Pol Willems uit Brugge mag zich in jiujitsu een negende dan noemen: “Mijn moeder vond judo maar laag-bij-de-gronds”

Pol Willems is trots bij het behalen van zijn negende Dan in jiujitsu. (foto ACR)
Redactie KW

Pol Willems (66) is een Bruggeling in hart en nieren. Zo is zijn vader opgegroeid in bakkerij Pickery op de Eiermarkt, waar nu café De Pick gevestigd is. Pol startte zijn vechtkunstcarrière in 1965, in het judo, en stapte nadien over naar jiujitsu, waarin hij nu zijn negende dan (graad) heeft behaald. En dat is een zeldzaamheid.

Volgens Pol Willems heb je vier vormen van jiujitsu of zelfverdediging. “Allereerst het gevecht vermijden en eventueel weglopen”, lacht hij. “De tweede vorm is competitie, die aan veel regels gebonden is. En dan zijn er twee vormen die ik zelf geef. Allereerst wat ik het ‘esthetische jiujitsu’ noem, met een mooie overgang van de ene techniek naar de andere, en het ‘realistische jiujitsu’, waarbij het gevecht na amper tien seconden kan en zou moeten voorbij zijn.”

Na een vijftal jaren judo te hebben gevolgd bij Albert Plovier, sloot Pol zich aan bij Marcel De Groote. Die gaf na de judoles nog een uurtje zelfverdediging. Dat was de aanzet tot Pols grote passie voor het jiujitsu. Samen met Rudy De Klerck werd hij de grondlegger van een eigen club in Brugge.

Hij werd er hoofdtrainer, voorzitter en nadien ook internationaal scheidsrechter bij de JJIF (Ju-jitsu International Federation) en docent bij de VTS (Vlaamse Trainersschool). Pol geeft en volgt vele stages. Eén ding staat nog op zijn bucketlist: een reis naar Japan, de bakermat van de vechtkunsten.

Dikke Willems

“Eigenlijk mocht ik van mijn ouders niet met judo beginnen”, vertelt hij. “Vooral mijn moeder vond dat wat laag-bij-de-gronds. Ik was vroeger zwaarlijvig, werd als jonge gast op school vaak gepest en Dikke Willems genoemd, en ik stelde mij soms iets te agressief op. Mijnheer Doktoor stelde voor om aan judo te doen, zodat ik mijn gedrag wat kon kanaliseren. Nadien heb ik ook nog vele jaren karate en aikido gedaan.”

Als voorbereiding en om te oefenen voor zijn eerste dan trok Pol zelfs twee jaar lang naar zijn vrienden bij de Karateclub Brugge. Hij beoefende de sport zelf in de Valkaart in Oostkamp, met Marc Vercamst, en werd er provinciaal kampioen kata. Opmerkelijk: in het judo geraakte hij ‘maar’ tot de groene gordel.

“Het ironische is dat ik op een examen werd gebuisd omdat ik niet genoeg namen in het Japans kende. Voor blauw (de gordel na groen, red.) vroegen ze de Japanse naam van bepaalde houdgrepen. Ik kon er geen antwoord op geven. En zeggen dat ik daarin nu zelf zo streng ben. Met de technische commissie binnen de federatie, waar ik secretaris ben, zijn we een nieuw boek aan het maken. Ik heb ervoor gepleit dat de Japanse namen erbij staan.”

Er moet in jiujitsu officieel minimaal zes jaar tussen de achtste en de negende dan zitten.

Hele eer

“Een hele eer. Als mijn lichaam en mijn gezondheid het toelaten, kan ik nu voor een tiende gaan. Hopelijk bereik ik dan over zes jaar het hoogst haalbare”, verwijst Pol naar zijn wit-rood geblokte ceremoniële gordel destijds. “Die kreeg je vanaf je zesde dan. Je bent niet verplicht om die te dragen. Ik deed die gordel eens voor een training in de club aan, met het gedacht dat men mij wel zou zien als een ver gevorderde in jiujitsu.”

“Niets was echter minder waar: iemand die om inlichtingen kwam, wendde zich tot een hulptrainer, die een zwarte gordel had”, glimlacht de Bruggeling. “Nu staan er streepjes op. Ze hebben in die zin dikke rode gordels ontworpen, met voor mij dus negen streepjes.”

Negen graden behalen. Er zijn er niet veel in ons land die dat kunnen voorleggen. Aan de voorwaarden voldoen vergt veel. Voor Pol is dat een weg die hij sinds 1965 aflegt, naast het lesgeven en de cursussen die hij volmaakt. Stress voor een examen is er niet.

Vanaf de vijfde dan hoeft zo’n examen niet meer en vragen ze een continue inzet voor de federatie. “Naast de werking binnen onze eigen Ju-Jitsu Club Brugge, elke dinsdag- en donderdagavond in Sport Vlaanderen in Assebroek. We hebben nu 24 leden. De leeftijd varieert enorm. De jongste is een meisje van vijftien jaar, de oudsten zijn er twee van 75.”

Een attitude

Jongeren die bijvoorbeeld met zichzelf geen blijf weten, leren in het jiujitsu een code: beleefdheid, respect voor anderen, loyaliteit. Het gaat dus niet enkel om het leren van wat technieken, wel om een volledige attitude.

Jiujitsu kan bij de Brugse club gevolgd worden vanaf veertien jaar.

“Een jeugdafdeling voor hen die jonger zijn, zie ik niet zo zitten. Lesgeven aan heel jonge kinderen: het ligt mij niet. Het is uiteraard meer motiverend als de meeste leden aanwezig zijn. Het seizoeneinde nadert nu, dat geeft voor mij in de zomervakantie dan wat meer de tijd om eens te tennissen of te lopen.”

(AC)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.