Het Oostendse jaar van Arthur Theate, groot kanshebber op WK-selectie : “Dat jaar is misschien wel het beste van mijn hele leven”

Frank Buyse
Frank Buyse Senior writer

Donderdag weten we of Arthur Theate bij Martinez’ 26 namen voor Qatar zit. Het zou de kers op de taart zijn voor de 22-jarige linksachter die 2,5 jaar geleden nog zonder club zat. KV Oostende werd toen zijn reddingsboei. Het was de start van een blitzcarrière: na een jaar KVO weggehaald door het Italiaanse Bologna en er vorige zomer voor 19 miljoen euro weggekocht door het Franse Rennes, momenteel 3de in de Ligue 1. En Rode Duivel, maar altijd een Kustboy gebleven. Ex-coach Alexander Blessin en enkele KVO-getrouwen blikken terug. Met rechtstreeks commentaar van Theate zelf. Exclusief: “Dit is pas mijn tweede interview in een jaar. Maar over Oostende wil ik wel praten. Omdat ik de club echt een heel warm hart toedraag.”

4 juli 2020. Op een grijze zomerdag hervatte KV Oostende de voorbereiding op het nieuwe seizoen tegen Varsenare. Het was de eerste wedstrijd onder leiding van toenmalig coach Alexander Blessin. In diezelfde match maakte ook een onbekende linkspoot uit Luik met weelderige krullenkop zijn debuut bij de profs: Arthur Theate, 20 jaar. Doorgestuurd bij de jeugd van zowel Standard als Genk, bij tweedeklasser SK Lommel mocht hij zelfs niet eens aan een proefperiode beginnen.

Mentaliteit

We needed some players!”, vertelt een lachende Alexander Blessin 2,5 jaar later vanuit Italië waar hij het met FC Genua, tweede in de Serie B, alweer uitstekend doet. “We hadden toen nauwelijks spelers! Toen Arthur zich aanbood, zei ik meteen: we geven jou twee weken. Maar ik zag al snel zijn kwaliteiten: not a full back, eerder een linksvoetige centrale verdediger in een viermansverdediging. Maar vooral zijn mentaliteit beviel me. A great mentality! Arthur was een gretige en slimme kerel. Een jonge voetballer die zich wilde bewijzen en heel goed luisterde. Ik zag dag na dag vooruitgang.”

“Ik zat toen in een moeilijke periode”, herinnert Theate zich nog heel goed. “Ik zat zonder club. Ik moest iets doen, ik moest een club vinden. Oostende was op dat moment misschien niet mijn laatste, maar waarschijnlijk wel een van mijn allerlaatste kansen. Ik moest realistisch zijn. Niet dat ik echt een job aan het zoeken was, maar ik dacht toen wel dat ik straks moest gaan werken. Ook door de coronacrisis. Ik had mijn school afgemaakt en in het voetbal liep het op dat moment moeilijk. Maar ik was niet van plan om elke dag tot 12 uur in mijn bed te blijven liggen. Ik had gezegd dat ik zou gaan werken en een niveau lager zou spelen met enkele trainingen per week, wat te combineren viel met voltijds werken. Dat was het plan. Maar na twee dagen in Oostende tekende ook Theo Ndicka, ook een linksachter, een contract in Oostende. Ik was in alle staten, want ik kwam voor die linksachterpositie. Ik heb toen mijn vader gebeld dat ik weg wilde. Maar mijn makelaar maande me aan om rustig te blijven en te wachten. Hij zei me dat hij hen gezegd had dat ik ook centraal achterin kon spelen en twee dagen later was er die oefenmatch tegen Varsenare.”

