In de meimaand van 1980 stapten vijf man van Avanti Brugge naar Sunair Oostende: manager Guido Blomme, spelers Mark Brown en Erik Mollet, kinesist Jos Desmet en materiaalmeester Alex Naeyaert.
...

In de meimaand van 1980 stapten vijf man van Avanti Brugge naar Sunair Oostende: manager Guido Blomme, spelers Mark Brown en Erik Mollet, kinesist Jos Desmet en materiaalmeester Alex Naeyaert."Bij Avanti was het toen niet meer aangenaam. Rudolf Vanmoerkerke wou zijn ploeg naar de top brengen. Mark Brown, een topper, speelde al vijf jaar in België en kwam in aanmerking om mettertijd Belg te worden", vertelt Jos Desmet. "Mark Brown wilde absoluut dat ik ook naar Oostende kwam. In zijn vijf seizoenen bij Avanti was hij bijna elke dag bij mij in behandeling voor zijn zwakke knieën. Rudolf Vanmoerkerke vond het ideaal dat ik ook naar Sunair kwam want Sunair BCO had geen kinesist. Ik nam dus niemands plaats in. Mijn komst was een toevoeging aan het bestaande potentieel aan begeleiders.""Al honderd keer heb ik gezegd dat de eerste landstitel de mooiste is. Dat zal ook zo blijven. Dat kan niet anders", glimlacht Jos Desmet die het beste BCO-team dat van 1984-1985 noemt. "Heath was toen weliswaar al weg bij Oostende. Toch noem ik de basis van toen een gouden vijftal. Nieuw in het team waren Sam Smith en Ed Rains, twee Amerikanen met NBA-ervaring. We hadden ook Rik Samaey en de inmiddels Belg geworden Mark Brown plus Herman Hauwaert.""Je kan je afvragen of die topploeg ook zonder een coach dat kampioenschap zou winnen", zegt Jos Desmet die zich het debuut van Sam Smith nog levendig herinnert. "Sam Smith kwam rechtstreeks van de luchthaven van Zaventem naar het tornooi in Sint-Joost-ten-Node. In dat jaar kwam voor de allereerste keer de driepunter in voege. Smith smeet meteen acht driepunters binnen", vertelt Jos die in 1986 zijn zoon Sam noemde naar Sam Smith. "Maar misschien was Ed Rains wel een van de beste spelers die we ooit hadden."Jos Desmet noemt de landstitel van 1984-1985 dus bijzonder maar hij denkt ook aan de volgende landstitel. "Het eerste seizoen dat Rik Samaey naar Mechelen vertrokken was, behaalden we toch opnieuw de landstitel", wijst Jos Desmet op het kampioenschap 1985-1986."Ook de titel met Ton Boot in 1994-1995 was heel mooi. Boot was een ijzig kalme man, die geen emoties toonde. Een paar seconden voor het einde van de titelmatch begon hij te springen en te huppelen, met zijn knieën in de lucht. Dat heeft hij slechts eenmaal in drie Sunair-jaren gedaan, ook elders in zijn carrière niet meer. Opmerkelijk", geniet Jos Desmet een kwarteeuw later nog na van dit beeld. "Ook de reeks met Dario Gjergja is fenomenaal. Vroeger bleef een coach maximaal drie jaar, meestal één of twee jaar. Gjergja won al negen kampioenschappen op rij met ons. Zijn eerste titel was bijzonder: een éénpuntzege na verlenging in de vijfde playoff-finale tegen titelverdediger Charleroi."Meer dan 80.000 voeten heeft Jos Desmet in 40 seizoenen bij Oostende getapet. "Natuurlijk telde ik de voeten niet", knipoogt Desmet. "Je kan het getal gemakkelijk bijhouden aan de bestellingen van tapes. Als je dat wil, kan ik voeten tapen met mijn ogen dicht. Tapen is een preventie om geen voetverzwikkingen op te lopen. Je doet het meestal met niet-rekbare en dus stevige tape. In de jaren 80 deden we dat enkel bij de wedstrijden. We hadden trouwens in het stedelijk sportcentrum onvoldoende accommodatie en er waren ook minder trainingen.""De jongste 25 jaar bracht ik elke training en elke match aan bijna alle voeten een tape aan. De manier van tapen is ook mee-geëvolueerd. Het tapen specifiek voor basketbal zorgt ervoor dat de sprongkracht even goed blijft maar dat de verzwikkingen afgeremd worden. Natuurlijk mag je niet zodanig tapen dat de basketter niet meer kan bewegen."Je mag aan Jos geen top tien van de beste Oostende-basketters vragen. "Ik heb er 500 meegemaakt en ze waren allemaal goed. Dan is het moeilijk een top tien te selecteren. Ik noem enkele spelers die de meeste indruk op me maakten. Zelig was de eerste niet-gevluchte Oost-Europese topper bij ons. Teletovic heeft later een ernstige carrière gemaakt, eerst in Spanje en daarna lang in de NBA.""Natuurlijk is er het trio Brown-Samaey-Heath uit de jaren 80. Ook Praskevicius, de eerste grote transfer van Vande Lanotte, is een topper die bij ons kwam spelen om na een enkel- en vingerblessure weer op niveau te komen. Lojeski maakte na België een prachtige carrière in Griekenland. In één adem spreek ik Djordjevic en Petrovic uit want beiden spelen bij ons om en bij de tien seizoenen. Dan is er ook de top drie van Belgische point-guards: Bayer-Jaumin-Van Rossom. Ook Wojcik was heel goed; helaas vertrok hij na een jaar naar Charleroi, een soort landsverraad. Wojcik is veel te vroeg gestorven. Ik noemde eerder al Smith en Rains.""Het is fantastisch dat spelers die al lang uit Oostende weg zijn, je sympathiek groeten wanneer je hen opnieuw ontmoet. Vele jaren kwamen we zowat overal in Europa iemand tegen die bij ons gespeeld had. Ik denk aan Drobnjak in Slovenië, Kaukenas in Italië, Praskevicius in Turkije, Ovcina in Duitsland, Kullamäe in Estland, coach Bauermann in Duitsland. Als Holden in ons land matchen scout, komt hij ook steeds vriendelijk langs. Wucherer was zelfs geen vol jaar bij ons maar praat ook heel vriendelijk met ons. Het betekent dat je niet alleen als stuk van de ploeg maar ook als mens gewaardeerd wordt."Jos Desmet acht het niet mogelijk om de beste coach in Oostende te noemen 'want ze hadden elk hun verdiensten'. In zijn loopbaan bij Oostende heeft hij er 30 gekend. In willekeurige volgorde noemt hij wel enkele beste coaches. "Wie ik vroeger niet zou noemen maar nu wel moet noemen, is Nick Nurse. Hij won het NBA-kampioenschap en is coach van het jaar. Beter kan niet.""Vroeger was hij zeker niet onze beste coach. Bij de beste coaches noem ik Dutremble, Boot, Bauermann, de Kers en natuurlijk Gjergja", zegt Jos die graag ook drie basketvrienden vermeldt. "Met Frans De Boeck, Thierry Declercq en Freddy Eyland heb ik heel veel seizoenen samengewerkt en ook veel Europabaker-reizen meegemaakt. Soms zagen we mekaar meer dan ons gezin." (Peter Rossel)