Terwijl wij het met ergotherapeute Ann-Sophie Borny en OCMW-voorzitter Frans Lefevre over de werking en de zorg in het woon-zorgcentrum De Zathe hebben, is er op een afdeling in het kader van de 'Week van de Senioren' een lukkenbak aan de gang. "Dergelijke activiteiten doen we wel vaker, maar gedurende twee weken in het jaar verwennen we onze mensen met een extra aanbod", legt Ann-Sophie uit.
...

Terwijl wij het met ergotherapeute Ann-Sophie Borny en OCMW-voorzitter Frans Lefevre over de werking en de zorg in het woon-zorgcentrum De Zathe hebben, is er op een afdeling in het kader van de 'Week van de Senioren' een lukkenbak aan de gang. "Dergelijke activiteiten doen we wel vaker, maar gedurende twee weken in het jaar verwennen we onze mensen met een extra aanbod", legt Ann-Sophie uit. "Extra's zijn het bezoek van kleuters en een rijdende kinderboerderij, een garnaalpelnamiddag, een breugelmaaltijd, het optreden van een travestiet, een zangnamiddag met de familie... Eerder hadden we al een ontbijtbuffet. Ongelooflijk hoe de mensen daarvan genoten. Een keertje iets meer dan een boterham, zelf hun bordje mogen samenstellen, gewoon het gevoel hebben dat zoiets ook voor hen nog kan. Dat verhoogt hun levensvreugde, levenskwaliteit en het gevoel dat ook zij nog meetellen."Ongeveer 126 personeelsleden dragen de zorg voor 96 bewoners. Zij worden bijgestaan door een 25-tal vrijwilligers. Ook op vlak van personeelsbeleid houdt De Zathe er een mooie visie op na. "Hier zijn, zoals overal, verpleegkundigen, ergotherapeuten, kinesitherapeuten, zorgkundigen, verpleegsters, maar ook onze 'huismoeders' aanwezig", gaat Ann-Sophie verder. "Ik vind het zo belangrijk dat wij, in het belang van onze bewoners, één team vormen en geen optelsom van verschillende disciplines. Een strikte lijn tussen de verschillende functies is er niet. Als een zorgkundige een suggestie voor een bepaalde bewoner heeft, dan meldt zij of hij dat en wordt dit bespreekbaar. Neem nu onze 'huismoeders'. Wij noemen hen bewust geen onderhoudspersoneel of poetsvrouwen. Ook zij zijn in het totaalplaatje van zorg belangrijk. Ook zij kunnen iets melden of mogen gewoon een praatje maken met de bewoners als ze zien dat dit opportuun is en bijdraagt tot het welbevinden van de bewoner. Die flexibiliteit moet kunnen.""We mogen niet vergeten dat niemand uit vrije wil naar hier gekomen is. Onze mensen moesten om welke reden ook hun vertrouwde thuissituatie verlaten en voor hen is De Zathe hun laatste woonplaats. Het is dus belangrijk dat die mensen zich hier goed voelen. Dit moet hun thuis worden en ze moeten zich ook thuis voelen", vindt Ann-Sophie. "De hamvraag in ons zorgproject is hoe de bewoner zich voelt. Onze grondhouding is er een van teamspirit tussen alle personeelsleden in het belang van onze bewoners. Zij verdienen alle respect."Tien jaar werkt Ann-Sophie als ergotherapeute. "Ik heb de zorg zien evolueren naar een steeds individuelere benadering van de bewoners. Wil iemand eens een keer niet eten, dan hoeft dat niet. Blijft iemand liever een dagje op de kamer of in bed, dan is dat ook goed. We proberen zoveel mogelijk strikte schema's te doorbreken als het op individueel comfort aankomt."Ann-Sophie vindt ook dat de zorg in de loop der jaren zwaarder geworden is. "De mensen blijven langer thuis en komen pas bij ons als het echt niet meer gaat. De zorgen zijn dus groter. Komt daarbij dat de bewoners en hun familie ook mondiger, veeleisender geworden zijn. Maar toch, in de mate dat onze personeelsbezetting het toelaat, willen we onze mensen met de beste zorgen omringen.""Als er stagiairs of nieuwe personeelsleden komen, dan merken we al gauw hoe zij in het werkveld functioneren. Je kan voor een job in de zorg studeren, maar in de eerste plaats denk ik dat je ervoor in de wieg moet gelegd zijn. Zorgen voor mensen is een roeping. Als je dat niet in je hebt, zal je de mensen ook niet met de nodige liefde en aandacht omringen, zal je ook geen voldoening in de job vinden", klinkt het. "Ik geef toe dat ik na mijn werkuren nog vaak aan bepaalde situaties en mensen denk. Soms neem ik problemen mee naar huis, maar soms word ik ook gelukkig als ik met een palliatieve bewoner een tijdje heb zitten praten. Als ik voel dat ik voor die mens nog iets heb kunnen betekenen, dat ben ik nog altijd blij dat ik voor die job gekozen heb."