Twijfels

Daarin wist Theate meteen te scoren, als linkse centrale man in een viermansdefensie. “Ik ben nooit meer van die positie weggegaan”, aldus Theate. Blessin herinnert zich die plotse twijfels van de Luikenaar. “Er was niet alleen Ndicka, Skulason liep er ook nog rond. Arthur wilde geen derde keuze worden. Maar toch zei ik Gauthier (ceo Ganaye, red.):snel beslissen, laat Theate niet gaan! Het bleek de juiste beslissing. Door zijn basiskwaliteiten en vooral zijn perfecte instelling. Hij wilde elke training de beste zijn. Hij ontpopte zich meteen tot basisspeler.”

De sprong van de academies van Genk en Standard naar Oostende bleek geen enkel probleem. Ja en nee, kijkt Theate terug. “Ik had nog nooit profvoetbal gespeeld en tegen mannen gevoetbald. Dat was wel een verschil. De duels waren harder, het spel ging sneller. Maar van een zogenaamde cultuurshock ondervond ik weinig. Ik voelde me meteen heel goed thuis bij KV Oostende. (denkt na) Ja, ik was daar heel gelukkig. Mijn jaar in Oostende zou alles samen misschien wel het beste jaar uit mijn leven worden. Sportief hadden we een schitterend jaar, zonder druk, met mooi voetbal. We pakten tegen bijna elke topclub punten, maar ook naast het veld voelde ik me heel goed. Met iedereen binnen de club. Van de teammanager tot de president. Ik heb nog veel contact met die mensen daar. Ik heb er toen ook een appartement gekocht. Mijn grootouders, die nu bij mij zijn, gaan er bijna elke maand naartoe. Ik heb intussen zelfs een tweede appartement gekocht aan de zee. Mijn familie en ik voelen ons daar echt thuis.”

Leergierig

Hij maakte zich er ook heel snel geliefd. “Doordat Arthur gewoon een heel toffe gast is”, aldus opnieuw Blessin. Bart Brackez heeft in zijn rijke carrière tal van topsporters onder z’n hoede gehad – van Thor Hushovd tot Mark Cavendish. Al jaren geldt de ervaren teammanager annex masseur voor veel KVO-spelers als vertrouwenspersoon en manusje-van-alles. “Net als met zijn ouders en manager Patrick De Vlamynck, had ik met Theate al snel veel en goed contact”, aldus de 52-jarige Kortemarkenaar. “Die jongen was leergierig en luisterde naar wat je hem vertelde. Om je een voorbeeld te geven: veel voetballers krijgen al op jonge leeftijd te maken met aanzienlijke salarissen. Je moet daarmee kunnen omgaan. Ik heb vaak met Theate gepraat over wat hij het best met zijn centen zou doen: sparen en nuttig investeren in plaats van te verkwisten aan dure hebbedingen. Zo heb ik hem inderdaad geholpen met het kopen van zijn appartement op een steenworp van de Diaz Arena. Hij heeft intussen al twee appartementen aan de kust, ja. Arthur is gewoon een slimme jongen. Wist je dat hij pas recent zijn eerste auto heeft gekocht? Hoe ik dat weet? We hebben nog altijd een goed contact en ik moest recent een schadeattest ophalen bij Ford, onze autosponsor, zodat hij z’n verzekering kon afsluiten. Ik kreeg ook altijd veel dankbaarheid van die jongen terug. Arthur en ik gingen, soms met z’n ouders erbij, op het einde van de dag vaak iets eten, in Brasserie Albert in hotel Thermae Palace of in Den Artiest. Om over de dingen des levens te praten. En dan betaalde Arthur. Áltijd. Hij stond erop, als bedanking.”

Dankbaar

“Arthur weet goed wie wat voor hem gedaan heeft”, mocht ook perschef Bram Keirsebilck ondervinden. “Op de slotspeeldag in de Serie A vorig jaar stond Theate met Bologna tegenover Genua met Blessin. Ik was daar met vakantie en ging naar die wedstrijd kijken. Na affluiten stond ik nog wat na te praten met Blessin en kwam Arthur helemaal van aan de overkant een truitje geven aan de coach die hem destijds lanceerde en misschien wel z’n carrière heeft gered.”

