Dit artikel maakt deel uit van ons Dossier Paardenrennen in West-Vlaanderen.
...

"Alles evolueert, ook de paardensport", zegt Bart Vandecasteele (47). "Tijdens mijn carrière leerde ik George Morris kennen, een Amerikaanse coach, die mij het Amerikaanse systeem leerde kennen. George was destijds ook trainer van het kruim in de jumpingsport, zoals Eric Wauters. Ik merkte dat de rijstijl van Eric wel heel erg aanleunde bij de Amerikaanse rijstijl, die men 'equitation' noemt.""Samen met Eric startte ik met het opleidingen in het Amerikaanse stijlrijden. Ik ging mij verdiepen in de verschillende paardenrassen en bestudeerde de klassieke Duitse, Franse en Italiaanse rijkunst. Paarden waren daarop afgestemd en werden daarvoor ontwikkeld in de fokkerij. Maar de nieuwe rijstijl is anders. Het gaat sneller, alles is technischer geworden, dus moet ook de fokkerij mee evolueren.""Paarden krijgen meer bloed, hun houding is lichter... Een modern paard is zenuwachtiger, gevoeliger en moet op een andere manier bereden worden. Ruiters moeten atleten zijn en lichtgewichten. ""Bij de paardenkoers is het een heel ander verhaal", gaat Bart Vandecasteele verder. "Bij een draver liggen de accenten totaal anders. In Vlaanderen zijn er bijna geen draverstallen meer, gewoon omdat jumping en dressuur nu eenmaal populairder zijn. Financieel is het dus niet interessant om daar nog in te investeren. Ook de typische tiercé-kantoren verdwijnen uit het straatbeeld. In Noord-Frankrijk is er nog wel interesse voor de paardenrennen met de sulky.""De drivers moeten erop letten dat hun drafpaard tijdens een wedstrijd geen galopsprongen maakt, want dan wordt hij uitgesloten. Er is een duidelijk onderscheid tussen dravers en springpaarden. 'Vluchters', zoals drafpaarden ook wel worden genoemd, worden verkocht als ze zijn afgeschreven voor de koers en krijgen dan een tweede leven als rijpaarden.""Draverfokkers werken met specifieke rassen: de Amerikaanse draver of 'American standardbred' is een temperamentvol paard met een sterk uithoudingsvermogen. Ze hebben meestal een brede borst, korte, sterke voorbenen en langere achterbenen. Drafpaarden mogen geen hartafwijkingen, longproblemen of botgebreken hebben. Sprinters zijn zwaarder en gespierder, terwijl langeafstandsdravers veel lichter en peziger zijn. Uiteraard zijn er kruisingen ontstaan om tot het resultaat van een perfect renpaard te komen.""Ik ben mij beginnen specialiseren in warmbloedpaarden, springpaarden van hoog niveau, en daarnaar ga ik ook op zoek in het buitenland. Twee jaar geleden verkocht ik mijn toppaard 'Mr. President' aan de Schot Scott Brash, de nummer 1 en olympisch kampioen in de jumpingsport. Dit is intussen mijn wereld, en daar blijf ik bij."(MVO)