Cercle wil het meest dominante team in de competitie zijn: “De diverse datacijfers werken motiverend”

Thibo Somers viert na zijn doelpunt tegen Club. © BELGA/BRUNO FAHY
Redactie KW

Data-analyses krijgen steeds vaker een prominente plek in het hedendaagse topvoetbal. Elke hartslag, druppel urine, speeksel of zweet, alsook elke sprint, pass of dribbel wordt opgeslagen en geanalyseerd. Cercle Brugge heeft een cultuur gekweekt waarin hard werken de nieuwe standaard is geworden.

Cercle voetbalt enthousiast en met de neus naar voor. Er werd een omgeving gecreëerd waarin spelers extra werk willen doen, in plaats van dat ze het moeten doen. Bij groen-zwart worden intussen het hoogste aantal kilometers in ons land gelopen en staan ze ook bovenin wat de HSR-afstand betreft, dat staat voor high intensity runs (korte tot lange intervallen op hoge intensiteit, red.).

Complementair

“Bij de rekrutering van nieuwe spelers bekijken we eerst hun datacijfers, om te zien of zij wel degelijk binnen ons geheel passen”, opent technisch directeur Carlos Avina. “Zo scoort Ayase Ueda in bepaalde situaties hoger dan Kévin Denkey, zoals bij druk zetten bijvoorbeeld. Andersom is Denkey dan beter in de finale pass of de assist. Dit maakt hen zo complementair. En dat doen we met elke speler die voor Cercle wil tekenen. Verder bekijken we de line-ups, hoe ze zich tactisch opstellen.”

De data is driedelig als een aanvulling op wat er al is: prestaties, als analyse en bij het werven van nieuwe spelers. “Maar we zijn niet datagedreven, het is eerder een bron van informatie. Het wordt ook gebruikt om onze tegenstander te ontleden. Zo bleek dat Seraing op fysiek vlak een grote achterstand had in vergelijking met ons. Het was zaterdag dan ook aan ons om dat uit te buiten.”

Muur van ontwikkeling

Volgens Avina geraken de spelers ook meer en meer met data vertrouwd en vragen ze de technische staf meestal zelf hoe hun cijfers zijn. “Ze geraken er een beetje door geobsedeerd en dat is goed. Alles wordt gemeten en alles kan beter. Om de vier maanden tonen we de spelers, om hen erbij te betrekken, de muur van ontwikkeling. Daarop staan de bijzondere cijfers of prestaties van de spelers die we in de data hebben ontdekt, zo zien ze waar ze nog vooruitgang kunnen boeken. Dat zorgt voor een extra motivatie. Het gaat om individuele scores qua snelheid, springen en afwerken. Ze willen allemaal bovenin staan.”

“We zijn er ons van bewust dat we steeds mee moeten evolueren” – Carlos Avina

Cercle wil zoals bekend aan een hoge intensiteit energetisch voetbal brengen en fysiek het meest dominante team van de competitie zijn. “Dit lijkt aardig te lukken. Maar we zijn er ons van bewust dat we steeds mee moeten evolueren. Misschien is onze spelstijl binnen vijf jaar verouderd en moeten we op zoek naar iets nieuws”, aldus Avina.

Medische staf

Het is steeds een proces van proberen, leren en vooruitstrevend zijn. De technische staf kan zich daar ook in vinden. Zo is er een partnership met het Spaanse FSI (Football Science Institute), een platform dat ook door AS Monaco wordt gebruikt. “Uiteraard bekijken we elkaars cijfers. FSI bezorgt onze technische staf ook programma’s die gerelateerd zijn met voeding, scouting, analyses en prestaties.”

Ook de medische staf is cruciaal binnen dit geheel. “Het vermogen bij onze spelers is nu 88,89 procent. We willen dat cijfer nog hoger krijgen. Dat is de sleutel tot succes.”

Pressing

Cercle gebruikt SkillCorner om de fysieke data van de spelers bij te houden. In termen van high intensity distances staat Cercle bovenaan in de Jupiler Pro League. “Ik ben daar wel trots op, want dat bereik je niet op één dag”, aldus Avina.

“Naar analyses toe staan we overal in de top tien. Qua pressing staan we zelfs op een tweede plek. Met een ppda (passes per defensive action, red.) staan we op één en in de top vijf in Europa. Na gemiddeld iets meer dan zeven passes van de tegenstander herovert Cercle de bal. Hoe lager de ppda, hoe beter je als ploeg druk zet. Ook wanneer de verdedigers als eerste een actie ondernemen staan we bovenaan in eigen land, zodat we als team het hoogste druk zetten. Europees doen enkel Fenerbache en Slavia Praag beter.”

Spurtbom

Thibo Somers kan als loper de betere cijfers voorleggen. “Dat zit al van jongs af in mij. Al viel dit in de derby qua meters nog mee. Als ik voorin stond, was dit meestal op de helft van Club en moest ik niet heel veel teruglopen”, aldus Somers.

“Het zijn vooral de high intensity runs, de high speed runs en de sprintmeters die redelijk hoog zijn. Mijn totale afgelegde afstand tijdens een match is gemiddeld twaalf kilometer. De high speed runs zijn dan vaak 1.250 meter. De sprintmeters verschillen van match tot match. Meestal is dat 500-600 meter. Wat er dus voor zorgt dat ik ongeveer 1.700 meter aan een hoge snelheid loop tijdens een match.”

Doelstellingen

Al hangt de analyse van die cijfers ook af van de tegenstander. “In een match die vaak op en neer gaat, zit je uiteraard aan meer meters. Jan Breydel is ook een van de grotere velden in de competitie. Op Eupen is het veld iets kleiner, dus zijn de meters ook wat minder.”

Die cijfers zorgen tijdens een match niet echt voor druk. “Op training is dat anders, daar moeten de spelers wel hun doelstellingen halen. Maar uiteindelijk moet iedereen op het veld zijn loopwaarden bekomen. Het is dus voor iedereen even zwaar.” (Alain Creytens)

Zondag 12 maart om 19.15 uur: Anderlecht Cercle.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier