Zeven studenten doen vrijwillig hun stage bij zwaar getroffen woonzorgcentrum Westervier in Brugge

Stefanie Desmedt, Cedric Van Coyghem, Manoi Derynck, Cheynne Ghisquire, Lennert Silversmet en Eline Janssens zijn allen aan de slag als stagiair in rusthuis Westervier. (foto Davy Coghe) © Davy Coghe
Stefan Vankerkhoven

Zes graduaatstudenten en een bachelorstudente verpleegkunde zijn deze week in Westervier op vrijwillige basis hun stage gestart. Op die manier willen ze het personeel in het door het coronavirus zwaar geteisterde woonzorgcentrum bijstaan.

“Het was een speciale eerste stagedag”, bekent Eline Janssens (20) uit Koolkerke, derdejaarsstudente verpleegkunde aan VIVES Hogeschool. “We werden eerst getest op corona. Afhankelijk van de uitslag van die test, werden we ofwel in de quarantaineafdeling, met negatief geteste bewoners, ofwel in de afdeling bejaarden die positief testten tewerkgesteld. De regel is immers: zorgpersoneel dat het virus in zich draagt, maar geen of slechts milde symptomen heeft, mag blijven werken op de afdeling met positief geteste bewoners. Om een verdere verspreiding van het virus tegen te gaan, worden bij Westervier zowel de bewoners als de personeelsleden strikt gescheiden sinds de tests. Er geldt ook social distancing onder de personeelsleden.”

“We hebben een hele voormiddag uitleg gekregen over de veiligheidsmaatregelen. Hoe we de beschermende kledij moeten aandoen, welke richtlijnen we moeten volgen. Dat is er allemaal goed ingeprent, niets wordt aan het toeval overgelaten. Er wordt streng gewaakt over de veiligheid van het personeel. We zijn goed gebrieft en hebben ook deskundige uitleg gekregen over de verspreiding van het virus. Als we één zaak niet meer zullen vergeten na deze crisis, dan zijn het de voorschriften inzake hygiëne en steriliteit”, glimlacht Eline.

Verantwoordelijkheid

“Ik heb mij zelf als vrijwilliger opgegeven om mijn stage te vervullen bij Westervier”, gaat Eline verder. “Drie jaar geleden heb ik er al een eerste stage gevolgd, ik ken dus het team een beetje. Ik had er toen een goede band mee. Enkele weken geleden heb ik in het dagcentrum Sparkevier, aan de overkant van de straat, ook al stage gedaan. Maar door de uitbraak van de coronapandemie werd dit dagcentrum gesloten. Mijn ouders moesten toch eventjes slikken, toen ik mij kandidaat stelde voor een stageplaats bij Westervier, waar de voorbije weken meerdere bewoners bezweken aan corona.”

Studente verpleegkunde Eline Janssens uit Loppem. (foto Davy Coghe)
Studente verpleegkunde Eline Janssens uit Loppem. (foto Davy Coghe)© Davy Coghe

Uit tests blijkt dat twee derden van de bewoners van Westervier besmet zijn en een derde van het personeel. Inmiddels zijn er al 31 bewoners overleden. Schrikt dat de studente verpleegkunde niet af ? Eline Janssens: “Natuurlijk ben ik bang. Wie is er niet bang? Voor mij is het een unieke leerkans, ik wil graag mijn steentje bijdragen. Uiteraard is die coronaepidemie een enge periode voor iedereen binnen de zorgsector. Als studente verpleegkunde draag ik een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Bovendien ben ik jong en heb ik geen gezondheidsproblemen, dus heb ik geen verhoogd risico. Door de strenge maatregelen in het woonzorgcentrum zijn we goed beschermd.”

Ritueel van half uur

“Ik geef toe dat mijn beslissing mijn ouders wat schrik inboezemt”, stelt Eline. “Zij zijn geen dertigers meer, ik wil hen uiteraard niet besmetten. Er zijn dus thuis ook een aantal voorzorgsmaatregelen genomen: er is voor mij een aparte douche en na mijn shift in Westervier ontsmet ik mij grondig en doe ik andere kleren aan. Het vergt elke dag een ritueel van een half uur. Overigens kan ik ook bij Westervier indien ik het wens, douchen na elke stagedag.”

Hoe kijkt deze Brugse studente tegen de coronacrisis op zich aan? “Voor de paasvakantie was corona een ver-van-mijn-bedshow. En plots krijg je een stageplaats toegewezen in een woonzorgcentrum met besmette bewoners. Ik hou mij nauwgezet aan alle lockdownmaatregelen. Zo’n grote opoffering is dat niet voor mij. De wereld draait op een lager pitje, iedereen doet het wat rustiger aan. Het is back-to-basics. Dat vind ik niet zo erg, het heeft zijn voordelen. Ik geniet nu van de kleine dingen, zoals een wandeling in het bos. Alleen snak ik naar een warme knuffel en… naar een ijsje uit mijn favoriet ijssalon Da Vinci in Brugge. Dat is het eerste dat ik na de coronacriss zal doen in het gezelschap van een vriendin,.”

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.