Wie enkel voortgaat op hun koersfietsen en fietstenues, merkt geen verschil met de doorsnee wielertoerist. Maar de gemiddelde leeftijd bij de Meense wielersportclub ligt wel een flink stuk hoger en de snelheid waarmee de leden op de weg rijden is eerder gematigd. Hier is geen plaats voor competitieve krachtpatserij, hier draait alles om de échte waarden van de waarachtige wielertoerist. "We willen wielertoeristen in de ware zin van het woord zijn, met veel respect voor het woord toerisme", verduidelijkt voorzitter Jean-Marie Wylin. "Je kan ons niet vergelijken met een doorsnee wielertoeristenclub. Als wij gaan fietsen, is dat met een doel. We koppelen altijd het sportieve aan het toeristische."
...

Wie enkel voortgaat op hun koersfietsen en fietstenues, merkt geen verschil met de doorsnee wielertoerist. Maar de gemiddelde leeftijd bij de Meense wielersportclub ligt wel een flink stuk hoger en de snelheid waarmee de leden op de weg rijden is eerder gematigd. Hier is geen plaats voor competitieve krachtpatserij, hier draait alles om de échte waarden van de waarachtige wielertoerist. "We willen wielertoeristen in de ware zin van het woord zijn, met veel respect voor het woord toerisme", verduidelijkt voorzitter Jean-Marie Wylin. "Je kan ons niet vergelijken met een doorsnee wielertoeristenclub. Als wij gaan fietsen, is dat met een doel. We koppelen altijd het sportieve aan het toeristische."Onderweg neemt de wielersportclub de tijd om van de omgeving te genieten en wordt er van de fiets gestapt om een bezienswaardigheid te bewonderen of om de sfeer ter plaatse op te snuiven. "Fietskilometers en fietsgemiddelden zijn bij ons geen onderwerp van gesprek. Nee, we fietsen met een gezonde instelling. In onze gekende stijl gaan we voor een haalbare afstand aan een matig en aangenaam tempo, dat schommelt tussen 20 en 25 kilometer per uur. En hoewel we onze tijd nemen, doen we toch onze kilometers zonder zot te doen. De sfeer binnen de groep is ook optimaal. We wachten op elkaar en helpen mekaar. 'Samen uit, samen thuis', dat is ons motto en dat maakt ook de sterkte uit van deze groep."Heel wat van de clubleden zijn niet meer van de jongsten, maar toch zijn elektrische fietsen uit den boze. "We kiezen nog altijd voor de puur fysieke inspanning", zegt Jean-Marie. Zelf is hij met zijn 65 lentes een van de jongste leden van de club. "Verschillende van onze leden zitten al op tram 7 of 8. Twee jaar geleden werd ons oudste lid Daniël Bonnet op 85-jarige leeftijd door de wielerbond Cycling.be gehuldigd voor 50 jaar lidmaatschap. Onze huidige drie anciens Luc Dumont (75), Werner Gequire (81) en Walter Fraeye (82) rijden nog probleemloos hun kilometers. Helaas, af en toe vallen er leden af door leeftijd en verjonging laat op zich wachten. Meefietsen met ons is nochtans vrijblijvend. We vragen geen lidgeld, de enige vereiste is om bij aansluiting bij onze wielerclub een vergunning aan te vragen bij Cycling.be. Zo ben je altijd verzekerd tijdens het fietsen. De meeste leden hebben trouwens een vergunning voor het hele gezin."Tot 2018 organiseerde de wielersportclub elk jaar meerdaagse fietstochten: Zeeland, de bronnen van de Leie in Lisbourg, het Hageland... Het onbetwiste hoogtepunt was de fietstocht in 1984 naar de Olympische Spelen van Barcelona. Daar werd de wielerclub ontvangen door de Belgische delegatieleider Patrick Sercu. Maar door de stijgende leeftijd schakelde de wielersportclub sinds 2019 over naar dagtochten. "Zo fietsten we vorig jaar naar de bronnen van de IJzer in Buysscheure en doorkruisten we het zuidelijke deel van de haven van Antwerpen. Die laatste trip was een ongelofelijke droomroute. Uitzonderlijk mochten we vlak onder de koeltorens van Doel doorfietsen en we ontdekten de haven vanop de waterbus van Lillo naar Hemiksem. Deze zomer zouden we het noordkant van de Antwerpse haven en de aansluitende polders verkennen. De zware coronamaatregelen in Antwerpen hebben ons echter van dat plan doen afzien."En zo dreigt het traditionele fotojaarboek met fietsherinneringen van het afgelopen jaar dit keer erg dunnetjes uit te vallen. "2020 was dan ook een vreselijk jaar. In maart zijn we amper twee keer gaan fietsen en toen was het gedaan met fietsen in groep tot in mei. Ook nadien gingen evenementen als de vierdaagse van Roeselare niet door."Maar elk nadeel heeft ook zijn voordeel. "Ik kon maandenlang niet naar Frankrijk fietsen, dat was een echte kwelling. Maar in die periode ontdekte ik wel het Pays des Collines, aan de achterkant van de Vlaamse Ardennen. De toegangspoort tot die prachtige fietsregio ligt op amper 35 kilometer fietsen van hier. Een clubfietstocht naar daar staat al zeker op de agenda voor volgend jaar", blikt de voorzitter hoopvol vooruit.