Sportief succes smaakt naar meer voor Alexander Doom: “Velen geloofden niet dat ik het zo ver zou schoppen”

Alexander Doom, die hier de stok net doorgaf aan Jonathan Sacoor, was dé openbaring op de Olympische Spelen in Tokio. © DIRK WAEM BELGA
Arjan Desante
Arjan Desante Eindredacteur

Hoewel hij pas laat zeker was van deelname, strandde Alexander Doom (24) afgelopen zomer op een zucht van een olympische medaille in Tokio. De Roeselarenaar boekte dit jaar enorm veel progressie en wordt binnenkort fulltime atleet. “Ik ben benieuwd hoeveel impact dat zal hebben op mijn prestaties, maar sowieso zit er nog rek op.”

Alexander, al bekomen van je debuut op de Olympische Spelen met de Belgian Tornados?

Alexander Doom: “Toch wel! In eerste instantie ben je natuurlijk ontgoocheld met een vierde plaats, maar steeds meer overheerst een trots gevoel. Op de drie vorige Olympische Spelen waren we met onze tijd minstens tweede geworden op de 4 x 400 meter. Natuurlijk steekt dat, maar helaas waren er drie landen sneller.”

De olympische ringen staan inmiddels op je gesponsorde auto én als tattoo op je pols. Een sleutelmoment in je leven dus?

“Absoluut, vooral omdat veel mensen er niet in geloofden dat ik het ooit zo ver zou schoppen. Dan doet het extra deugd om je te bewijzen. En sowieso: voor iedere sporter in een olympische discipline is het de ultieme droom om daar in actie te komen.”

En straks word je voor het eerst fulltime profsporter. Het beste moet dus nog komen?

“Hopelijk wel! Momenteel volg ik een opleiding bij Defensie, waar ik een topsportstatuut krijg. Die opleiding in Kleine Brogel duurt nu nog een goede twee maanden, daarna mag ik me voluit op mijn atletiekcarrière richten. Uiteraard ben ik benieuwd hoeveel impact dat zal hebben op mijn prestaties. Sowieso heb ik het gevoel dat er nog rek op zit. Eigenlijk was het mijn doel om onder de magische grens van 46 seconden te duiken op de 400 meter, maar met mijn besttijd van 45”34 komt er nu een andere grens in zicht. De broers Jonathan en Kevin Borlée zijn de enige Belgen die ooit onder de 45 seconden doken, het zou héél mooi zijn om ook in dat rijtje te komen.”

Met jouw tijden leek het een evidentie dat je mee mocht naar Tokio, maar dat was toch lang onzeker?

“Uiteindelijk is het Jacques Borlée die beslist, dus zeker weet je het nooit. Dat zou inderdaad allemaal wel wat duidelijker mogen, maar iedereen in de atletiekwereld weet dat hij een beetje een speciale man is. (lacht) Daarnaast ging het ook best snel voor mij. Pas na het EK indoor in maart heb ik echt de klik gemaakt. Ik klopte plots mannen die ik normaal niet kon verslaan, liep steeds snellere tijden… En dan kwam later die Belgische titel nog, gevolgd door mijn selectie voor Tokio.”

“Onder de 45 seconden op de 400 meter, zoals de broers Borlée, zou heel mooi zijn”

“Met de Belgian Tornados hadden we nu alvast een ideale mix van jonge en ervaren atleten. Zo zijn Jonathan en Kevin Borlée ook heel gewone jongens, ondanks hun palmares. In het begin liep de samenwerking misschien wat stroever, maar intussen zien ze dat ik mijn plaats in de selectie zeker waard ben en klikt het best goed.”

Kevin en Jonathan zijn natuurlijk al 33, zijn zij er nog bij in Parijs 2024? Jij zou dan net op je best moeten zijn…

“In Parijs zou ik inderdaad de ideale leeftijd moeten hebben om te presteren, bovendien heb ik ook al de ervaring van Tokio op zak. Het doel is dan ook dat ik me niet alleen met het estafetteteam weet te plaatsen, maar ook individueel mijn plaats kan afdwingen op WK’s en Olympische Spelen. Daarnaast is er nog de gemengde 4 x 400 meter, waar ik zeker nog kansen zie voor België. Mooie vooruitzichten, maar het is inderdaad onzeker of dat nog met Kevin en Jonathan zal zijn. Net daarom is het belangrijk om voldoende jonge atleten te betrekken in het project. En met Dylan Borlée, Jonathan Sacoor en mezelf staat er sowieso nog wel iets.”

Je bent overigens niet alleen atleet, maar ook nog trainer bij je club KAVR?

“In het weekend geef ik inderdaad training aan de meerkampers. Dat ligt een beetje in het verlengde van mijn eerdere studies als leerkracht en ik doe dat gewoon graag. Mijn vader Christ en broer Elias zijn trouwens ook allebei trainer bij KAVR. Elias was tot zowat twee jaar geleden ook serieus met atletiek bezig, als meerkamper, maar dat was moeilijk te combineren met zijn studies. Mijn vader is dan weer de persoon die me introduceerde in de atletiek. Hij was vroeger lang marathonloper en nam mij dan mee naar de clubtrainingen. Zo leerde ik op een fijne, ongedwongen manier de sport kennen. Nadien volgde hij dan de trainerscursus en werd hij onder meer mijn trainer. Pas toen ik in 2013 goud won op EYOF besloten we het professioneler aan te pakken, met ook een externe trainer.”

Professioneel trainen, zelf nog trainer, een extra opleiding… Is er nog tijd voor een partner of hobby’s?

“Een vriendin heb ik momenteel niet. Aangezien ik de komende maanden vooral in Kleine Brogel zit, zal het nog wel even rustig zijn op dat vlak. (lacht) Die militaire initiatiefase is nu even heel druk, maar het is een must voor iedereen die bij Defensie aan de slag gaat. Daarna zal het weer normaler zijn. Zo ga ik graag aan zee wandelen met onze Engelse cockerspaniël. Ideaal om het hoofd leeg te maken en te ontstressen voor een belangrijke wedstrijd.”

Alexander Doom


Geboortedatum: 25 april 1997.

Sport: atletiek.

Woonplaats: Roeselare.

Studie: leerkracht LO en techniek aan Arteveldehogeschool, momenteel militaire basisvorming bij Defensie.

Team: Koninklijke Atletiek Vrienden Roeselare (AVR).

Familie: woont samen met vader Christ en 20-jarige broer Elias Doom.

Palmares: won in 2013 de 400 meter op het Europees Jeugd Olympische Festival (EYOF) in Utrecht. Drievoudig Belgisch kampioen op de 400 meter indoor en dit jaar ook Belgisch kampioen op de 400 meter outdoor met een besttijd van 45”34, waarmee hij de zesde snelste Belg ooit is.

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.