https://api.mijnmagazines.be/packages/navigation/

Hans Vanaken na het orgelpunt in Leipzig: “Vaak slaat de kritiek op mij echt nergens op”

Hans Vanaken: “Het is nog te vroeg om nu al te zeggen dat Anderlecht een titelconcurrent is.” © Christophe De Muynck
Frank Buyse
Frank Buyse Senior writer

Hij werd er ook wel moe van, van altijd diezelfde twijfels. Is Hans Vanaken echt wel een internationale topper? En moet hij niet naar het buitenland? Maar zie, tussen eind maart en september, die drie interlands en die glorieuze 1-1 tegen Paris Saint-Germain, keerde het. “Er is de laatste zes maanden véél gebeurd”, beaamt hij zelf. En dan moest hij in Leipzig met een wereldprestatie én een vierde opeenvolgende goal in de Champions League nog het orgelpunt zetten. In de aanloop naar Anderlecht en de Final Four in de Nations League: Hans Vanaken over de perceptie Vanaken, de eerste keer na zijn ‘revanche’ bij de Rode Duivels, een laatste keer uitgepuurd.

Voor ons ligt het vakblad Sport/Voetbalmagazine. Op de front een grote foto en in grote letters: De Revanche van Hans Vanaken. Binnenin: Het verhaal van de speler over wie altijd twijfels rijzen. Het achtervolgt hem nu al jaren. Ondanks twee Gouden Schoenen en vier titels, 86 goals en 53 assists voor Club – dit is al zijn zevende seizoen bij blauw-zwart. De twijfels. De kritiek gemakzuchtig, vooral. Bekentenis: ik schreef ook meer dan eens: Vanaken is te gemakkelijk te goed voor Club. Niet dat hij zwaar afzag van die controverses, zo zit Vanaken niet in elkaar. Dat het allemaal van hem afgleed, zoals vaak gezegd, dat nu ook weer niet, maar zich altijd maar moeten verdedigen, altijd maar dezelfde vragen: “Het is soms vermoeiend, ja…” En nu zou hij dus zijn revanche beet hebben. Hij haalt de schouders op. “Heeft te maken met de Rode Duivels zeker?” Maar hij beaamt: “Er is heel wat gebeurd de afgelopen maanden.” Dat merkten wij ook. Wij beginnen precies zes maanden geleden, op 30 maart.

Wat herinner je je van die dag?

(denkt lang na) “30 maart? Euh, niets bijzonders.”

België-Wit-Rusland: 8-0.

“Ach ja. Daar was ik nooit opgekomen.”

Je scoort twee keer en plots keerde de perceptie. Hans Vanaken is dan toch een Rode Duivel!

(blaast) “De perceptie veranderde maar voor mezelf is er toen niets veranderd. Men dacht altijd: hij is er wel altijd bij maar speelt nauwelijks. Tegen Wit-Rusland heb ik de bondscoach en iedereen laten zien dat ik de nationale ploeg wel degelijk iets kan bijbrengen.”

Twijfelde je daar voor 30 maart zelf aan, dat je dat niveau aankon?

“Hoh… Bij elke stap die ik maakte in mijn carrière, vroeg ik mij af: zal het mij wel lukken, zal ik mij kunnen aanpassen? Toen ik van Lommel naar Lokeren ging, toen ik naar Club trok. En van Club naar de nationale ploeg, ik vroeg me telkens af waar mijn limieten lagen. Bij iedere stap voelde ik dat het een pak sneller ging, een pak intenser, maar telkens bleek ik dat snel op te pikken. Idem bij de nationale ploeg. Maar dan moet je ook nog matchen kunnen spelen. De kansen krijgen om te laten zien dat je dat niveau aankan.”

Jouw coach Philippe Clement zei eerder al: “Hans heeft het probleem dat Kevin De Bruyne op zijn beste positie speelt.”

“Als je kijkt naar het systeem van de Rode Duivels, 3-4-2-1, kan ik op vier posities terecht: twee centraal op het middenveld en op de twee posities daarvoor. Maar op het middenveld heb je behalve De Bruyne ook nog Witsel, Tielemans, Praet, Dendoncker… en voor de posities daarvoor heb je naast De Bruyne ook nog Mertens, Hazard, Doku, Trossard… Ik heb nooit echt getwijfeld aan mezelf, maar tussen spelers met meer of andere kwaliteiten je plaats afdwingen, is niet simpel. Het was wachten op kansen.”

We komen aan in mei, bij Club Brugge. Je kwam in volle play-offs twee keer op de bank terecht.

