Kapitein Paul Weenen won in 1962 eerste beker van België voor VG Oostende: “Sterke defensie en goede teamspirit”

Paul Weenen, licentiaat lichamelijke opvoeding, was kapitein van VGO. (foto Peter Maenhoudt) © Peter MAENHOUDT
Redactie KW

Zestig jaar geleden won VG Oostende in het Zuidpaleis in Brussel de beker van België na een ruime 65-83-zege tegen Racing Brussel. Dit was de eerste nationale trofee voor een Oostendse basketclub! VG Oostende baskette met het stamnummer 245 dat na de samenwerking VGO-ASO het stamnummer van Sunair werd. Filou Oostende draagt ditzelfde stamnummer en strijdt zondag 13 maart in Vorst Nationaal tegen Limburg United voor de 21ste beker van België op het Oostendse palmares.

“Tijdens het seizoen 1961-1962 maakten we een merkwaardige bekercampagne mee. De lottrekking had bepaald dat wij telkens op verplaatsing moesten basketten, niet alleen bij teams uit lagere reeksen, maar ook bij reeksgenoten. Door geen enkele bekermatch thuis te mogen spelen, hadden ze het ons niet gemakkelijk gemaakt. Een ploeg uit een lagere afdeling kreeg vijf punten voorgift per reeks. Cuesmes kreeg zo 5 punten bonus, Oxaco 10 en Knokke zelfs 25. Maar zelfs die 25 punten hinderden ons niet”, weet Paul Weenen, die in een schrift de basisgegevens van zijn wedstrijden keurig genoteerd had. “Eerst moesten we naar Canter Schaarbeek (65-85), daarna naar Knokke (49-85), vervolgens naar Oxaco (57-75), in de kwartfinales naar Rubo Niel (45-62) en in de halve finales naar Cuesmes (61-84) in Henegouwen”, legt kapitein-spelverdeler Paul Weenen het traject uit dat VGO uiteindelijk naar de finale leidde. Daar ontmoetten de rood-gelen in het Zuidpaleis van Brussel Racing Brussel. Het valt op dat Paul Weenen in die hele bekercampagne veel scoorde: 25 punten in Canter, 19 in Knokke, 16 in Oxaco, 15 in Rubo Niel en 28 in Cuesmes. “Normaal scoorde Piet Van Huele de meeste punten. Ook Van Kers tekende veel korven aan”, reageert Weenen. “Ik scoorde redelijk veel punten, maar de driepunters bestonden toen nog niet. Wel shotte ik vaak van ver. Dat was mijn specialiteit. Bij een vroegere invoering van de driepunters zou ik een hoger aantal punten gescoord hebben maar tja, dat is bijkomstig. De verdedigingen waren in de jaren zestig fysisch minder dan nu, ze waren niet zo sterk. Maar ik had wel een goed shot”, beseft Paul Weenen die in de finale 20 punten aantekende, netjes verdeeld over de twee helften.

Zuidpaleis

Zaterdag 12 mei 1962 speelde VG Oostende de finale in het Zuidpaleis in Brussel tegen Racing Club Brussel. Het technisch en tactisch meesterschap van de Canards was beslissend. De drie VGO-internationals Weenen (20), Van Kersschaever (19) en Van Huele (19) scoorden bijna evenveel punten als heel Racing CB samen: 58 tegenover 65. Bij een snelle 6-17-voorsprong meenden de rood-gelen dat de buit al binnen was. Racing deed de score echter tot 35-30 kantelen. Aan de rust leidde vice-landskampioen VGO, dat het noorden niet verloor, met een minimale 35-36-score. “De bekerzege kwam nooit in gevaar”, herinnert Paul Weenen zich zestig jaar na de finale nog. In het verslag van de Zeewacht lezen we hoe de Végisten in een betere tweede helft vlot afstand namen van Brussel. “De tactiek van de mannen van René Mol was sluiten als een bus: het weerstandsvermogen van de tegenpartij aan scherven spelen en de weg vrijmaken naar de overwinning. Van bij de hervatting begonnen de bezoekers aan een geweldige forcing en die moest Racing onvermijdelijk op de knieën brengen. De voorsprong van de Oostendenaars nam stilaan grotere vormen aan en wanneer de beste Racingspeler, Van Gils, met vijf persoonlijke fouten van het terrein verdween, was het vonnis van de thuisploeg gekend. Van Kersschaever herkreeg zijn vrijheid, Weenen vond weer de goede richting.” Na de bekeroverhandiging feliciteerde ook Victor Boin, voorzitter van het Belgisch Olympisch en Interfederaal Comité, Paul Weenen en de andere Végisten. Victor Boin behaalde in 1908, 1912 en 1920 olympische medailles in het zwemmen, waterpolo en schermen.

