Het verhaal speelt zich af in een niet zo verre toekomst. We zijn eind oktober 2025 en Roeselare is - net als de rest van de verstedelijkte gebieden overal ter wereld - herschapen in een duister en stil oord. De weinige overlevenden zoeken hun weg in een guur en onzeker bestaan. We richten onze blik op een klein huisje aan de rand van de stad. Door het venster danst het zwakke licht van enkele kaarsen binnenin en een moeder wenkt haar dochter. Een gezin met overlevenden, op zoek naar sprankeltje hoop en eten voor morgenvroeg.

De mama van het meisje - laten we ze Laurie noemen - vraagt haar dochter of ze even om brood kan gaan. Laurie verstijft... 'Om brood? Maar mama, dat is voorbij ...' Mama geeft geen krimp. 'Ik weet het schat.' Ze herinnert zich nog de tijd dat even om brood gaan een eenvoudig vraagje was. Moeilijk is dat niet, het is dan ook nog maar een paar jaar geleden. Nu is dat anders.

De blikken van de bestuurders zijn versteend in een wanhopige stille schreeuw

Met lood in de schoenen trekt Laurie de voordeur achter zich dicht. De klap waarmee de deur in het slot slaat, klinkt nog harder dan anders. Er blaast een ijzige wind, takken van enkele kale bomen zwiepen als klauwen vervaarlijk heen en weer en aan een loods aan de overkant klappert een loshangende metalen poort knarsend en kreunend in haar hengsels. Om sfeerscheppende redenen regent het ook en zit er een verfomfaaide kraai op een dakgoot. Het is ook donker, nadat in 2021 - na een chaotisch politiek proces - in Straatsburg beslist werd niet voor zomer- of wintertijd te kiezen, maar de klok in heel Europa gewoon eenmalig 4 uur terug te draaien. Met als gevolg dat het in deze tijd van het jaar al donker is om 14 uur 's middags.

De route tussen Laurie's huis - het enige in haar straat dat nog bewoond is - en de bakker omvat slechts een kleine kilometer. Maar de helft daarvan loopt wel langs de kleine ring: een piekfijn en van aangenaam asfalt voorzien stuk weg, met aparte fietspaden, een middenberm, boompjes en een busstrook. Indertijd aangelegd met de opperbeste bedoelingen om een vlotte doorstroming van en naar het stadscentrum te garanderen. Wisten de beleidsmakers toen veel.

Laurie stapt op het fietspad, sneller dan haar beentjes haar kunnen dragen. Een poging ondernemend om voor zich uit te kijken en zeker niet opzij. Hoewel ze er al tientallen keer voorbij is gewandeld, blijft het eerste deel van haar traject haar de stuipen op het lijf jagen: rijen stilstaande auto's. Auto's vol dode mensen. Gemummificeerd indien de auto netjes afgesloten was tijdens De Zap, in staat van ontbinding als er ergens een kiertje van een venster openstond... De blikken van de bestuurders vaak versteend in een wanhopige stille schreeuw, hier en daar eentje die zich gefrustreerd had vastgebeten in zijn stuur, regelmatig krassen van vingernagels in het dashboard. Een stille stoet van blikken kisten. Volkswagens, Peugeots, Renaults, Mercedessen en occasioneel een bijna onzichtbaar geworden Aixam er tussen. Laurie was nog een kleuter toen het gebeurde, maar ze herinnert zich de taferelen nog. Het was een vreselijke gebeurtenis. Ringwegen en stadscentra vol stilgevallen auto's met daarin radeloze inzittenden die vergeefs op alle knopjes tegelijk drukten, hun toevlucht zochten op de zwart blijvende schermpjes van hun telefoons. Zich nog niet bewust van het feit dat 'hun vrijheid' luttele uren later meteen ook hun laatste rustplaats zou worden. Al een geluk dat de meeste moderne auto's goed geïsoleerd waren, zodat de ijselijke wanhoopskreten nog enigszins gesmoord werden.