“De coach had mij uitgelegd dat hij meer structuur wilde, meer blok. We speelden te open en gaven teveel goals weg. Oké, zijn keuze. Daar kon ik mij bij neerleggen. Maar ik had wel verwacht dat ik de volgende match, opnieuw tegen Antwerp, weer zou starten. Dat zei ik nog thuis ook.”

Dié perceptie klopt dus niet, dat het allemaal afglijdt van Vanaken eenmaal op wandel met zijn Lauren en hun hond op het strand van Knokke?

(lachje) “Toch wel een beetje. Ik ben in elk geval iemand die zo weinig mogelijk het voetbal mee naar huis neemt. Ik vind niet dat ik thuis slechtgezind moet rondlopen omdat ik eens op de bank zit of twee matchen slecht speel. Daar kan Lauren ook niets aan doen. De eerste keer dacht ik: oké, zijn uitleg. Maar toen op training bleek dat ik weer uit de ploeg viel, dán heb ik het wel moeilijk gehad. Dát had ik niet zien aankomen. Toegegeven, dan trainde ik ook met een lang gezicht.”

Even tussendoor: heb je je maatje Vormer, die plots voor de match tegen Paris Saint-Germain naar de bank vloog, eigenlijk om dezelfde reden als jij een paar maanden daarvoor, kunnen troosten?

“Maar neen. We hebben erover gepraat natuurlijk maar ook geen uren. Wat had ik hem kunnen zeggen? Ruud is 33 jaar, hij heeft al zoveel meegemaakt.”

Je haalde in mei nog wel de EK-selectie, maar in vier van de vijf wedstrijden zat je in de tribune. Er was alleen die schamele invalbeurt van twee minuten tegen Finland. Dankzij die streaker nog wel. Láchen, op de sociale media! Je kon er naar verluidt zelf ook mee lachen.

“Ik zie graag overal de humor van in. Beter grappige reacties en memes dan dodelijke commentaren, toch?”

In september stond je dan toch plots in de basis voor de WK-kwalificatiematchen. Estland-België: 2-5 en België-Tsjechie: 3-0, tweemaal met Vanaken in een glansrol. Plots was heel België overtuigd. Opvallend, vond ik, was dat Martinez na die matchen uitriep: “Ik zag al in maart dat Hans klaar was voor de nationale ploeg.” Dacht je dan ook niet: dat heb je dan toch niet laten merken op het EK?

“Tja… Daar kan ik moeilijk iets over zeggen. Ik begrijp wel dat het voor veel mensen niet logisch is. Dat is het voor mij ook niet maar wat doe je eraan?”

Bij een buitenlandse ploeg gaan voetballen die ergens 16de staat? Straalt dat ambitie uit?

Tekent het jou niet, die hoogtes en laagtes? Een anonieme getuige, ‘die destijds dicht bij de speler stond’, liet in Sport/Voetbalmagazine optekenen: “Je moet eerlijk zijn: zijn niveau schommelt heel erg binnen een seizoen.”

“Ik vind niet dat het bij mij echt met hoogtes en laagtes gaat. En speelt niet elke speler wel eens een mindere wedstrijd?”

We komen aan in juli. Elke transferperiode komt het weer naar boven: Vanaken moet eigenlijk naar het buitenland maar blijft liever veilig in Brugge en knus in Knokke.

“Dat bedoel ik met: het wordt een beetje vermoeiend.” (lachje)

Ik begin het onderwerp zelf ook vervelend te vinden.

“Geen probleem, hoor. Het is simpel: het moet allemaal 100 % kloppen om hier alles achter te laten voor een avontuur waarvan je niet weet hoe het zal aflopen.”

West Ham was vooral vorig seizoen heel concreet met een bod van 15 miljoen euro. Maar Club wilde je niet laten gaan en uiteindelijk wilde je ook liever niet. In oktober tekende je dan bij tot 2025 waarop Lauren juichte: “Daar ben ik wel blij mee. Dat we hier niet weg moeten.”

“We zijn hier nu eenmaal heel gelukkig.”

Volgens Onur Kaya, ex-ploegmaat bij Lokeren, zou je nochtans je plaats hebben in elke ploeg na de top vier in de Premier League. Wil je dat zelf ook niet een keer ondervinden?

