Het leven van Helinton Fonseca de Oliveira Souto (32) leest als een roman. In 1994, hij was toen amper zes jaar jong, kwam hij met zijn papa Helio de Oliveira (55), mama Amelia Fonseca (57) en zijn broertje Helio Junior (34) in Ingelmunster aan, waar vader Helio een contract had getekend bij de toenmalige eersteprovincialer KSV Ingelmunster. Daarmee legde de voetballer onbewust de basis voor een mooie carrière voor zijn beide zonen.
...

Het leven van Helinton Fonseca de Oliveira Souto (32) leest als een roman. In 1994, hij was toen amper zes jaar jong, kwam hij met zijn papa Helio de Oliveira (55), mama Amelia Fonseca (57) en zijn broertje Helio Junior (34) in Ingelmunster aan, waar vader Helio een contract had getekend bij de toenmalige eersteprovincialer KSV Ingelmunster. Daarmee legde de voetballer onbewust de basis voor een mooie carrière voor zijn beide zonen."Achteraf bekeken hebben onze ouders de beste beslissing van hun leven genomen door naar België te emigreren", blikt Helinton terug. "Ik herinner me nog dat papa de keuze had tussen België en een voetbalclub in Spanje. Uiteindelijk viel de keuze op Ingelmunster omdat de contractvoorwaarden gunstiger waren. Maar voor hetzelfde geld woonde en werkte ik nu in Spanje."De eerste jaren in Ingelmunster hebben de rest van Helintons leven vorm gegeven. "Mijn broer en ik trokken samen naar het eerste leerjaar aan de gemeenteschool van Ingelmunster. We kenden uiteraard geen letter Nederlands, maar Helio Junior sprak gelukkig al wat Engels. Zo maakten we ons verstaanbaar, maar ik herinner me nog goed de eerste keer dat ik begreep wat mijn klasgenoten me zeiden. Ik voelde me de koning te rijk", lacht hij. "Die periode zorgde er wel voor dat we nu als gezin een onverbreekbare band hebben. We konden toen niet anders dan op elkaar terugvallen en gaan nu nog altijd voor elkaar door het vuur."Na de Ingelmunsterse periode volgde het gezin de voetballende papa richting Izegem, Blankenberge, Knokke en Heist. "Mijn hele jeugd heb ik dus op West-Vlaamse schoolbanken gesleten en gaandeweg ben ik ook een echte West-Vlaming geworden. Al zal er altijd een flink stuk Brazilië in mij steken..."Dat hij zijn leven in België mag opbouwen, vindt Helinton een enorm geschenk. "Ik hoor vaak mensen zeggen dat dit een slecht functionerend land is, maar daar is niks van aan. Hier vind je het beste sociale zekerheidssysteem ter wereld, leer je een pak talen, krijg je alle kansen... Ik heb echt álles aan België te danken, dat zal ik nooit vergeten. Papa had na zijn jaren bij KSV Ingelmunster de kans om opnieuw in Brazilië te voetballen, maar bleef hier. Om mijn broer en ik alle mogelijkheden te geven om ons te ontwikkelen.""Als mijn vader destijds niet naar West-Vlaanderen was gekomen, dan was ik nu zo goed als zeker geen arts geweest. Daar ben ik van overtuigd."De voetbalgenen van zijn vader heeft Helinton dan weer niet helemaal geërfd. "Mijn broer wel. Hij werkt nu als industrieel ingenieur in Lichtervelde, maar bouwde een mooie carrière uit in het provinciaal voetbal. Hij stond zelfs op het punt om door te stoten naar het eerste elftal van Cercle Brugge, maar koos voor zijn studies. Volledig terecht, trouwens. Het voetbal heeft ons wel ontelbaar veel mooie momenten opgeleverd. In Ingelmunster is onze papa nog altijd een halfgod en bij KFC Heist was hij er trainer toen mijn broer en ik er speelden. Toen durfden we wel eens onderling Portugees te praten om de rest van de ploeg in het ongewisse te laten", grinnikt hij.Na 24 jaar op Belgische bodem voelt Helinton zich op en top Belg. "Al zal ik altijd ook Braziliaan blijven. Het is half-half. Voor de Belgen ben ik een Braziliaanse arts, voor mijn Braziliaanse familie ben ik de Belgische neef. Je valt er altijd wel een beetje tussen. Maar daar stoor ik me niet aan. Mensen denken nu eenmaal graag in hokjes en ik ben trots op mijn roots. Zelfs nu nog blijf ik binnensmonds in het Portugees tellen. Dat krijg ik er niet uit. En vloeken doe ik ook in mijn moedertaal", knipoogt hij. "Maar voor de rest heb ik het (West-)Vlaams helemaal omarmd."Zijn ouders wonen sinds zes jaar opnieuw in hun geboorteland. "In het kuststadje Maresias runnen ze een eigen bed & breakfast, Hostel Damelinha. De lokroep van de roots werd te groot, al missen we elkaar enorm. Mijn broer heeft ondertussen ook twee kinderen, maar dankzij de digitale wereld hebben we elke week contact met elkaar. Het is al vier jaar geleden dat ik zelf nog voet op Braziliaanse bodem heb gezet en normaal gezien staat er eind dit jaar een tripje richting mijn familie gepland om daar de overgang van oud naar nieuw te vieren. We hopen dat het coronavirus ons dan geen stokken in de wielen meer steekt, maar we blijven voorzichtig.""Als arts ben ik sowieso al erg begaan met deze hele situatie en ik prent mijn ouders ook goed in dat ze alle mogelijke maatregelen moeten volgen.""Dan kunnen ze in 2021 hopelijk nog eens de oversteek naar België maken. En trekken we samen naar Ingelmunster, waar dit mooie verhaal voor mij begon."