu ik vertrek bij FC Eindhoven ben ik opnieuw geblesseerd. Terwijl ik in die vijf jaar daartussen alles gespeeld heb en nooit ergens last van gehad heb. Het gebeurde tijdens een training eind oktober. Ik wou de bal afpakken en op het moment dat ik mijn been tussen de benen van de tegenstander steek, valt hij met zijn volle gewicht achterover op mijn knie. Ik had zoiets nog nooit meegemaakt, maar wist wel direct hoe laat het was. Ik hoorde alles kraken. Verdict: afgescheurde kruisbanden.”

De avond voordien had je nog een wereldgoal gescoord door een vrije trap in de winkelhaak te jagen en zo je ploeg een punt te bezorgen tegen Fortuna Sittard.

Deschilder: “Veel mensen spreken me daar nu nog over aan, dat ze me zo toch niet zullen vergeten. Ik heb nog wel een paar mooie doelpunten gescoord na afstandsschoten, maar technisch gezien was dat misschien wel de mooiste goal uit mijn carrière.”

Hoe blik je uiteindelijk terug op die zes jaar in Eindhoven?

Deschilder: “Dat eerste jaar, toen ik nog verhuurd werd door Club Brugge, was sportief gezien echt slecht. We stonden helemaal onderaan en ik was eigenlijk niet van plan om te blijven. Maar in Nederland werd er toen toch meer aandacht geschonken aan de tweede klasse dan in België, de wedstrijden kwamen op televisie… Ik dacht dat het misschien wel een kans was om me te tonen en zo besliste ik om toch te blijven.”

En een terugkeer naar Club Brugge was op dat moment te hoog gegrepen voor jou?

Deschilder: “Nee, dat denk ik eigenlijk niet. Ik heb er ook een paar wedstrijden gespeeld en dat deed ik eigenlijk ook niet slecht. Ik denk nog altijd dat dat niveau voor mij niet te hoog gegrepen was. Als we nu in de voorbereiding of in de bekercampagne tegen eersteklassers spelen, ondervind ik nooit problemen.”

“Ik denk nog altijd dat het niveau van Club Brugge voor mij niet te hoog gegrepen was”

Met FC Eindhoven greep je een paar keer net naast de promotie naar de Eredivisie.

Deschilder: “Drie keer haalden we de play-offs. Vooral in mijn derde seizoen hadden we altijd moeten promoveren. We waren tweede geëindigd in de competitie met 81 punten. Normaal speel je met dat aantal altijd kampioen, maar wij botsten toen op een ijzersterk NEC Nijmegen, waar toen onder andere Anthony Limbombe het mooie weer maakte. In de halve finale van de play-offs kwamen we uit tegen FC Volendam, waartegen we in de competitie twee keer vlot gewonnen hadden. Maar we werden uitgeschakeld en uiteindelijk was het De Graafschap dat promoveerde, terwijl die ploeg in de reguliere maar zesde geëindigd was. Dat ik met FC Eindhoven nooit kon promoveren, is mijn enige gemis. Die club heeft me een kans gegeven om me verder te ontwikkelen en dan wil je iets teruggeven, maar dat is niet gelukt. Dat derde seizoen was ook mijn allerbeste seizoen qua statistieken en qua voetbal.”

Maar toch bleef je bij FC Eindhoven.

Deschilder: “Dat ik toen bijgetekend heb, daar heb ik achteraf gezien spijt van. Niet omdat ik de club niet graag heb, maar gewoon omdat het toen hét moment was om een stap vooruit te zetten. Er zijn toen wel gesprekken geweest, vooral met clubs uit de Eredivisie, maar FC Eindhoven vroeg een véél te hoge transfersom.”

Ondanks je lange staat van dienst ben je er nooit kapitein geweest. Hoe komt dat?

Deschilder: (resoluut)“Daar ben ik echt heel boos om geweest. In mijn derde seizoen had ik me vooropgesteld om kapitein te worden, maar toen ging de band naar Jens Vandezon, een kind van het huis. Dat kon ik dus wel nog begrijpen. Maar in mijn voorlaatste seizoen werd Dario Van den Buijs kapitein. Ik heb niets tegen Dario, een heel goede voetballer die het ook niet slecht deed als kapitein, maar ze hadden altijd voor mij moeten kiezen. Ik begrijp dat ergens wel. Het bestuur wil een bepaalde speler profileren en door hem kapitein te maken, stijgt zijn marktwaarde nog. Voetbal is business, maar ik ben altijd een leider geweest. Ook naast het veld. Ik denk dat ik daarmee respect afgedwongen heb. Wanneer ploegmaats met problemen zaten, dan kwamen ze daarmee naar mij.”

Hoe beviel het leven in Eindhoven je?

Deschilder: “De eerste jaren woonde ik in Eindhoven. Het eerste seizoen alleen, het tweede samen met ploegmaat Maxime Gunst en vanaf het derde jaar kwam mijn vriendin Silke bij me wonen. We hebben eerst nog een jaar in Eindhoven gewoond en daarna zijn we verhuisd naar Turnhout.”

Eindhoven ligt net over de grens, maar is de mentaliteit er toch anders dan in Vlaanderen?

Deschilder: “Ik heb me daar enorm ontwikkeld op menselijk vlak. Ik was een heel schuchtere en bescheiden jongen, maar zeker in de voetbalwereld moet je je laten gelden. Dat merkte ik destijds bij Club Brugge ook. Ik was daar kind aan huis, maar vond van mezelf dat ik gewoon moest luisteren naar de oudere spelers. Maar toen er jonge gasten uit Antwerpen bij de groep kwamen, zag je dat die wél hun mond durfden opentrekken. En dat versterkt je positie in de groep wel.”

