De bewuste Spitfire, van het 64ste squadron van de Britse luchtmacht Royal Air Force, stortte op 7 september 1942 neer nabij het Tillegembos. Voor sergeant-piloot Edgar Dickerson, die weliswaar nog uit het toestel geraakt was maar zijn parachute volgens ooggetuigen vrijwel meteen weer had zien dichtklappen, was het zijn laatste vlucht.
...

De bewuste Spitfire, van het 64ste squadron van de Britse luchtmacht Royal Air Force, stortte op 7 september 1942 neer nabij het Tillegembos. Voor sergeant-piloot Edgar Dickerson, die weliswaar nog uit het toestel geraakt was maar zijn parachute volgens ooggetuigen vrijwel meteen weer had zien dichtklappen, was het zijn laatste vlucht. Hij kreeg een laatste rustplaats op de Centrale Begraafplaats in Assebroek. Drie jaar geleden, in augustus 2015, werd dicht bij de toenmalige crashsite aan de Wittemolenstraat in Tillegembos een herdenkingsbord onthuld ter nagedachtenis - en overigens ook bijgewoond door nabestaanden - van de piloot.In het Kasteel van Tillegem liep toen gelijktijdig een tentoonstelling rond de gebeurtenissen. Vandaag zijn Groep Huyghe-Decuypere en Raakvlak, de Intergemeentelijke Archeologische Dienst van Brugge en Ommeland, nog op zoek naar een geschikte locatie voor een permanente tentoonstelling rond de opgegraven wrakstukken. Al was het maar omdat de Spitfire een van de meest tot de verbeelding sprekende vliegtuigen ooit is. Hét paradepaardje van de Royal Air Force tijdens de Tweede Wereldoorlog was een aerodynamisch hoogstandje en, volgens Dieter Verwerft van Raakvlak, een staaltje spitstechnologie dat zijn gelijke niet kent. "Ongelofelijk welk technisch vernuft er in die toestellen schuilging", zegt hij. "Je mag tenslotte niet vergeten dat het hier om een uitvinding van vijftig jaar oud gaat: wat de Tesla nu is, was de Spitfire toen." Groep Huyghe-Decuypere slaagde erin om, aan de hand van aanwijzingen van enkele nog levende ooggetuigen, de precieze locatie van de crash te achterhalen en het wrak op te sporen. Op de laatste dag van augustus 2013 werd er overgegaan tot de berging van de Spitfire, en Dieter Verwerft had toen als archeoloog de leiding over de opgraving. De hele historie van de Spitfire spreekt ook bij hem nog altijd sterk tot de verbeelding."Ook al was de opgraving van die Canadese soldaat in Damme dan misschien wel nog aangrijpender doordat we diens persoonlijke bezittingen zoals zijn portefeuille en zelfs zijn trouwring terugvonden, de Spitfire was zonder twijfel wel het meest indrukwekkende wat we met Raakvlak ooit hebben opgegraven", klinkt het. Doordat het tuig zich destijds met volle kracht de grond in boorde, voor het crashte was de motor immers weer aangeslagen, was de impact ervan enorm. "Het toestel is ook vanop grote hoogte en met hoge snelheid neergestort. Bijna loodrecht. Bepaalde onderdelen, zoals de cockpitsectie, waren daardoor haast onherkenbaar verwrongen. Veel onderdelen vertoonden ook sporen van brand", zegt Verwerft. De meest in het oog springende vondsten, naast de vele metalen voorwerpen, waren een zwaar beschadigde stafkaart en een handschoen. "Die navigatiekaart was door de impact ook behoorlijk verhakkeld uit de crash gekomen, maar ondertussen werd ze in het restauratieatelier van Musea Brugge vakkundig gerestaureerd", aldus nog Verwerft. Die restauratie was overigens een huzarenstukje: de kaart werd met behulp van rijstlijm minutieus weer in elkaar gepuzzeld, en volgens Verwerft mag het een klein wonder heten dat een stukje papier een vliegtuigcrash en zeventig jaar in de bodem overleefde. "Dat had te maken met een apart bewaringsfenomeen: de verschillende stukken van de kaart waren volledig in de brandstof van het vliegtuig gedrenkt", klinkt het nog. Raakvlak en Groep Huyghe-Decuypere zijn ondertussen al een jaar op zoek naar een geschikte tentoonstellingsruimte waar ook de historische context rond de neergehaalde Spitfire, en daarmee het ultieme offer van Sergeant Edgar Lawrence Dickerson, nooit vergeten zou worden. Om het geheel te duiden, achterhaalde Groep Huyghe-Decuypere ook de precieze omstandigheden van de crash, nu dus bijna 76 jaar geleden. Maar dat is volgens Dieter Verwerft van Raakvlak dus geen evidente zoektocht: de geborgen resten van de Spitfire omvatten een gigantische collectie materiaal, van aluminium tot plexiglas en van leer tot papier, en de bewaring ervan vergt ook een weldoordachte aanpak. "De mogelijkheden voor een permanente tentoonstelling in Brugge zijn al schaars, en zeker voor een collectie van dergelijke omvang. Bovendien moet zo'n locatie ook veilig zijn, liefst een loods die afgesloten kan worden. Helemaal ideaal, ware een vaste bergplaats in een erkend depot: het is immers ook belangrijk dat de stukken uit de collectie op de juiste manier bewaard worden", besluit Verwerft. (WK)