Op dinsdag 15 mei slaat de Belgische zwembond (KBZB) een belangrijke bladzijde in de geschiedenis om. Dan wordt namelijk een opvolger voor voorzitter Michel Louwagie gekozen. Liefst twee decennia stond de 62-jarige inwoner van Sint-Martens-Latem met Brugse roots aan het roer. "20 jaar, ik denk dat het welletjes is geweest", vertelt hij. "Het is tijd voor vernieuwing en verjonging."
...

Op dinsdag 15 mei slaat de Belgische zwembond (KBZB) een belangrijke bladzijde in de geschiedenis om. Dan wordt namelijk een opvolger voor voorzitter Michel Louwagie gekozen. Liefst twee decennia stond de 62-jarige inwoner van Sint-Martens-Latem met Brugse roots aan het roer. "20 jaar, ik denk dat het welletjes is geweest", vertelt hij. "Het is tijd voor vernieuwing en verjonging."Wil dat zeggen dat je uitgekeken bent op de zwembond?"Nee, integendeel. Ik zal na 15 mei het Belgische zwemmen van nabij blijven volgen. Maar dan meer vanop een afstand. Ik neem ook geen afscheid omdat ik geen toekomstvisie meer heb. Alleen is het zo dat je na een tijd plaats moet durven maken voor iemand met nieuwe, verfrissende ideeën."De beslissing om je functie als voorzitter vacant te stellen nam je vorige zomer al..."Een bewuste keuze. In september 2017 heb ik de bestuursleden van de Belgische zwembond laten weten dat ik me niet herverkiesbaar zou stellen. Ik wou er zo voor zorgen dat potentiële kandidaten genoeg tijd zouden krijgen om na te denken of ze voorzitter wilden worden en om ook eigen krachtlijnen uit te stippelen."De voorwaarden om KBZB-voorzitter te worden werden ook aangepast?"Dat gebeurde enkele jaren geleden al. Die voorwaarden waren gewoon te streng om genoeg valabele kandidaat-voorzitters te vinden. Een aanpassing ging bijvoorbeeld over het clublidmaatschap. Vroeger moest je als voorzitter lid zijn van een zwemvereniging, nu is dat niet meer nodig. Die onafhankelijkheid is belangrijk, vind ik."Hoezo?"Dit kadert in goed bestuur. Ik zal een voorbeeld geven. Zwemmen is een kleinere sport, waardoor het minder gemakkelijk is om bestuursleden te vinden. Ouders van kinderen engageren zich vaak om de club te helpen. Als het bestuur dan een bepaalde beslissing neemt, kan het erop lijken dat kinderen van die bestuursleden er voordeel uit halen. Bij de Belgische zwembond kan iets dergelijks ook gebeuren. Als de voorzitter lid is van een zwemclub die gebaat is bij een beslissing van de bond, kan hij of zij plots belangenvermenging worden aangewreven. Ook al is dat niet zo."Herinner je je nog de eerste keer dat je tot voorzitter van de KBZB werd verkozen?"De eerste keer vergeet je niet. Ik was 42 jaar en eerlijk, ik wist niet echt waar ik aan begon. Het was een stap in het onbekende, al was ik wel heel blij dat ik voorzitter werd. Toen was ik nog bekend als een ex-zwemmer, als een voormalig Belgisch kampioen (op de rugslag, red.). Dat heeft zeker in mijn voordeel gespeeld. (lachje) Mijn verleden als zwemmer is nu een pak minder bekend."Net als het feit dat je lange tijd verbonden was aan de universiteit van Gent."Ik ben van 1978 tot 1994 docent zwemmen geweest. Een mooie, leerrijke periode. De laatste vier jaar combineerde ik die functie met het management van AA Gent. Uiteindelijk koos ik ervoor om helemaal naar het voetbal over te stappen."Waar kwam die ambitie vandaan om als voetbalmanager de zwembond te gaan leiden?"Ik ben via kennissen bij AA Gent terechtgekomen en de zwemsport is altijd mijn passie geweest. In 1998 vond ik dat iets moest terugdoen en stelde ik me kandidaat. De rest van het verhaal ken je."Door die combinatie van functies kan je beide sporten goed vergelijken. Qua trainingsarbeid bijvoorbeeld."Het verschil is enorm natuurlijk. Een zwemmer moet leven voor zijn sport, anders haalt hij zijn doelen niet. Heel veel én hard trainen, het kan niet anders. Dat was al zo in mijn tijd - als zwemmer heb ik ook ettelijke uren baantjes getrokken - en dat is zeker niet veranderd. In het voetbal wordt er de laatste jaren ook hard getraind in bepaalde periodes, dat moet ik benadrukken. Vroeger was dat niet altijd zo. Begin jaren negentig speelden er in de eerste klasse spelers met beperkte fysieke mogelijkheden. Die haalden de ploeg omdat ze technisch sterk waren."Als manager ken je ook de verloning van voetballers..."Zwemmers moeten harder trainen en verdienen peanuts. Daarom is het zo dat je als zwemmer enorm gedreven moet zijn, anders