Ook Keirsebilck weet: “Arthur beschikt over de mentaliteit die past bij Oostende en het publiek: hard werken, geen kapsones. Daarom was hij ook zo geliefd bij de supporters en dat gold ook omgekeerd. Hij deed extra en oprecht z’n best tijdens sponsor- of persacties. Twee seizoenen geleden pakten we uit met een speciale actie waarbij spelers fans thuis bezochten die hun abonnementen verlengden. Arthur vond dat fantastisch en wou per se mee op ronde. Op een bepaald moment komen we bij een supporter thuis, die een heel verhaal vertelt in het plat Ostêns. Arthur, die tweetalig is en goed Nederlands spreekt en begrijpt, zit de hele tijd vriendelijk te knikken en te glimlachen. Maar in de auto moest hij me iets bekennen: Bram, die meneer was zo sympa, maar ik heb geen woord begrepen van wat hij zei.” (schatert)

Liefde

Dat West-Vlaams was het moeilijkste aan zijn hele doortocht aan de kust: “Moatje, moatje was het altijd”, kan Theate er nog steeds om lachen. “Ik heb dat accent nooit gehad en zal het ook nooit hebben. Ik blijf bij het Limburgs.” Maar hij heeft zich tussen de Oostendenoars wel altijd danig op zijn gemak gevoeld. “Oostende is volgens mij de enige plek waar de stad en de club zo verweven zijn”, legt hij uit. De mensen zijn er altijd vriendelijk. Ik ben er ook altijd mezelf gebleven, denk ik. Vooral op het strand, met mijn hondje, voelde ik me mezelf. En de zee is altijd de zee, hé. Dat is iets anders dan een grote stad zoals Bologna dat was. (mijmerend) Toen ik in Oostende verbleef, ging ik trainen, daarna mijn boodschappen doen in de Delhaize aan het stadion en dan met mijn hondje gaan wandelen op het strand. En dan was ik gewoon blij. Dat maakte ook een verschil op het veld. Alles kwam er samen. Al heb ik er maar één jaar gespeeld, het was wel een heel speciaal jaar. Ik ben bovendien niet iemand die bij een club en in een stad ga spelen om daarna alle banden door te knippen als ik er weg ben.”

Hij toont zich ook blij hoe heel Oostende nog met liefde over hem praat. “Ik probeer altijd de beste versie van mezelf te zijn. Ik ben een Luikenaar. Luikenaars zijn heel warme, open en gastvrije mensen. Zo ben ik ook opgevoed. Mensen mogen zijn wie ze willen zijn, we zijn allemaal dezelfde. Iedereen binnen de club staat op hetzelfde niveau. Zo is het buiten het voetbal ook. Dat is in Oostende ook zo: iedereen wordt er met hetzelfde respect behandeld. Je begrijpt intussen dat Oostende diep in mijn hart zit. De kans die KVO mij gegeven heeft, zal ik nooit vergeten. Ik weet dat het nog heel ver is, maar het zou heel mooi zijn mocht ik mijn carrière kunnen beëindigen bij KVO. Voor de staf, de directie, de spelers en de supporters die me altijd gesteund hebben.”

Premier League?

Maar eerst is het tijd voor een topcarrière, hij is pas 22. Rennes is heus zijn plafond niet, zo gelooft Blessin met wie hij nog vaak contact heeft. “Omdat hij nog jong is. Omdat hij een voorbeeld is van hard work beats talent. Omdat hij altijd zijn targets volgt en haalt. Hij zal nóg stappen zetten, komt misschien ooit bij een echte topclub in de Premier League of zo terecht. Maar ík ben niet verbaasd over zijn snelle ontwikkeling, dat is zeker.”

En volgens de Duitser verdient Theate zéker een plaats in Martinez’ selectie voor het komende WK. “Natuurlijk. Een sterk seizoen in de Serie A en nu zo goed bezig bij Rennes, wat moet je nog meer bewijzen? En zoveel linksvoetige verdedigers hebben jullie toch niet rondlopen?”