“Ik vind het spijtig dat ik dit jaar zo weinig in Eindhoven was, net nu Nederland het WK mist”

Er is een periode geweest dat de helft van de spelerskern van FC Eindhoven uit Belgen bestond. Vormden jullie toen een aparte groep binnen de groep?

Deschilder: “Nee, nooit. Natuurlijk zijn er altijd mensen die meer met elkaar omgaan dan met anderen, maar iedereen kon altijd met iedereen overweg. We werden op een bepaald moment zelfs FC België of Belgisch Eindhoven genoemd. En natuurlijk worden er dan wel eens wat steekjes uitgedeeld, zoals nu in aanloop naar het WK. Ik vind het eigenlijk jammer dat ik er dit seizoen zo weinig was. (lacht)Als de Belgen over het WK bezig zijn, dan weten de Nederlanders wel dat ze moeten zwijgen. Of dan vragen ze: heeft België ooit eens een groot tornooi gewonnen? Tjah, die Europese titel van Nederland is ondertussen 30 jaar geleden…”

Ondertussen ben je in het huwelijksbootje getreden en ben je al meer dan een jaar vader van een zoontje.

Deschilder: “Ik vind het geweldig! Samen kiezen voor een kindje was de beste beslissing van de voorbije jaren. Ik kan dat moeilijk van mezelf zeggen – eigenlijk zou je dat aan mijn vrouw moeten vragen -, maar ik ondervind weinig problemen met die extra verantwoordelijkheid. Mauris is nu 13 maanden en vorige week begon hij plots spontaan tegen een bal te trappen. Ik heb altijd gezegd dat ik niets zou forceren, maar ik vond het wel chique. (lacht) Ik herinner me van mezelf dat ik ook alleen maar een bal nodig had. Ook mijn ouders hebben mij nooit ergens toe gedwongen.”

En wat brengt de voetbaltoekomst?

Deschilder: “Op dit moment is dat allemaal nog wat onduidelijk, maar ik wil wel zeker prof blijven. Natuurlijk mik ik op eerste klasse, maar je moet ook realistisch zijn en beseffen dat ik net terugkeer uit blessure. Ook al is dat de dag van vandaag geen probleem meer, toch is dat een rem voor veel clubs. Ik revalideer nu bij Lieven Maesschalk in Antwerpen. Hij was meteen onder de indruk van de mobiliteit in mijn knie. Ik ben nu ook opnieuw bezig op het veld en alles verloopt goed. In principe kan ik gewoon aan de voorbereiding starten bij mijn nieuwe club. Al heb ik natuurlijk al enkele maanden geen wedstrijden meer gespeeld. Ik heb dus wel een bepaalde opbouw nodig, maar daar verwacht ik weinig problemen mee.”

Enkele weken geleden is jouw ex-ploeg Club Brugge kampioen geworden. Volg je blauw-zwart nog?

Deschilder: “Absoluut, al is het echte supporter zijn wel verminderd sinds mijn vertrek. Ik ben er sindsdien wel al een paar keer terug geweest en als je dan bepaalde mensen tegen het lijf loopt waarvan je ziet dat ze je bewust geen hand komen geven, dan vind ik dat spijtig. Maar natuurlijk was ik blij toen Club kampioen werd. Zij waren dit seizoen de enige ploeg die het verdiende.”

Heb je nog contact met ploegmakkers van toen?

Deschilder: “Heel weinig eigenlijk. Al zie ik natuurlijk wel regelmatig foto’s passeren via Facebook of Instagram. Vooral in mijn eerste seizoen in de A-kern hadden we echt een zotte ploeg: Ivan Perisic, Ryan Donk, Vadis Odjidja, Ronald Vargas, Nabil Dirar… Perisic was de beste waarmee ik ooit gespeeld heb. Ik heb die echt fantastische dingen zien doen. Hij is snel, fysiek sterk, kan goed koppen… Een tijdje geleden was er sprake van dat hij naar Manchester United zou trekken. Ik denk dat hij dat niveau echt wel zou aankunnen. Met Inter zit hij nu ook al bij een mooie club, maar om echt gewaardeerd te worden, moet je toch bij een Engelse of Spaanse topclub spelen. Zelf heb ik in die periode onder Adrie Koster ook wel een paar kansen gekregen en dat blijven toch mooie herinneringen. Van de jongens waarmee ik samen in de jeugd gespeeld heb, zijn Colin Coosemans en Thibaut Van Acker wellicht de enigen die ook prof geworden zijn.”

De rest is afgezakt naar de lagere reeksen.

Deschilder: “Ja, dat probeer ik ook wel te volgen, zoals die EOTS (End Of The Season waarbij de beste spelers verkozen worden, red.). Als je ziet dat de ex-jeugdspelers van Club daar ook altijd goed scoren, dan is dat toch mooi.”

Bio

Privé: Fries werd op 15 september 1992 geboren in Westouter als zoon van Georges (62) en Christine Caron (55). Hij heeft een oudere broer en een oudere zus: Chiel (32) en Sien (28). Zaterdag trad hij in het huwelijksbootje met Silke Deman (24), die afkomstig is uit Geluwe. Samen hebben ze een zoontje Mauris (13 maanden).

Carrière: Fries begon destijds te voetballen bij FC Westouter, maar werd daar al vlug weggeplukt door KSV Roeselare. Op zijn dertiende maakte hij de overstap naar Club Brugge, waar hij in 2011 zijn debuut maakte in het eerste elftal. In het seizoen 2012-2013 werd hij uitgeleend aan FC Eindhoven en een jaar later vertrok hij definitief naar Nederland.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.