Ze waren zich nog niet bewust van het feit dat 'hun vrijheid' luttele uren later ook hun laatste rustplaats zou worden

Het hoe en het waarom had Laurie nooit echt helemaal begrepen, want met het gemotoriseerd verkeer waren ineens ook de media, het internet en de economie geïmplodeerd. Later had ze haar mama er wel over horen praten. Dat er een Russische tiener vanuit Siberië een nogal belangrijke server had gehackt en daarmee in één keer wereldwijd alle elektronica had doen crashen. Onomkeerbaar en fataal. Vliegtuigen waren neergestort, veiligheidssystemen uitgevallen, microgolfovens waren abrupt gestopt met nog een half warme lasagne in zich en gamers werden met een vingerknip aan hun lot overgelaten. Joggers renden verdwaald en verkommerd rond toen hun app hen in de steek had gelaten, tot ze uitgeput neerzegen langs de kant van de weg, en hele families raakten elkaar voorgoed kwijt toen er geen Whatsappgroep meer was om op terug te vallen.

En ja, iedereen die tijdens De Zap in zijn of haar auto zat, was dus vast komen te zitten, door de automatische vergrendeling. Aanvankelijk hadden de inzittenden nog gedacht dat er hulp zou komen, maar de automatische poorten van de hulpdiensten zaten evenzeer geblokkeerd en Gilbert van den dispatch kreeg toch niks meer door. Smartphones en tablets waren instant morsdood, Google in één klap gewist. En wie dacht dat hij wel zou kunnen ontsnappen door een ruit in te stampen, stelde vast dat al die nieuwe auto's toch wel zeer degelijk gemaakt waren. Na enkele dagen was het bonzen op de ruitjes definitief gestopt en waren de files - zoals onheilsprofeten hadden voorspeld - voorgoed bevroren.

Laurie ademt zwaar en stapt verder. Ze komt bij enkele bekende wrakken die haar eeuwig met knagende vraagstukken opzadelen. De grijze Opel van buurman Jack. Waarom was die in godsnaam met de auto om zijn krant gegaan naar de gazettenwinkel om de hoek? Waarom kwam die fitte en gezonde turnleerkracht Freddy met zijn Toyota naar school en niet met de fiets? Die blonde Carrie, van verderop in de straat... Wie neemt nu een Hummer als je gewoon naar de markt gaat? Nonkel Norman, die om onbegrijpelijke redenen z'n Audi was ingestapt om twee dozen melk en een pak cornflakes in de Colruyt te gaan halen. Nog wat verder, altijd een traantje: de volumewagen met de tweelingbroertjes Damien en Jason uit haar klas. Als hun papa ze die dag te voet had gebracht in plaats van met zijn BMW, leefden ze nog. Ze woonden verdorie dichter bij de school dan zij ...

En de rij gaat maar door, bekende en onbekende mensen, jong en oud. Hier en daar iemand die misschien ver moest naar het werk, maar toch heel veel mannen, vrouwen en kinderen die eigenlijk echt niet in een auto hadden moeten zitten. De hele stad vol, kilometers gewestwegen lang. Een geasfalteerd kerkhof van hier tot in Tokio, bijna letterlijk. Toegegeven, het hielp ook niet dat De Zap in volle spits had plaatsgegrepen.

De bevolking was op die gure herfstdag in 2019 in één klap gedecimeerd. Niet door een oorlog, niet door een bom, zelfs niet door een invasie van aliens of monsters uit de diepzee. Slechts een paar procent van de bevolking had het overleefd. Een handvol gelukzakken die de dag waren gestart met autopech en daarnaast ook De Autolozen, zoals ze tegenwoordig worden genoemd. De eerste generatie mensen die zich aan een leven zonder auto had gewaagd. Zoals Laurie en haar mama. Het was al bij al een gevarieerde mix van mensen. Rekenaars die uit economische overwegingen hun auto links hadden laten staan, de laatste believers in openbaar vervoer, mensen die zich simpelweg geen auto konden veroorloven en natuurlijk ook groene jongens die bewust voor een bestaan zonder uitstoot kozen. Een beetje triest wel dat de goed bedoelende en niet-onbemiddelde idealisten die zich al een elektrische wagen hadden aangeschaft ook waren gesneuveld. Tjah, collateral damage...

