Brugge kijkt uit naar Parijs 2024

Redactie KW

Bruggeling Pim Raaben staat al anderhalf jaar aan het hoofd van het roeien in Vlaanderen, de sport waarin Bruggelingen hoge ogen gooien. Zo ook vorige week op het WK voor U23, bekroond met een gouden medaille voor Tristan Vandenbussche. Raaben: “Het doel blijft maximum presteren, met een open mindset. Volgend jaar willen we al proberen om die olympische selectie af te dwingen en flexibel te blijven, want richting Parijs kan de bemanning van de boten nog veranderen.”

Binnen de Vlaamse Roeiliga wil men, om zolang mogelijk naar een groot tornooi toe te werken, evalueren wie in welke boot het snelst gaat. Als Bruggeling doet het Pim Raaben iets dat Tibo Vyvey (KRB), Tristan Vandenbussche, Niels Van Zandweghe (BTR) en Marlon Colpaert (KRNSO) als streekgenoten Belgische top zijn. “Het zijn jongens die ik al lang ken. Als ik hen zie floreren, maakt me dat trots.”

Tristan was vorig weekend bij de beloften, samen met Aaron Andries, goed voor de wereldtitel.

“Zij hebben dit jaar al een mooi parcours afgelegd. Ik ben onder de indruk van de durf die ze toonden om in het traject te stappen. Dat was niet zo evident. In de skiff konden ze wel prestaties uit het verleden voorleggen, maar om dan als ploeg aan het werk te gaan en als een dubbeltwee op dit niveau geraken, daar doe ik mijn hoed voor af. Ze hebben hun favorietenrol in goud kunnen omzetten. Mentaal is dat knap. Daarnaast bewezen Savin Rodenburg en Mil Blommaerts in hun B-finale dat ook zij een A-finale waard zijn. Zij misten die medaillerace met amper twee tienden van een seconde en werden finaal zevende.”

Tibo Vyvey zat op koers voor een wereldtitel in de lichte skiff, maar moest door ziekte afhaken voor de finale.

“Hij werd na het winnen van zijn halve finale onwel, moest voor verder onderzoek naar het ziekenhuis en verbleef er een paar dagen ter observatie. Tibo was zo goed bezig en legde hetzelfde parcours af als Tristan en Aaron. Volgens de dokters was het niet verantwoord om die finale te roeien. Het is hartverscheurend, maar zijn gezondheid had voorrang. Hij mocht geen risico’s nemen.”

Hoe zette hij zich daar mentaal over?

“Zijn ouders en vriendin waren bij hem. Zij en ook wij boden ondersteuning. We hadden een WhatsApp-groep en Tibo wilde daar verder deel van uitmaken. Dat zegt iets over zijn betrokkenheid. Bij ons is hij nooit uit gedachten geweest. Iedereen heeft voor Tibo geroeid.”

Volgende week begint het EK bij de elite in München, met onder andere Niels Van Zandweghe en Marlon Colpaert.

“Een leuk duo in opbouw. Zij hebben al goed gevaren. Hun uitdaging is nu de zoektocht naar hoe het nog sneller kan. Richting Parijs 2024 willen we dat een lichte dubbel zich selecteert. Dat kan volgend jaar op het WK in Belgrado. Dit jaar willen we daarvoor ploegen vormen. Naast die lichte dubbel is ook de zware vier daar een onderdeel van, zodat ze dit jaar kunnen tonen waar ze staan. Om dan in 2023 of een jaar voor de Spelen echt wel die kwalificatie af te dwingen. In de lichte dubbel is het de bedoeling dat Tibo er bijkomt. Daarnaast is er nog een tweede boot, met de Gentenaars Savin en Mil, die een formidabel traject hebben afgelegd.”

Zijn Tristan Vandenbussche en Aaron Andries een optie voor Parijs 2024?