Ik scoorde redelijk veel punten, maar de driepunters bestonden toen nog niet

Een lepeltje

De bekerwinnaars van VGO anno 1962. Onderaan zien we de basisvijf van VGO: Paul Weenen, Robert ‘Tjolle’ Jolyt, Lucien Van Kersschaever, Piet Van Huele en Francois Clement. Rechtstaand: Michel Kaiser, Willy Klaassen, coach René Mol (met das), voorzitter Hubert Caenen, Roch Campana, Mark Stanghé en John Bourgoignie. (repro Peter Maenhoudt)
De bekerwinnaars van VGO anno 1962. Onderaan zien we de basisvijf van VGO: Paul Weenen, Robert ‘Tjolle’ Jolyt, Lucien Van Kersschaever, Piet Van Huele en Francois Clement. Rechtstaand: Michel Kaiser, Willy Klaassen, coach René Mol (met das), voorzitter Hubert Caenen, Roch Campana, Mark Stanghé en John Bourgoignie. (repro Peter Maenhoudt) © Peter MAENHOUDT

Bekerwinnaar VG Oostende stelde die zaterdagnamiddag tien spelers op. “We hadden heel goede spelers waarvan er drie (Van Huele, Van Kersschaever en ik) al international waren en later ook Clement interlands speelde. Coach Mol had ons goed opgeleid voor een sterke verdediging. Ook hadden we een hechte teamspirit. De kern bestond bijna uitsluitend uit Oostendenaars die elkaar heel goed kenden”, omschrijft Paul Weenen de sterkte van dit VG Oostende. “We noemden de spelverdeler een back. Daarnaast waren er twee vleugels, een pivot (center, de man onder de korf) en een post (een speler die midden aan strafworplijn shotte)”, legt Paul Weenen de posities even uit. Kapitein-spelverdeler Paul Weenen, geroemd om zijn spelinzicht en zijn precies afstandshot, bespreekt zijn ploegmaats.

Ploegmaats

“Robert Tjolle Jolyt was groot, maar hij speelde ook graag back, een ander woord voor spelverdeler. We wisselden dus soms af. Francois Clement speelde op de rechtervleugel en had een goed shot. Hij kon een beetje van alles. De heel sterke en handige Lucien Van Kersschaever speelde pivot. Hij kon een goalletje maken en een goede pass geven. Ook was Lucien een enorme leutigaard. Voor ambiance moest je niet ver gaan. Piet Van Huele speelde post en pivot, hij baskette heel vaak onder het kot. De grote puntenmaker Piet was gekend voor zijn cuillère, de Franse benaming voor een lepeltje. De juiste basketnaam voor die aanvallende actie is een haakworp. Hij kon dat zowel met zijn linker- als met zijn rechterhand. Deze atleet, een volledige speler, shotte ook goed. John Bourgoignie baskette als vleugel en soms als spelverdeler. Linkerpoot Willy Klaassen was een linkervleugel. Journalist Bob Geuens noemde hem de Oostendse Steveniers. Op de rechtervleugel hadden we ook Campana, op de vleugel ook Mark Stanghé en op de post ook Michel Kaiser”, zegt Weenen. “René Mol was een uitstekende trainer. Hij leerde ons de spelsystemen heel goed aan. Onze verdediging stond goed op punt. Daarop hadden we dikwijls getraind.” (PR)

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier