05.15 uur
...

Een zondag in Oostende, heel vroeg in de ochtend. Tijd om op te staan. "Ik heb redelijk goed geslapen. Gisterenavond heb ik nog naar de interland tussen België en Kazachstan gekeken en lag ik om kwart voor elf in mijn bed. Een half uur later lag ik al in slaap en dus heb ik toch een goeie vijf uur kunnen slapen. Maar de nachten ervoor had ik al goed gerust. Dat is het belangrijkste." Ook eten hoort er op dit onmenselijk uur bij. In dit geval: een halve Gatosport-energiecake van het Franse voedingsmerk Overstim. s. "En ook wat sportdrank, zodat ik zeker nog eens naar het toilet kan."Een half uur voor de start. We wandelen langs de aankomstzone, waar een grote klok staat opgesteld. "Met deze eindtijd ga je content zijn zeker?" vraagt een van de medewerkers van de organisatie op ludieke wijze. "Tel daar toch maar vlug anderhalf uur bij", lacht Sam, die om kwart voor zeven met zijn pa Dominique in Oostende is vertrokken. "Om kwart na zeven was ik in Zwevezele. Intussen heb ik mijn nummer afgehaald en alles gedubbelcheckt. Om de tijd te doden, heb ik nog naar wat muziek geluisterd. Veel volk valt er hier, op uitzondering van de deelnemers en hun begeleiders, nog niet te bespeuren." Pa Dominique neemt de bevoorrading op zich. "Het zal vandaag nog warm worden", laat hij zich ontvallen. Intussen toont Sam aan zijn vader wat hij tijdens de wedstrijd nodig zal hebben. Alles passeert de revue. "Per 500 milliliter water zal ik twee pakjes ORS (mengsel van zouten en glucose, red.) nemen. Daarnaast heb ik 12 liter water, 15 stroopwafels en 24 gels voorzien." Waarop pa Dominique de voorzet vlot binnentrapt. "En vijf kilo hutsepot", voegt hij eraan toe." Sam grijnst. "Het zal niet allemaal op zijn."Nog vijf minuten. Tijd om op te warmen? Sam glimlacht eens. "Dat zal vandaag niet nodig zijn." Pa Dominique vult aan. "Veel dikzakken zie je hier toch niet, hé." Sam, 26 jaar, knikt. "Ik zal hier alleszins de jongste van de hoop zijn. Veel West-Vlamingen staan er niet aan de start, maar de topfavoriet is er wel eentje van Brugge met roots in Koekelare: Wouter Decock. Ik hoop dat hij wint."Organisator Joeri Schepers geeft net voor de start nog eens de regels mee. "De eerste twee ronden is er geen fietsbegeleiding toegestaan. Ook oortjes mogen niet gebruikt worden. En de 23ste keer dat jullie hier passeren, hebben jullie het gehaald. Veel succes."We fietsen voor de eerste keer een rondje (van 4,8 km, red.) mee. Sam zit duidelijk in een goed ritme. "Ik ben aan een tempo van 5'15" per kilometer gestart. Vlak is het hier niet. Ik denk dat ik straks toch zo'n 400 hoogtemeters zal hebben. Maar ik heb geluk. Bergaf heb ik vooral tegenwind. Wel jammer dat oortjes niet toegelaten zijn. Ik denk dat het straks behoorlijk eentonig zal worden. (grijnst) Maar ja, mechanische doping, hé. Na 80 km zou wat muziek anders wel deugd doen."Na 15 km wordt Sam voor de eerste keer gedubbeld door de twee koplopers, David Liviau en Joris Beaumon. "Die twee hebben dus 20 km in 1 u.20' afgelegd. Dat is gemiddeld 15 km per uur. Gedurfd, zo snel starten." Even later komt ook Wouter Decock, vooralsnog met een brede grijns op zijn gezicht, voorbijgelopen.We zijn twee uur onderweg. Sam heeft ruim 22 km op de teller. "Het gaat goed. Vanaf kilometer 50 zal het echte werk beginnen." Goed eten en drinken is belangrijk. "Ik probeer elke ronde een stroopwafel, goed voor 150 calorieën, en een halve liter water met twee zakjes ORS op te nemen." Dat is niet alles. Drie dagen voor deze wedstrijd heeft Sam, na afloop van zijn laatste training, gecarboload. In mensentaal: meer dan 10 gram koolhydraten per kilo lichaamsgewicht eten. Sam, 65 kg droog aan de haak, somt op. "Dat waren