Wout Beel (34) ademt fotografie, maar belandde eerder toevallig bij de troepen van Patrick Lefevere. "In juni vorig jaar kreeg ik de kans om de renners van Deceuninck-Quick-Step tijdens het Belgisch kampioenschap op de weg in Gent te volgen", opent hij. "Toen ik die vraag kreeg, heb ik geen seconde getwijfeld. Het was een no brainer. Blijkbaar deed ik het niet slecht, want niet veel later kreeg ik de opdracht om het vipdorp van het team tijdens de Grand Départ van de Tour de France in Brussel in beeld te brengen."
...

Wout Beel (34) ademt fotografie, maar belandde eerder toevallig bij de troepen van Patrick Lefevere. "In juni vorig jaar kreeg ik de kans om de renners van Deceuninck-Quick-Step tijdens het Belgisch kampioenschap op de weg in Gent te volgen", opent hij. "Toen ik die vraag kreeg, heb ik geen seconde getwijfeld. Het was een no brainer. Blijkbaar deed ik het niet slecht, want niet veel later kreeg ik de opdracht om het vipdorp van het team tijdens de Grand Départ van de Tour de France in Brussel in beeld te brengen."In december 2019 kreeg Wout een contract van één jaar voorgeschoteld en werd hij helemaal mee op sleeptouw genomen. "Best spannend, want tot dan kende ik amper iets van de koers. Ik wist dat ze met de fiets reden, maar daar stopte het zowat", lacht hij. "Bij de ploegvoorstelling in januari in Calpe kende ik hoop en al drie namen van de 28 coureurs: Julian Alaphilippe, Yves Lampaert en Remco Evenepoel. De rest waren nobele onbekenden voor mij. Er ging een compleet nieuwe wereld voor me open en beetje bij beetje vervelde ik tot een echte wielerfan. Een kenner durf ik me nog niet noemen."Toen het seizoen goed en wel uit de startblokken moest schieten, brak de coronapandemie uit. "Kuurne-Brussel-Kuurne was mijn laatste grote koers, met onze Kasper Asgreen als winnaar. Maar toen was het ook voor mij lockdown. Ik ben acht weken letterlijk niet verder dan mijn voordeur geraakt, ik was maar wat blij toen ik weer in actie kon schieten. Ik ging toen op bezoek bij de Belgische renners van het team om hun eigen lockdownervaringen in beeld te brengen, maar op het echte werk was het jammer genoeg nog iets langer wachten."Deze zomer trok Wout drie weken mee richting Italië om onder andere Milaan-San Remo en de Ronde van Lombardije te documenteren. "Mijn job valt eenvoudig te omschrijven", zegt hij. "Ik moet het leven zoals het binnen de ploeg is, tonen. Niet enkel de renners, ook onze mecaniciens, verzorgers, managers enzovoort. En liefst zo ongedwongen mogelijk. Niet altijd even makkelijk, want elke situatie is anders.""Vaak maak ik goeie afspraken met de renners zelf, maar de beste beelden haal ik uit onverwachte situaties. Wanneer ik toevallig met een van hen in de lift sta, bijvoorbeeld. Ik heb ook letterlijk altijd mijn fototoestel bij me. Toen Yves Lampaert in Milaan-Turijn zijn sleutelbeen had gebroken, stond ik rond middernacht buiten aan de ingang van ons hotel. En net toen kwam Yves er aan. Zo'n momenten kader je als fotograaf maar al te graag in, maar altijd met het grootste respect voor de mens."Ondertussen vertoeft Wout al bijna drie weken in het Tourcircus. "Die benaming dekt de lading compleet. Ik heb hier al mijn ogen uitgekeken. Alles is groter, sneller en enorm strak georganiseerd. Zeker in coronatijden. De typische Tourfoto's met drommen fans langs de weg, die zijn niet mogelijk. Ook aan de finish kan ik de renners niet opwachten, want ik moet binnen mijn bubbel blijven. En de richtlijnen volg ik rigoureus op, want ik wil het niet op mijn geweten hebben dat een van onze coureurs besmet raakt door de huisfotograaf. Maar tegelijk zorgt het coronakeurslijf ervoor dat ik creatief uit de hoek kom. Ik ga altijd en overal op zoek naar de meest originele en beste foto's. Zo ben ik erg trots dat ik de eerste momenten van Julian Alaphilippe kon vastleggen toen hij net de gele trui had veroverd. Daar doe je het voor." De voorbije negen maanden beleefde Wout een pak onvergetelijke momenten. Zowel positieve als negatieve. "Die gele trui van Julian steekt er met kop en schouders bovenuit. Ik schrok ervan dat ik ook zélf erg emotioneel reageerde. Die trui was een beloning voor het hele team. Toen voelde ik dat Deceuninck-Quick-Step één grote familie vormt. En ik ben trots daar deel van uit te kunnen maken." Tijdens de Ronde van Lombardije volgde Wout de wedstrijd dan weer aan de zijde - op sociale afstand - van Patrick Lefevere en de ouders van Remco Evenepoel. "Ik zag samen met hen hoe Remco in dat vermaledijde ravijn viel. Onwezenlijk was het, je zag de angst op de gezichten van zijn mama en papa. Zo'n momenten gaan door merg en been."Met de renners zelf heeft Wout een goeie band opgebouwd. "Het scheelt ook dat de ploeg een pak West-Vlamingen telt. De leden van 'De Melkerie' - Tim Declercq, Yves Lampaert... - zijn echt zalige kerels. Ze hebben net dezelfde droge humor als ik. Ik voel me echt part of the team." Na zondag trekt Wout opnieuw naar zijn vrouw en drie kinderen in Moorslede, maar mentaal maakt hij zich al op voor het uitgestelde klassieke seizoen. "Dat wordt opnieuw duimen en vingers aflikken. En voor mij drukke dagen om topbeelden af te leveren. Ik hoop dat ik nog een jaar aan boord kan blijven, want de koers heeft me echt opgeslorpt. Een unieke wereld met prachtige, warme mensen. Of ik zelf al een koersfiets in huis heb gehaald? Nog niet, maar als ik bij het team aan de slag mag blijven, maak ik daar zeker werk van. Beloofd!"