Neen, een grote prater zal Tristan Vandenbussche waarschijnlijk nooit worden. En dat hoeft ook niet. In topsporttermen zijn het de benen en armen die moeten spreken. De jonge Bruggeling, die in februari zijn 18de verjaardag mocht vieren, weet waarmee hij bezig is. Stadsgenoot Niels Van Zandweghe, in Tokio 2020 medaillekandidaat in de dubbeltwee met Gentenaar Tim Brys, verwoordde het eind mei in deze krant als volgt: "Tristan heeft veel kwaliteiten, is een harde werker en is er bewust van waarmee hij bezig is. Je mag nog zoveel talent hebben als je wil, dat laatste is als roeier heel belangrijk."
...

Neen, een grote prater zal Tristan Vandenbussche waarschijnlijk nooit worden. En dat hoeft ook niet. In topsporttermen zijn het de benen en armen die moeten spreken. De jonge Bruggeling, die in februari zijn 18de verjaardag mocht vieren, weet waarmee hij bezig is. Stadsgenoot Niels Van Zandweghe, in Tokio 2020 medaillekandidaat in de dubbeltwee met Gentenaar Tim Brys, verwoordde het eind mei in deze krant als volgt: "Tristan heeft veel kwaliteiten, is een harde werker en is er bewust van waarmee hij bezig is. Je mag nog zoveel talent hebben als je wil, dat laatste is als roeier heel belangrijk." Hallo Tristan Vandenbussche? Een bescheiden glimlachje volgt als we hem met de lovende woorden van zijn vijf jaar oudere clubgenoot confronteren. "Er zijn er die keihard trainen", legt hij uit. "Ik ook, hoor. Maar ik werk mijn schema's altijd goed af. Niels is zelf ook zo, terwijl anderen het daar niet zo nauw mee nemen. Ik denk dat Niels dat wilde zeggen."Dit mag dan wel Krant van West-Vlaanderen zijn, Vandenbussche zal zich tijdens de maand juli allesbehalve West-Vlaming gevoeld hebben. Hij verbleef namelijk voortdurend in Hazewinkel, het vaste stageoord voor de Belgische roeiers in Willebroek. "Sinds 1 juli ben ik er non-stop geweest", lacht Vandenbussche. "Of toch niet: één namiddag ben ik naar huis gegaan. Ik ben dit al gewoon. In Hazewinkel heb ik alles wat ik nodig heb. We trainen er aan de roeibaan. We eten er. We slapen er. Mijn dagen bestaan uit niets anders. 's Ochtends staat er voor het ontbijt een looptraining gepland. Daarna volgt een eerste roeitraining en na de middag nog een andere. Twee keer per week trek ik ook naar de fitness voor de krachttraining. En tussendoor doe ik een dutje, over de middag. Wat bijslapen is nodig als je twee keer per dag traint. Ik probeer daarnaast om zo weinig mogelijk uit te gaan en let op mijn voeding. Ja, ik vind dat ik al vrij professioneel met mijn sport bezig ben."Deze week reisde Vandenbussche al af naar Tokio, Japan. Daar vinden van woensdag 7 tot en met zondag 11 augustus de wereldkampioenschappen roeien voor junioren plaats. Een jaar geleden was het Tsjechische Racice het decor van de regenboogstrijd en behaalde de toen nog maar 17-jarige Bruggeling een mooie bronzen medaille, het eerste Belgische eremetaal sinds Tim Maeyens (brons in Plovdiv) in 1999. Maar terwijl Maeyens, die in zijn latere carrière een keer vierde en zesde werd op de Olympische Spelen, een jaar later de overstap naar de senioren maakte, krijgt Vandenbussche nog een unieke kans om wereldkampioen bij de junioren te worden. Na zijn Europese titel in mei in het Duitse Essen start hij dan ook als topfavoriet. "Ik denk dat het vooral de mensen zijn die mij als één van de favorieten beschouwen, maar zelf zie ik dat zo niet. Natuurlijk start ik met de bedoeling om te winnen. Dat wil ik altijd. Maar of dat mogelijk is, zien we daar wel."De tegenstand komt uit verschillende hoeken. "De tweede en de derde van het voorbije EK (een Wit-Rus en een Zwitser, red.) zullen twee te duchten klanten zijn", denkt Vandenbussche. "Daarnaast verwacht ik Italië en van de grote roeilanden ook Australië, Nieuw-Zeeland en de VS."Naar eigen zeggen heeft Vandenbussche sinds zijn Europese titel nog progressie geboekt. "Ik wilde de voorbije twee maanden aan mijn minpunten werken en denk dat dit gelukt is. Fysiek heb ik een stap gezet, want tijden liegen nooit. Maar vooral op technisch vlak was er werk aan de winkel. Het zijn beide belangrijke factoren, maar voor mij steekt het technische aspect er toch nog bovenuit. Iemand met veel kracht zal niet vooruitgaan als hij geen techniek heeft, terwijl dat voor iemand zonder kracht maar met de juiste techniek wel het geval zal zijn."In een eerder interview met deze krant, naar aanleiding van onze jaarlijkse Sterren van Morgen, liet Vandenbussche in december 2018 optekenen dat hij volgens zijn coach op genetisch vlak een en ander van Moeder Natuur heeft meegekregen. "Daarmee doelde ik vooral op mijn kracht. Fysiek ben ik redelijk sterk. Dat bekom je door veel te trainen, maar van nature ben ik sowieso al behoorlijk atletisch."Vandenbussche wikt en weegt soms zijn woorden, maar weet heel goed waarmee hij bezig is. Dat kan ook moeilijk anders, met Dirk Crois en Hannes Obreno als begeleiders. "Dirk heeft een pak ervaring en brengt mij technisch heel veel bij. Met Hannes, die mij op dit WK vergezelt, is er minder verschil in leeftijd. Voor mij is het makkelijk om met hem te praten. Hannes is ook nog maar net gestopt en weet perfect hoe het er in een wedstrijd aan toegaat en wat ik op welk moment moet doen. Het is de ideale combinatie."Bij de Brugse Trimm- en Roeiclub willen ze er nog niet te veel aandacht aan besteden, maar ondanks Vandenbussches jonge leeftijd werd logischerwijze al aan Tokio 2020 gedacht. Zelf wil hij er nog niet te diep op ingaan. "Momenteel ben ik daar niet mee bezig. Pas na het WK kunnen we dat misschien eens bekijken." Hoe je het echter ook draait of keert, de Brugse traditie op de Olympische Spelen is ook Vandenbussche niet onbekend. "Natuurlijk weet ik dat Dirk ooit een medaille heeft behaald. Wim Van Belleghem nam er ook ooit deel, net als Pierre-Marie Deloof, Ann Haesebrouck... En recenter ook Tim Maeyens en Hannes Obreno. Een WK is mooi, maar naar de Olympische Spelen gaan, is voor elke roeier de ultieme droom."In afwachting daarvan moet nog een ander katje gegeseld worden. In september vat Vandenbussche de studie rechten in Gent aan. "Mijn eerste jaar zal ik over twee jaar spreiden. Daarna zien we nog wel, maar ik besef dat het sowieso moeilijk te combineren zal zijn."