vier speltpannenkoeken, zeven honingwafels, twee stroopwafels, een pak rijstkoeken van 100 gram, drie bananen en twee liter cola. Die cola vond ik toch wel zwaar. Maar in wedstrijden langer dan anderhalf uur levert carboloading twee tot drie procent winst op. Begin dus maar eens uit te rekenen hoeveel dat scheelt over 100 kilometer."Na 41,6 km heeft Sam bijna een marathon achter de rug. Nog maar 58 km te gaan. "Waar ik momenteel aan denk? Nog niet aan veel. Ik ben nog vrij lucide. De eerste tekenen van fysieke vermoeidheid zijn er wel stilaan, maar het gaat nog." In januari van dit jaar nam Sam al deel aan een wedstrijd over 90 km in Zweden. "Toen zat ik er pas na 70 km echt door, maar daar waren de omstandigheden helemaal anders. Offroad, sneeuw, modder, heuvels... Hier lopen we bijna voortdurend op asfalt. Ik ben benieuwd wat de impact daarvan zal zijn."Na 60 km heeft het verval zich logischerwijze ingezet. "Ik voel het nu vooral aan de quadricepts", laat Sam zich ontvallen. "Ik verlies ook veel zouten. Dat zie je goed aan de witte plekken op mijn lichaam. Nochtans heb ik naast de ORS ook nog zouttabletten bijgenomen. Ik heb ook enorm veel dorst. Daardoor drink ik nu eens een flesje AA Drink in plaats van water. Eten lukt niet meer zo goed. Eén gel per anderhalve ronde, dat is het zowat. Ik drink nu een halve liter per ronde. Is dat genoeg?" We moeten hem het antwoord schuldig blijven. Intussen is leider Liviau vooraan ingestort, ingehaald en achtergelaten door De West-Vlaamse machine, genaamd Wouter Decock. De Bruggeling blijft monotoon zijn rondjes afhaspelen en laat een uitstekende indruk na. Hij zal zich voor de vijfde keer tot Belgisch kampioen op de 100 km kronen.Nog 20 km. Het einde komt stilaan in zicht. "Ik ben zelfs een beetje aan het versnellen. Ik voel me eigenlijk wel goed. Ik ga hier in de top tien eindigen, denk ik." Sam heeft het bij het rechte eind. In de laatste 30 km is hij een van de zeldzame deelnemers bij wie er amper verval optreedt. Van positie 18 klimt hij gestaag op naar plek 8. Intussen nemen wij onze functie van fietsbegeleider in alle ernst op. We proberen Sam dan ook mentaal zoveel mogelijk te ondersteunen. Maar na enkele minuten zonder reactie vragen we hem het volgende: "Wil je dat ik blijf praten of moet ik zwijgen?" Waarop Sam plots wel kan antwoorden: "Zwijg maar even." Ditmaal is het ondergetekende die een lach niet kan onderdrukken. De finale is nu echt begonnen...Onze Sam heeft het gehaald. Hij legt de 100 kilometer af in een tijd van 8u.47'01", goed voor een gemiddelde snelheid van 11,38 km per uur. Op het einde zijn nog enkele supporters komen opdagen. "Dat heeft nog voor een extra boost gezorgd en in de laatste honderden meters kon ik er zelfs nog een sprintje uitpersen." Meer zelfs, de lichamelijke pijntjes blijken na afloop nog mee te vallen. "Alleen de quadriceps sputteren wat tegen." De conclusie van Sam is duidelijk. "Als ik zie welke prestaties er hier geleverd worden, kan ik niet anders dan concluderen dat deze sport in de nationale media zwaar onderbelicht wordt. Maar daar doen deze atleten het niet voor. Ze doen het voor de persoonlijke uitdaging, de mentale strijd en de speciale sfeer rond dit soort ultrawedstrijden."Terwijl Sam zich te goed doet aan een pak frieten, wordt de prestatie van de dag geleverd door de 67-jarige Luc Maes uit Meulebeke. Hij haalt, met dank aan een flinke eindspurt, de finish in een eindtijd van 12u.59'59", exact één seconde voor de tijdslimiet.De bijzondere levensloop van Luc, die op driejarige leeftijd volledig verlamd geraakte door een hersenvliesontsteking, maakt zijn prestatie er alleen maar straffer op. Daar zijn maar twee woorden voor: hoed af.