hou je het niet vol. Voor de media-aandacht moet je trouwens ook niet echt gaan zwemmen. Naar grote kampioenschappen toe krijgen de topzwemmers de pers over de vloer, maar de anderen..."Ons land heeft met Pieter Timmers een wereldtopper in huis. Tijdens de Olympische Spelen in Rio de Janeiro pakt hij zilver op de 100 meter vrije slag. Is dat het mooiste moment dat je als voorzitter meemaakte?"Ik maak een onderscheid tussen individuele en collectieve prestaties. Op individueel vlak mag er inderdaad geen twijfel zijn: die zilveren medaille voor Timmers was fantastisch. Als voorzitter van de zwembond kan je daar alleen maar supertrots op zijn. Wat het collectief betreft - ik hecht daar ook veel belang aan, wellicht door mijn voetbalachtergrond - is het een heel leuke vaststelling dat de Belgische aflossingsploeg al een aantal jaar een gevestigde waarde is. Of het nu gaat om een EK, een WK of de Olympische Spelen, ons team maakt altijd een kans om de finale te halen. Dat is begonnen in Barcelona (WK groot bad in 2013, red.) en we blijven het goed doen. Geen sinecure nochtans, want de traditionele toplanden tellen veel meer inwoners en hebben dus in theorie veel meer talent in huis."En dan zijn er in België dan nog eens drie zwembonden..."De KBZB overkoepelt de Vlaamse en Waalse zwemfederatie, dat klopt. Maar in die 20 jaar heb ik altijd goed kunnen samenwerken met de VZF en de FFBN. Daar ben ik ook best trots op."Mooie momenten worden altijd afgewisseld met moeilijke. Houdt u ergens een wrang gevoel aan over?"De problemen rond het waterpolo vond ik best lastig. Ik heb zelf nog een tijd die sport beoefend. In 2016 nam de zwembond de beslissing om gemengde ploegen maar tot 11 jaar toe te laten (daarvoor konden meisjes gemengd spelen tot 17 jaar, red.). Eerst werd er vanuit de politiek druk uitgeoefend om die beslissing terug te draaien, wat later mengde ook het Centrum voor Gelijke Kansen zich in de discussie."Maar als voorzitter bleef je bij jouw standpunt."Ik was én ben ben van oordeel dat jongeren die beginnen te puberen nog moeilijk gemengd kunnen spelen. Waterpolo is een contactsport waarbij het er vooral onder water hard aan toegaat. In het kader van sportethiek ben ik van oordeel dat je daarom best anticipeert. In elk geval werd dat niet zo gesmaakt en heeft dat gevolgen gehad naar het waterpolo toe (begin dit jaar werd het directiecomité waterpolo binnen de zwembond vervangen, red.)."Je beleefde ook enkele moeilijke momenten met Ronald Gaastra, die lange tijd hoofdcoach was van de Vlaamse Zwemfederatie en Pieter Timmers traint."Ik heb geen problemen met Gaastra zelf, ik vind hem een heel goede trainer. Hij loodste Timmers naar zilver op de Spelen in 2016 en Frederik Deburghgraeve naar goed op de Spelen in Atlanta. Alleen kan hij geen opbouwende kritiek verdragen."Je verwijst naar 2013?"Op het wereldkampioenschap in Barcelona liet hij Timmers voor de reeksen uit de aflossingsploeg 4x100 meter vrije slag. Ons land greep zo net naast een finale, het scheelde zes honderdsten van een seconde. Ik heb toen gezegd dat zoiets niet kon, je moet altijd je beste vier laten zwemmen. Je moet steeds het maximum eruit proberen te halen en dat is toen niet gebeurd. Zo strafte hij eigenlijk de andere leden van de aflossingsploeg."Daardoor boterde het niet echt tussen jou en de Nederlander?"Nogmaals, ik heb geen probleem met Gaastra. Dat hij ook regelmatig kritiek had op de zwembond en mijzelf? Ik ben een voetbalmanager, weet je wel. In al die jaren heb ik geleerd hoe je het best met kritiek kan omgaan..."Zelf heb je ook je verdiensten als zwemcoach..."Ik heb een tijd triatleet Luc Van Lierde onder mijn hoede gehad. Luc moest hard trainen op het zwemonderdeel, daardoor lag hij regelmatig drie, vier uur in het water. (korte stilte) Ik denk niet dat ik een gemakkelijke trainer was. Ik wilde het maximum uit hem halen. Telkens hij een mooi resultaat boekte, was ik ook heel tevreden. Want als trainer stopte ik heel wat uren in de voorbereiding van de trainingen."Tot slot. Straks zal er iets meer tijd vrijkomen. Wat ga je ermee doen?"Ik heb als manager van AA Gent geen nine-to-fivejob, wat extra vrije tijd zal goed van pas komen. Ik ben van plan om meer dingen samen te doen met mijn kinderen en kleinkinderen. Joggen is ook een passie van mij, twee- tot driemaal per week bind ik de loopschoenen aan. Neen, vervelen zal ik me zeker niet."