Alsof hij uit een doosje komt, zo stapt Walter Goethals uit zijn Nissan die hij juist voor zijn huis in de Molentjesstraat in Kooigem heeft geparkeerd. Onberispelijk geknoopte stropdas, vlekkeloos wit hemd en een piekfijn gebreid vest eroverheen. "Ja, hij wil wel even praten," zegt hij vriendelijk. Hij is terug van een bezoek aan zijn vrouw, met wie hij intussen 60 jaar het leven deelt. Een kort onderhoud met Walter van de onderhoudsdienst.

60 jaar samen en toch niet

"Er stond onlangs nog een foto van ons jubileum in de Kortrijkse kranten," zegt hij. Van hij en zijn vrouw Paula Deperchin. Hij zegt het omgekeerd: Deperchin Paula. Net zoals hij ook eerst zijn familienaam zegt bij de vraag wie hij is: Ik ben Goethals Walter. Gevraagd of hij van Kooigem is, zegt hij kordaat van neen: "Ik ben eigenlijk geboren in Bellegem. Maar in het jaar '36, euh '37 heeft mijn vader een huis gebouwd In Rollegem, op de weg van Rollegem naar Aalbeke."

Dus mag je afleiden dat hij van voor '37 is. En dat klopt ook: "Ja, ik ben van '36," zegt hij. Zijn vrouw Paula is van Kooigem. Van wat verderop in de straat. Dichter bij de kerk. Hij wijst: "Kijk daar, dat huisje met die twee raampjes." Haar hele leven heeft zich in Kooigem afgespeeld. Of toch niet. "Ze zit intussen vijf jaar in het rusthuis," zegt Walter. "In Sint-Jozef in Kortrijk." Hij zegt het schijnbaar onaangedaan. Na vijf jaar is hij natuurlijk aan de situatie gewend.

Walter is in Kooigem gebleven. "Ik wil hier ook niet snel weg. Als het niet meer gaat, gaat het niet, maar ik werk graag aan mijn huis, ik bereid graag eten, ik poets graag, ik onderhoud graag het huis, en zo..." Walter is altijd met onderhoud bezig geweest. Eerst als mecanicien bij Peugeot in Kortrijk. Maar na zijn legerdienst in Doornik, was de garage failliet en moest hij ander werk zoeken. "Ik ben toen gaan werken bij Linière de Courtrai, juist over de brug, op de weg naar Harelbeke. Ik heb daar de kans gekregen om meestergast te worden, in een vlasspinnerij."

Verknocht aan zijn huis

Tussen het praten door kijkt hij geregeld op zijn uurwerk. "Ik moet het uur in de gaten houden. Mijn dochter belt straks om te weten hoe het met mijn vrouw was. We wisselen elkaar af. De ene dag ga ik, de andere zij. In het begin ging ik dagelijks, maar toen

ben ik eens bij de chef van de verpleegsters moeten gaan." Walter kreeg de vraag of hij af en toe een dagje thuis kon blijven. En dat vond hij zelf niet zo'n gek idee. "Ze is sindsdien veel beter," zegt hij vreemd genoeg. Zelf kan hij wel om met het gemis. "Ik heb veel werk aan mijn huis hé. En mijn grasperk. En de oprit. En zie eens wat voor een onkruid de boeren laten staan."

Hij kijkt nog eens op zijn polshorloge. Het moment om de vraag te beantwoorden wat zijn toekomstdromen zijn. Wat wil Walter nog doen? "Wel, weet je wat het is, ik heb nog veel te doen aan mijn huis. Het onderhoud en zo. Ik zorg zelf voor mijn chauffage, ik heb zelf mijn chauffageketel gemonteerd. Toen we hier nog maar woonden, hadden we nog geen stadswater. We moesten onze plan trekken. Maar ik zeg het, ik heb altijd in het onderhoud gezeten. En ik heb al doende veel geleerd. Ge moogt het me niet kwalijk nemen, maar ik zal je moeten laten. Mijn dochter kan ieder moment bellen."