“Zeker. Het is een gouden combinatie. Ze zijn nog jong. Supersnel. Ze kunnen nog sneller. De dubbelvier was bij de aanstelling van de bondscoach een prioriteit. Niet zozeer die boot van Tristan en Aaron, al zagen we op een gegeven moment dat dit wel een aardige combinatie kon zijn. Dat beiden het zo goed zouden doen, had niemand durven te voorspellen. Maar we pinnen ons niet vast op de invulling van de boten. We gaan pas in 2024 de bemanningen definitief maken. Het jaar ervoor zal voor iedereen belangrijk zijn, met een open selectietraject. We vragen de roeiers daar ook rekening mee te houden.”

Nu gaat veel aandacht naar de dubbelvier, voorlopig met het minste resultaat.

“Ik denk dat we met dat project in België iets te snel willen gaan. Zo’n ploeg moet echt gebouwd worden. In andere landen spreken ze over drie jaar, wij willen het in drie maanden. Veel van onze jonge roeiers zijn al lang bezig, maar Gaston (Mercier, red.) en Ward (Lemmelijn, red.) hebben minder ervaring dan Tim (Brys, red.) en Ruben (Claeys, red.). Zij zullen meer tijd nodig hebben om in die boot en op dat niveau echt te kunnen presteren. We moeten hen dat ook gunnen en accepteren dat er bijvoorbeeld nog geen A-finale inzit. We mogen ook niet vergeten dat het de absolute wereldtop is waartegen zij roeien.”

“De werking loopt nu goed, maar ik twijfel eraan of we het zo kunnen volhouden”

Wat zijn de kwaliteiten van Tibo Vyvey, Niels Van Zandweghe, Tristan Vandenbussche en Marlon Colpaert?

“Hun gemeenschappelijke noemer: gedrevenheid, doorzettingsvermogen, power, kracht, veel passie. Tibo heeft een enorme discipline. Altijd werk verzetten, ervoor zorgen dat het gedaan wordt en heel systematisch door het trainingsprogramma gaan. Niels kan als het moet enorm presteren. Hij is een trainingsbeest en doet soms meer dan dat er gepland staat. Idem voor Tristan, die meer ingetogen is. Hij weet goed wat hij doet en gaat er echt voor. Volgens de bondscoach is hij quasi indestructible. Marlon is sterk, flexibel en kan de trainingen volledig uitvoeren. Iedere roeier heeft zijn eigen DNA. Marlon kan zich aan hen aanpassen en de boot snel laten gaan.”

Worden onze roeiers financieel nog wel voldoende gesteund?

“Het roeien op topniveau heeft in ons land een rijke traditie. Men weet wat er nodig is om verder te komen en soms wordt er te veel de nadruk gelegd op wat er niet is. Topsport moet je optimaliseren, maar het is omgaan met allerhande beperkingen en wijzigingen. We worden gesteund, maar niet voldoende voor de absolute top. In A- of B-finales liggen onze Belgian Sharks naast professionele ploegen. Met minder of minimale middelen proberen wij hetzelfde einddoel te behalen. Het is alsof je met een semiprofessionele club de Champions League speelt. Het systeem is niet robuust genoeg om dat vol te houden. Ik maak mij daar een beetje zorgen over.”

Zijn er voorbeelden van hoe het beter zou kunnen?

“Sommige landen hebben veel meer materiaal en coaches. Hun organisatie is er volledig op gericht om topprestaties te leveren. Wij en wellicht nog andere sporten in België hebben dat ook nodig. Nu loopt het binnen het roeien goed. Ik ben daar trots op. Maar ik twijfel eraan of we het op deze manier kunnen volhouden. Er zijn te weinig mensen die te veel werk leveren om tot een echt duurzaam systeem te komen.”

Er is het voorbije jaar toch progressie gemaakt?

“Er is werk gemaakt van een transparant selectiesysteem. Wie snel roeit, komt in de selectie. Er was de aanstelling van de hoofdcoach die ons op weg zette om tot topprestaties te komen. Hij stelt ook eisen, zowel aan roeiers, coaches en omkadering. Hij zegt: there are no shortcuts. De trainingsarbeid moet gebeuren zoals die voorgeschreven staat. En we zijn met een centralisatie bezig, vanuit Gent. Daar komt een botendepot en we zijn plan om de ergometers daar een ruimte te geven.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.