"Het was mijn bedoeling om de zorgverleners in de woonzorgcentra te steunen met hoofdzakelijk praktische verzorgende hulp", getuigt schepen Detailleur, die tot einde van 2018 ook voorzitter was van het OCMW in Zulte. "Het was een hele ervaring om in een ongewone situatie op de werkvloer te staan ...

"Het was mijn bedoeling om de zorgverleners in de woonzorgcentra te steunen met hoofdzakelijk praktische verzorgende hulp", getuigt schepen Detailleur, die tot einde van 2018 ook voorzitter was van het OCMW in Zulte. "Het was een hele ervaring om in een ongewone situatie op de werkvloer te staan tijdens deze crisisperiode. Ik deed in Waregem wat mij werd gevraagd. Mijn respect voor de hulpverleners, en de mensen die in een woonzorgtehuis verblijven, was al groot maar is na mijn tijdelijke dienstverlening nog veel groter geworden."Linda Detailleur deed weekendwerk in De Meers, het woonzorgcentrum dat stevig in de klappen deelde maar al het mogelijke deed en doet om de bewoners te helpen. Bij het begin van de crisis had zij zich als vrijwilliger geregistreerd via het platform van het agentschap Zorg en Gezondheid. Het eerste woonzorgcentrum dat haar via dat platform contacteerde was De Meers. Het was dus een ervaring om opnieuw op de werkvloer te staan, al was het voor de schepen niet haar vuurdoop: "Tot het begin van de tachtiger jaren werkte ik al op de opnameafdeling van een psychiatrisch centrum in Melle. Daarna stapte ik over naar het onderwijs als leerkracht psychiatrische verpleegkunde en communicatie en psychologie. Sinds het begin van mijn politiek mandaat in 2013 werk ik nog voor 30 procent in het onderwijs in combinatie met de job als voorzitter van het OCMW tot einde 2018, en het schepenambt sedert het begin van 2019", aldus nog Linda Detailleur. (RMN)