Papa Christ over zijn zoon en kersvers wereldkampioen Alexander Doom: “Zwaar feesten is er nooit bij: topsport is eigenlijk heel saai”

Alexander Doom met zijn vader Christ en broer Elias. © Stefaan Beel
Koen Kerkaert
Koen Kerkaert Medewerker KW

Zondagavond volgde papa Christ Doom (52) de unieke prestatie van Belgian Tornado Alexander (24) samen met zijn andere zoon Elias (21). “Sportief gezien is dit zonder twijfel het allerhoogste wat hij ooit heeft bereikt.”

“Toen we wisten dat de Amerikanen de finale niet liepen, durfden we allebei stilletjes hopen op een medaille. Elias zei langs zijn neus weg dat we misschien eens atypisch Belgisch moesten denken en gewoon voor goud gaan. Onze bescheiden aard als pure West-Vlaming wil zoiets nooit uitspreken”, lacht Christ. “Door de adrenaline en de vele berichtjes achteraf heb ik zondagnacht weinig geslapen.”

“In de aanloop naar zo’n kampioenschap is Alexander behoorlijk rustig. De dag zelf kan hij zich enorm focussen. Het enige wat hij doet is heel veel rusten en mentaal naar die wedstrijd toeleven. Dat is een kunst op zich. Als familie zit je een halfuurtje in de zetel te stressen, maar voor hem begint de wedstrijd ‘s morgens al. Op tijd eten is belangrijk. Ze zijn een tijdje onderweg naar het stadion waar ze zich officieel moeten aanmelden. Na de opwarming zitten ze samen met de andere atleten verplicht in de call-room. Ze lopen hun reeks, gaan terug naar hun hotel en dan begint hetzelfde ritueel opnieuw.”

“Daar moet je echt wel mee leren omgaan. Gelukkig is Alexander mentaal heel sterk. Als hij een wedstrijd loopt, weet hij perfect waar hij mee bezig is. Zo’n finale win je niet alleen met techniek en uithouding. Ook het hoofd is een belangrijke factor. In het begin van zijn finalewedstrijd kreeg hij een duw van die Spanjaard. Het feit dat hij zich niet vlug laat intimideren, is altijd één van zijn sterktes gebleken.”

Introvert

Alexander Doom bracht zijn lagere schooltijd door in de Vikingschool. “Hij was een gemakkelijke leerling die goed overeen kwam met de leerkrachten. Daarna volgde hij de richting moderne talen in de VMS. Mijn beide zonen hebben hun middelbaar zonder problemen afgewerkt. Hij heeft een heel goede band met zijn broer. Het zijn twee verschillende karakters. Elias is extraverter dan Alexander, maar ze vullen elkaar goed aan. Vanaf hun zevende begonnen ze aan atletiek te doen. Eerst bij FLAC en daarna ging het naar AVR. Alexander proefde wel eens van een andere sport zoals handbalinitiatie, maar eigenlijk genoot atletiek altijd zijn voorkeur.”

Julien Watrin, Jonathan Sacoor, Kevin Borlee and Alexander Doom pronken met hun gouden medaille op het podium van de 4x400m relay.
Julien Watrin, Jonathan Sacoor, Kevin Borlee and Alexander Doom pronken met hun gouden medaille op het podium van de 4x400m relay. © JASPER JACOBS BELGA

“In het begin had hij een voorliefde voor de werpnummers. Hij werd ooit Belgisch discuswerpkampioen bij de kadetten. Toen we in Sint-Truiden aan het wachten waren op zo’n discuswedstrijd, liep hij – om de tijd te doden – mee met een 300 meter. Dat ging verbazend vlot en zo richtte hij zich op deze discipline. Op zijn eerste 400 meter haalde hij meteen brons. Zijn grootste kwaliteit is het feit dat hij maar één doel voor ogen heeft. Dat is sport. Hij heeft geen andere hobby’s. Af en toe speelt hij eens op zijn Playstation.” Alexander is een brave kerel en heeft net als zijn vader een gesloten karakter.

Cava

“Het is iemand die zonder veel woorden overal een handje toesteekt. Als hij de strijkmand ziet staan, begint hij spontaan te strijken. Hij staat ook graag achter het fornuis. Hij kan enorm genieten van lekker eten. Voor zijn 25ste verjaardag gaan we trouwens binnenkort naar Saint-Nicolas in Elverdinge. Indien hij alles zou eten wat hij wil, is topsport niet haalbaar. Op dat vlak moet hij veel opofferingen doen. Na zo’n overwinning denkt de buitenwereld dat er zwaar gefeest wordt. Veel meer dan een glaasje cava en wat muziek is er niet bij. Zoiets spreekt misschien tot de verbeelding, maar topsport is in se heel saai. Als je af en toe successen boekt, kun je je daaraan optrekken. In mindere periodes, hebben veel sporters het moeilijk om zich op te laden.”

Alexander proefde wel eens van een andere sport, maar atletiek genoot de voorkeur

“Op Belgisch niveau zat er wel potentieel in Alexander, maar wij hadden nooit durven dromen dat hij op wereldvlak zou meespelen. Hij won ooit de jeugdolympiade in een goede tijd. Toen was hij amper 16. Daarna was hij enkele jaren behoorlijk bezig.”

“Zijn niveau is gezapig gegroeid. Er werd in die periode alleen over de Borlées gesproken. Ambitie genoeg, maar eigenlijk is hij te bescheiden van aard. In topsport is dat een nadeel. Hij zou meer moeten uitpakken met zijn prestaties. Alexander werd tenslotte al vier keer Belgisch kampioen. Naar sponsors toe zal hij zich nooit profileren. Dat is misschien een werkpuntje.”

Tot aan de Olympische Spelen in Parijs wil hij zich volledig op zijn loopcarrière gooien. “Hij is afgestudeerd als leraar LO en techniek en volgde nog een opleiding tot zorgleerkracht. In België zijn er weinig mogelijkheden om aan topsport te doen. Defensie biedt talentvolle sporters een mogelijkheid. Momenteel heeft hij al vier maanden een militair topsportstatuut. Achteraf wil hij het zich zeker niet beklagen dat hij het nooit heeft geprobeerd. Dit jaar ligt zijn focus nog op het WK indoor in Eugene in de VS en het EK in München. Met deze estafettetitel in zijn binnenzak zou hij heel graag ook eens individueel willen scoren.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.