Op ploegfoto's van midden en eind jaren 70 duikt steevast ook een knaapje met halflange donkere haren op. "Wie is dat jongetje tussen Julien Cools en Ulrik le Fèvre toch? Jaren las ik dezelfde vraag op sociale media en verschillende forums, maar ik had er geen behoefte aan om met mijn verhaal naar buiten te komen."
...

Op ploegfoto's van midden en eind jaren 70 duikt steevast ook een knaapje met halflange donkere haren op. "Wie is dat jongetje tussen Julien Cools en Ulrik le Fèvre toch? Jaren las ik dezelfde vraag op sociale media en verschillende forums, maar ik had er geen behoefte aan om met mijn verhaal naar buiten te komen."Aan het woord is Derry Casteleyn, die bewuste jongen op de foto's. Wij zochten én vonden de ondertussen 47-jarige Bruggeling die nog steeds fervent supporter van blauw-zwart is. We gingen bij hem langs om te grasduinen in zijn fotoalbums en tekenden de vele anekdotes uit die onvergetelijke periode uit zijn kindertijd op. "Na al die jaren in de anonimiteit heb ik er nu geen probleem mee om eens in de schijnwerpers te staan en mijn verhaal te doen. Vooral omdat ik op die manier misschien nog met spelers van toen in contact kan komen", aldus Derry, die zelf in provinciale bij onder meer Sint-Joris voetbalde.Iedereen kent de Brugse beren als dé mascottes van blauw-zwart. Zij lopen al een kleine 20 jaar op Jan Breydel rond. Tegenwoordig heeft elke voetbalclub een mascotte, maar dat is ooit anders geweest. "Vroeger was dat niet de mode en ik moet in die tijd zowat de enige mascotte geweest zijn. Ik herinner me een wedstrijd op Lierse, waar er een jeugdspelertje mee opliep met de spelers van de thuisploeg, maar dat was uitzonderlijk. Ik was meestal alleen."Derry draagt op de foto's steevast een shirtje van het iconische West-Vlaamse jeansmerk 49R. "Aanvankelijk mocht ik vooral omwille van commerciële doeleinden samen met de spelers het veld betreden, maar ik merkte dat de spelers steeds meer aan mij gehecht geraakten. Ik herinner me bijvoorbeeld de Europese kwartfinale in Atletico Madrid waar ik van de thuisploeg het terrein niet op mocht. Dat veroorzaakte heel wat commotie bij de Brugse spelers en na lang overleg met de officials mocht ik uiteindelijk toch mee oplopen. Als mascotte was ik een vorm van bijgeloof geworden."De rasechte Bruggeling stamt uit een familie van grote Clubfans. "Mijn grootvader was afgevaardigde van de junioren en ik liep regelmatig eens met die ploeg het veld op. Dankzij een beslissing van het bestuur kreeg ik echter de kans om dat ook met de hoofdploeg te doen en daarna ben ik jaren de vaste mascotte geweest. Wel moesten we alles zelf bekostigen, dus alle vliegreizen naar onder meer Athene en Turijn betaalden mijn ouders uit eigen zak. Maar omdat ze wisten hoe speciaal dat voor me was, deden ze dat met veel plezier. In return mocht ik wel eens naar het hoofdkantoor van Puma (toen de kledingsponsor van Club, red.) en daar kreeg ik een goodiebag met heel wat club-items. Fanshops bestonden toen nog niet, dus dat was wel een uniek cadeau."De Europese campagne van 1978 zou de laatste worden voor Derry als mascotte. "Het was aanvankelijk de bedoeling dat ik het jaar ervoor al zou stoppen omdat ik naar de lagere school moest en door de Europese verplaatsingen regelmatig lessen miste. Mijn moeder gaf echter les in het eerste leerjaar dus kon ik thuis wat inhalen. Gelukkig, anders had ik nooit op Wembley gestaan. Van de Europese campagne herinner ik me vooral enkele opvallende details. Zo hoor ik in mijn dromen nog af en toe het oorverdovende lawaai van toen we op Juventus (halve finale, red.) door de spelerstunnel wandelden. Thuis tegen Atletico Madrid (kwartfinale, red.) herinner ik me dat we plots een strafschop tegen gefloten kregen. Ik zei meteen dat Birger Jensen de elfmeter zou stoppen en zo geschiedde." (lacht)Ook de finaledag is hem uiteraard bijgebleven. "Ik weet nog dat we thuis lang naar die partij toeleefden. Mijn moeder leerde me enkele Engelse voetballiedjes en speciaal voor de finale gingen we naar de enige sportwinkel in Brugge. Daar kochten we de nieuwste voetbalschoenen van Puma met een iconische oranje streep aan de zijkant. Ik heb die maar één keer gedragen en nooit gewassen. Het heilige gras van Wembley hangt er nog aan. (lacht) Het waren mijn eerste 'Belgische' schoenen, want ervoor moesten mijn ouders de kleine schoentjes steeds uit Spanje laten overkomen."Samen met duizenden andere fans stak Derry het Kanaal over. "Van de heenreis herinner ik me de uitzinnige sfeer. Eens aan het stadion, was het niet evident om binnen te geraken. Ik had wel een ticket, maar moest steeds via een andere ingang naar binnen om bij de spelers te geraken. Via mensen van het bestuur lukte dat uiteindelijk toch en ik kreeg een plaatsje in de kleedkamer van de spelers. Dat was de enige keer dat ik me daar mocht omkleden. De spanning was enorm. Het toilet was nooit vrij en ik zag de spelers in de douches de ene na de andere sigaret opsteken.""Toen ik hand in hand met Fons Bastijns de spelerstunnel uit wandelde, doemde er een muur van supporters op. Zo'n uitzinnige sfeer had ik nooit eerder meegemaakt en maakte een diepe indruk op me. Na de toss en het uitwisselen van de vlaggetjes moest ik altijd zo snel mogelijk weer in de spelerstunnel zien te geraken. Ik weet nog dat ik slalomde door de Engelse fanfare met hun berenmutsen en uiteindelijk onder de Engelse spionkop weer naar binnen geraakte.""Van de match herinner ik me enkel nog de parades van Birger Jensen. Ik zie hem de ene bal na de andere pakken. Op de terugreis was de sfeer heel gelaten. Ik heb toen de hele nacht op de boot rondgeslenterd en veel dronken toestanden gezien die eigenlijk niet voor de ogen van een zevenjarige bestemd waren. (lacht) Zonder te hebben geslapen ging ik 's anderendaags naar school en hingen er 20 klasgenootjes aan mijn lippen toen ik over mijn avontuur vertelde."Die finale was meteen ook de allerlaatste wedstrijd voor Derry als mascotte. "Mijn ouders vertelden me dat ik de weken na de wedstrijd vaak huilde omdat ik dacht dat het mijn schuld was dat we verloren hadden", lacht Derry. "Uiteindelijk hou ik er vooral prachtige herinneringen aan over. Contact met de spelers had ik niet meer, tot ik vijf jaar geleden 35 jaar later contact zocht met Ulrik le Fèvre (de Deense ster bij het Club Brugge van de jaren 70. Hij kwam in 1972 over van Borussia Mönchengladbach, destijds een absolute topclub, red.). Via Facebook vond ik zijn dochter en Ulrik (die nu als spelersmakelaar werkt, red.) nodigde me meteen uit voor een etentje. We haalden herinneringen op aan de prachtige tijd. Le Fèvre had nooit sterallures en dat was nog niet veranderd."