Judoclub houdt ermee op na vijftigjarig bestaan

Jammer genoeg zet Judoclub Beernem, net nu ze haar 50ste verjaardag kon vieren, een streep onder haar activiteiten. In december 1970 werd de judoclub Beernem boven de doopvont gehouden. De eigenlijke sportieve werking startte in 1971. De stichters waren 4 gekende Beernemnaars: nl. Camiel Van Hulle, Laurent Vandeweghe, dokter de Caluwé en Roger Ide. Na een pover jaar waarbij twee belangrijke trainers beslisten te stoppen, moet de club noodgedwongen ophouden te bestaan.

Vlnr. Patricia Waerniers, Rowan Cloet, Rudi Vandenbruwaene, Tim Vlaeminck, Silveer Claeys, Rik Vandenbruwaene, Ricky Vaernewyck (voorzitter), Piet De Rycke (gemeenteraadslid en oud-lid van de judoclub) en Odett Blomme.© (Foto AV)
Vlnr. Patricia Waerniers, Rowan Cloet, Rudi Vandenbruwaene, Tim Vlaeminck, Silveer Claeys, Rik Vandenbruwaene, Ricky Vaernewyck (voorzitter), Piet De Rycke (gemeenteraadslid en oud-lid van de judoclub) en Odett Blomme.© (Foto AV)

Het Belgische judo bereikte op het einde van de jaren ’70 de wereldtop dankzij Robert Van de Walle, en even later, ook door Ingrid Berghmans, die in de jaren ‘80 de beste vrouwelijke judoka ter wereld was. Maar hét allergrootste Belgische judosucces werd op de Olympische Spelen (4 jaar na Barcelona) geschreven tijdens de Spelen van Atlanta in 1996. De Belgische judoka’s kaapten er liefst 4 medailles weg: goud voor Ulla Werbrouck, zilver voor Gella Vandecaveye en brons voor Harry van Barneveld en Marie-Isabelle Lomba, allemaal onder leiding van de eigenzinnige bondscoach Jean-Marie Dedecker. De laatste jaren moest judo helaas aan populariteit inboeten: “Judo is momenteel ook niet de meest populaire sport. Veel toppers zijn verdwenen en het minder in de media komen van Jean-Marie Dedecker, deden onze sport geen goed. Daarnaast werd tennis en voetbal nog populairder, wij kwamen wat op de achtergrond”, vertelt Ricky Vaernewyck, tot voor kort voorzitter van de club.

“Door corona werden we verplicht om in maart alle trainingen te stoppen. In september konden we niet heropstarten, en een bijkomend probleem was dat onze twee hoofdtrainers een jaartje ouder werden. Ze kregen wat schrik en beslisten geen training meer te geven. Als er geen corona was, konden we misschien nog opvolging vinden. Dan is het idee beginnen spelen om ermee te stoppen.” Ook financieel beleefde de club zware tijden, “maar dat gaf zeker en vast niet de doorslag om ermee te stoppen”, zegt Vaernewyck. “In december werden we vijftig jaar. Dat ging een ferm feest worden. Weinig clubs kunnen zeggen dat ze vijftig jaar bestaan. Bovendien gingen we de koninklijke titel kunnen krijgen, dat kan pas als je vijftig jaar bestaat. Het heeft helaas niet mogen zijn. We hebben heel veel mooie dingen kunnen realiseren en organiseren, veel gezellige momenten gehad, dat zullen we nooit vergeten.”

(AV)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.