Joggers renden verdwaald en verkommerd rond toen hun app hen in de steek had gelaten

De nagelnieuwe - maar evenzeer eeuwig stilstaande - Tesla net aan de lichten op het kruispunt doet Laurie er altijd aan denken. Die arme meneer achter het stuur. En dan te bedenken dat die meneer die auto pas had gekregen in het kader van een sponsorovereenkomst voor de 21ste aflevering van zijn blog over een autoloos bestaan. Laurie's mama had haar het Tesla-verhaal verteld om haar vertrouwd te maken met de term 'ironie'. Een mooie les, maar Laurie's aandacht gaat nu niet meer naar anekdotes. Haar zintuigen staan op scherp, want het kruispunt betekent ook dat ze is aangekomen bij het gevaarlijkste punt van haar missie. De regen is gestopt en de wind is gaan liggen, zelfs de verfomfaaide kraai is in geen velden of wegen meer te bekennen. Het budget voor props was op. Het is muisstil en enkel Laurie is er, aangestaard door de gapende gelaten van de lijken die achter hun stuur tot het einde der tijden aan de gedoofde verkeerslichten blijven wachten. Groen wordt het niet meer.

Dat valse gevoel van veiligheid en stilte was een ontnuchterende vaststelling voor De Autolozen in de begindagen na De Zap. Er was nog de shock over die miljoenen verloren levens natuurlijk, maar optimistisch als De Autolozen waren, poneerden ze voorzichtjes tegen elkaar 'dat de wegen nu tenminste wel veilig waren'. Enkele verse slachtoffers verder werd duidelijk dat dat ijdele hoop was. En het is ook waar Laurie nu voor op haar hoede is. Hoe stil het ook lijkt, hoe leeg die zijstraat ook is... Laurie weet dat hij er is: dat ene overblijfsel uit de tijd van toen... de Egoïsmus Anticus.

De Autolozen hadden er aanvankelijk niet aan gedacht, maar het was natuurlijk de pure logica. De meeste weggebruikers waren gesneuveld doordat elke moderne wagen wel ergens wat elektronica in zich had. Maar niet zo met dit gevaar op weg, rond tuffend en puffend in blikken dozen waarin nog geen spoor van elektronische vooruitgang te vinden is. Deze overlevers waren met De Zap hun enige natuurlijke vijanden (weggebruikers met een steviger carrosserie dan zijzelf) verloren en hadden nu het rijk voor zich. Veelal oudere inzittenden met slecht zicht, gevaarlijker dan ooit voor wie zich nog op de vrije stukken weg durft te begeven. Laurie kent 'em intussen al: die grijsaard die elke dag veel te snel komt aangestoven, zigzaggend in zijn aftandse lichtblauwe Saab, een dikke vieze grijze wolk achter zich latend en ondanks zijn dikke brillenglazen blind voor al wat voor z'n wielen komt. Elke dag opnieuw brengt hij zo z'n vrouw zo naar de kapper en terug. Uit pure routine trouwens, want madam is er in 2019 tijdens De Zap klem blijven zitten onder de droogkap en zit er nog altijd. Goed droog intussen.

Na enkele dagen was het bonzen op de ruitjes definitief gestopt en waren de files - zoals onheilsprofeten hadden voorspeld - voorgoed bevroren

Laurie kijkt nog één keer. Ze ziet niks, hoort niks en zet voorzichtig een voet op straat. Haar angst maakt plaats voor verlangen. Haar alerte geest ook. Ze ruikt het ambachtelijke werk van de bakker wat verderop al, die uiteraard weer op de klassieke manier in een steenoven bakt. Hmmm... heerlijk vers. Ze sluit haar ogen en hoort haar buik al rommelen van de honger. Alleen ... het gerommel wordt luider. Komt dichter. En niet uit haar buik. De geur van vers gebakken brood waait weg door een walm van uitlaatgassen. Laurie schrikt op. In een fractie van een seconde ziet ze dat de zijstraat nog leeg is, maar beseft ze tegelijk dat het bekende geronk uit de àndere richting komt. 'Fuck... hij was vroeger dan anders! Ik ...'

Een doffe knal weerklinkt en breekt de stilte.

En dan niks meer. Even niks meer.

Een lichtblauwe Saab is tot stilstand gekomen op het kruispunt. Laurie ligt een paar meter verderop stil op de grond.

Even.

Want dan krabbelt ze voorzichtig recht nadat ze van de schrik was gevallen. Ze snapt er niks van en inspecteert zichzelf. Geen verbrijzelde botten, geen gapende wonden. Niks. Zelfs geen schaafwonde.

Dan richt Laurie haar blik op en kijkt ze naar de lichtblauwe gedeukte, rokende en sissende Saab midden op het kruispunt. Achter het stuur zit een oude man in shock opzij te kijken. En daar, een centimeter of tien diep in de flank van zijn vintage Saab: een nagelnieuwe Tesla met een lijk achter het stuur.