Door Erik De Block
...

Door Erik De BlockHet circuit wordt nogmaals uitgebreid. "Nieuw is dat we dit keer de Speiestraat gebruiken tot aan de hoek met de Hellestraat", aldus Nicolas Galle. "Vorig jaar waren er net iets meer dan 1.000 oldtimers en meer dan 75 stands met wisselstukken. Meer dan 12.000 bezoekers vonden de weg naar stadsdomein Oosthove.""We mochten al ruim 500 voorinschrijvingen noteren, waarvan velen het zeker niet ontzien om grote afstanden af te leggen met hun oude voertuigen. Zo komen er deelnemers uit Utrecht, Rotterdam, Birmingham, Londen, Kassel, Gelsenkirchen, Langres, Reims, Amiens", gaat hij verder. "Opvallende groei valt ook te noteren van het aantal stands met wisselstukken, promomateriaal, vintage toebehoren en zelfs passende vintage kledij om met een oldtimer te rijden. Het treffen is en blijft gratis, dankzij de steun van een aantal sponsors, het stadsbestuur en de vele vrijwilligers."Dat gratis karakter van de beurs trekt vele nieuwsgierigen en fanatici aan, die van dicht of van ver geïnteresseerd zijn: mijmeren over oude wagens van weleer, onderdelen opsnorren die men tijdens een restauratieproces nog mist of tips uitwisselen over hoe men zijn eigen oldtimer onderhoudt. "Het gerenommeerde La Vie de l'Auto uit Frankrijk noemt ons 'het grootste gratis treffen van België en Noord-Frankrijk'. Vorig jaar is ons evenement door hen als achtste gequoteerd onder de top van de Europese oldtimerevenementen", weet Nicolas.Net als vorige jaren wordt opnieuw gezorgd om de schaarse ruimte op en rond de stadsdomeinen van Oosthove zo optimaal te benutten: dit jaar werd samen met gemeentebestuur, stadsdiensten en politiediensten een nieuw mobiliteitsplan voor het evenement uitgewerkt. "We gaan niet meer werken met eenrichtingsverkeer want vorig jaar werkte dat niet", duidt Nicolas Galle. "Er komen ook nieuwe wegwijzers naar de randparkings."Elke keer is er een centraal thema. Dit jaar zijn dat de de cycle cars, een bont allegaartje van goedkope en lichte voertuigen uit de jaren 1910 tot 1930. Alvast een opmerkelijk centraal thema. "We durven ook wat gewaagder gaan, we mogen eens zot doen", lacht Nicolas. "Dit keer gaan we dus voor een specialleke. We moeten niet constant kiezen voor modellen uit de jaren 60-70. We gaan zien wat het geeft. Vorig jaar stonden er drie auto's uit 1917.""Cycle cars werden zo licht mogelijk gebouwd en vulden het gat tussen de motorfietsen en de auto", verduidelijkt Nicolas. "Ze werden in veel gevallen ook geproduceerd door fabrikanten van motorfietsen, met dezelfde kleine eencilinder of V-twin-motoren. Cycle cars hadden in de meeste gevallen maximaal twee zitplaatsen." "In de jaren 10 waren auto's veel duurder dan motorfietsen, die weer minder bescherming tegen de weersomstandigheden boden. Bovendien konden veel mensen niet fietsen, laat staan dat ze zich waagden aan de gemotoriseerde versie van deze instabiele voertuigen. Toen er in veel landen belastingen werden geheven op basis van het gewicht van auto's ontstond vanzelf de behoefte aan lichtere automodellen", legt Nicolas uit. "Van deze voertuigen zullen verschillende unieke modellen tentoongesteld staan zoals de Villard-modellen van onze teamleden Geert en Benedicte Debrabandere. Later, na de Tweede Wereldoorlog, vonden we nog modellen terug die we als cycle cars kunnen bestempelen: lichte sportieve oldtimer roadsters. Hiervan zullen ook vele modellen te bewonderen zijn, zoals bijvoorbeeld de modellen van Adiel Vanhecke uit Menen."Info: www.oldtimermeeting.be