Rik Samaey: “Wellicht de enige voorzitter die een fantastische zaal naar hem genoemd kreeg”

Redactie KW

Rik Samaey kan zich de tijd van voorzitter Vanmoerkerke nog heel goed herinneren. “Dat waren de eerste acht jaar van mijn carrière,” reageert hij.

BCO-icon Jon Haeth en Rik Samaey flankeren Rudolf Vanmoerkerke.
© KRANT VAN WEST-VLAANDEREN

“Ik kwam bij de ploeg toen die tegen de degradatie vocht. Toen ik hier wegging, waren we vijf keer kampioen geweest. Om zo’n ploeg draaiende te houden, moest je wel van boven tot onder een goede organisatie hebben.”

Vanmoerkerke was trouwens niet zomaar een voorzitter die zich vooral op papier met de club bezighield, merkt Rik Samaey op. “Hij volgde het zaakje heel goed op, was vaak op training aanwezig en als het twee keer na mekaar minder goed ging en we verloren, vreesde hij al een malaise. Hij kwam dan de kleedkamer binnen en in zijn typisch eigen Engelse vocabulaire stak hij een speech af. Maar hij eindigde altijd met zijn motiverende woorden: dat we ervoor moesten zorgen de volgende keer te winnen en dat dit ons zoveel extra zou opleveren.”

“Een hele meneer”

“Dertig jaar voorzitter was hij, dan maak je al wat mee”, beseft Samaey. “Wiskundig gezien heeft hij als voorzitter ongeveer tien titels en bekers verzameld, dat is niet niks. Hij is wellicht ook de enige voorzitter die een fantastische zaal had die naar hem genoemd werd. Het enige waarvoor hij misschien wat minder oog had, was het professionalisme verder door te duwen om aansluiting te vinden met de Europese top. Maar het is een blijft een hele meneer in het Belgische basketbal.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.