“Ik zou het misschien wel willen weten, maar ik ben nu eenmaal niet iemand die denkt: wat als? Het is maar hoe je het bekijkt. Ik ga de clubs die ik zou willen niet zelf zoeken. Ik vind dat totaal geen gebrek aan ambitie. Ik heb hier ook uitdagingen. Is het dan een mooie uitdaging om bij een ploeg die ergens zestiende staat te gaan voetballen? Ik vind dat zo lastig, mensen die mij een gebrek aan ambitie verwijten. Al mag iedereen van mij zeggen wat ze willen. Zoveel praatprogramma’s, de kranten, al die sociale media… iedereen geeft zijn mening. Als ik mijn Twitter opendoe en zie wat er allemaal over Hans Vanaken wordt gezegd… Vaak slaat het nergens op. Ik kàn er mij niet druk om maken, het zijn meer de mensen rondom mij die zich er soms aan ergeren.”

Wat speelt het meest als je al een voorstel overweegt: het sportieve, het financiële of het privéleven?

“Ik heb daar geen volgorde in, het zijn allemaal belangrijke factoren. (denkt na) Misschien nog het meest: waar komen we terecht? Zie ik er mezelf wonen, met vrouw, hond en kinderen later? Zullen we ons er thuis voelen? Sportief: kom ik er in een ploeg terecht die voetbal speelt waarin ik mij kan vinden? En het financiële is ook belangrijk.”

Ik durf te denken: als Lauren nee zegt, dan blijven jullie gelukkig in Knokke.

“Ze heeft sowieso een stem. Lauren moet mee, hé.”

Komen er gauw ook kinderen?

“We willen sowieso graag kinderen, ja. Wanneer maakt niet uit, dat laten we rustig op ons afkomen. Zo sta ik nu eenmaal in het leven. Ik ben iemand die graag geniet van het leven en het liever niet te moeilijk maakt.”

Oké. We zijn intussen september en na jouw revanche bij de nationale ploeg knal je ook met Club. Eerst tegen Paris Saint-Germain.

“Die match is de wereld rondgegaan, iédereen heeft die gezien, hé. Maar ik was echt niet bezig met het feit dat ik tegen Messi, Neymar en Mbappé aan het voetballen bent. De media en de fans zijn daar fel mee bezig, wij genieten daar niet van. Ik denk dat ik daar pas na mijn carrière ten volle zal kunnen van genieten. Je krijgt er ook de tijd niet voor want meteen volgden Charleroi, OHL…

En RB Leipzig. Vooraf had je gezegd: nuchter blijven, de 3de plaats is het hoogst haalbare.

“Ik had vooraf gezegd dat vijf punten mogelijk moet zijn. Ik redeneerde thuis tegen PSG of City een punt, een punt in Leipzig en thuis winnen van Leipzig. Na dat onverwachte puntje tegen PSG was het te gek geweest om al meteen van de tweede plaats te dromen. (lachje) Als je mij apart in een kamer had gezet, dan tekende ik nog voor een derde plaats. Anoniem, want Club zou het niet graag horen, denk ik. Maar ook al hebben we nu vier punten, het blijft moeilijk rekenen. Als je het evenwel kan tegen PSG en Leipzig, dan moet je het tegen Manchester City ook kunnen.”

Nog even over de topper op Anderlecht zondag. Je bent al in bloedvorm en het zijn daar vaak jouw matchen: jouw debuut met Lokeren met twee goals, de Goal van het Jaar begin 2020…

“En twee goals in de kampioenenmatch van vorig seizoen. Topmatchen zijn altijd leuk.”

Behalve die in Gent?

(onverstoorbaar) “Wat zei je? In Genk? Wat ik bedoel: in zo’n matchen heb je altijd twee ploegen die goed willen voetballen, dat is net het leuke daaraan.”

Lauren en ik willen graag kinderen. Wanneer? Dat maakt niet uit

Beschouw je Anderlecht, na twee jaar Kompany nog steeds bijzonder wisselvallig, dit seizoen als een titelconcurrent?

“Het is niet aan mij om te oordelen over Anderlecht. Vorig seizoen hadden ze onder Kompany een mooi parcours met goed voetbal richting play-offs, maar het is nog te vroeg om te zeggen dat ze dit seizoen een concurrent voor de titel zijn. Wel een kandidaat voor play-off 1, denk ik.”

Dan wordt het Club, Genk, Antwerp en Anderlecht?

“Dezelfde ploegen als vorig jaar. Dat zou best kunnen.”

Die play-offs vielen voor Club wel tegen, in de reguliere competitie waren jullie wel superieur. En met alvast Sowah, Hendry, Wesley en straks nog Izquierdo lijken jullie weer danig versterkt. Is het enige gevaar niet dat de focus te zeer op de Champions League kan liggen?

“Neen, dat kan ik mij niet voorstellen. Ik heb evenveel goesting om te voetballen tegen OHL als tegen Leipzig. Als ik mij niet meer voor die matchen kan opladen, moet ik weg.”

Dan toch? Bedankt, Hans.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.