Vrouw uit Kortemark getuigt over buitensporig partnergeweld

Redactie KW

Julie werd twee dagen voor Kerstmis ei zo na gewurgd door haar partner. Was de hond van de buren zijn baasje niet gaan waarschuwen, kon ze dit wellicht niet meer navertellen. “Twee keer ben ik door het oog van de naald gekropen. Door mijn verhaal te doen, wil ik mensen waarschuwen.”

Woensdag 23 december start als een normale werkdag voor Julie*. Tot ze thuis komt in haar huis in een deelgemeente van Kortemark. Na een korte, banale woordenwisseling buiten slaat haar vriend haar tegen de grond en sleurt Julie aan haar sjaal mee naar binnen. “Hij zette zijn knie op mijn keel en duwde mijn neus en mond dicht met zijn handen”, blikt ze terug. “Ik dacht dat het gedaan was met mij. Tot mijn buurman hem van mij trok. Zijn hond had mij horen roepen en tieren en heeft zijn baasje gewaarschuwd. De buurman hoorde nog net hoe ik naar binnen werd gesleurd. Hij is onmiddellijk naar ons huis gelopen en heeft mijn leven gered.”

Identiteit gestolen

Haar vriend werd opgepakt door de politie. De aanklacht luidt poging tot doodslag. “Eerst wou ik niet dat de buren de politie belden. Nu besef ik hoe gek dat klinkt. Ik ben door het oog van de naald gekropen, tot twee keer toe zelfs …” Momenteel verblijft Julie in een centrum om haar trauma’s te verwerken. Want ze verloor niet alleen bijna haar leven door haar vriend, maar ook haar identiteit, zegt ze. Ik heb het eerst enkele dagen alleen geprobeerd, maar het lukte me niet. Op aanraden van slachtofferhulp heb ik me laten opnemen. Wat ik meemaakte, is veel te groot om alleen te verwerken. Ik kan moeilijk slapen, heb last van enorme nachtmerries en paniekaanvallen. Als ik er nog maar aan denk dat hij me wou vermoorden… Ik zag het eventjes niet meer zitten.”

“De puzzelstukjes vallen nu nog maar in elkaar. Het was veel meer dan die moordpoging. Hij heeft mij alles afgepakt. Ik heb niets meer, behalve mijn werk, mijn dochter, mijn vader en enkele vrienden. Die vrienden hebben mij na de feiten weer opgezocht, want ook met hen had ik nauwelijks nog contact. Hij isoleerde me van de wereld. Het enige wat ik nog mocht, was gaan werken. Dat was ook nodig, want hij was werkloos en we waren een huis aan het verbouwen. We woonden in een werfcaravan. Ik mocht wel helpen aan de bouw, liefst dag en nacht. Alleen als hij me hard kon laten werken, was hij blij . Anders kreeg ik te horen wat voor een loser ik wel was. Duizenden keren heb ik dat moeten aanhoren. En dat ik een egoïstische trut ben en niets zou zijn zonder hem…”

‘Loser’

Julie, ooit een spontane, goedlachse vrouw, is vandaag een gebroken hoopje ellende. “Ik ben mezelf de voorbije jaren helemaal verloren. Ik was een sterk karakter. Ik wil weer kunnen opkomen voor mezelf, maar ik kan het nu nog niet geloven dat dat weer mogelijk is. Ik heb het bijvoorbeeld heel moeilijk om een complimentje te krijgen. Door zoveel keer te horen dat ik een loser ben, begon ik dat ook van mezelf te vinden.”

“Als ik nu in de spiegel kijk, vraag ik me af wie ik ben. Ik probeer weg te steken dat ik verdriet heb, omdat ik niemand tot last wil zijn. (stilte) Ik moest me altijd kalm houden, niet tegenspreken, altijd klaar staan voor hem en vooral mijn emoties niet tonen. Het zijn mijn dochter, vader en vrienden die me er nu doorheen sleuren. Zonder hen zou het niet lukken. Ik besef nu wat er allemaal gebeurd is, hoe ver ik van mijn oude zelf sta. Weet je, toen de politie hem wou meenemen na zijn moordpoging op mij, probeerde ik dat nog tegen te houden … Zelf toen probeerde ik nog de relatie te redden.”

Van beste maatje naar duivel

Julie krijgt van haar omgeving de vraag waarom ze nooit iets gezegd heeft. “Niemand wist er iets van. Ik heb ook tot in het laatste in onze relatie geloofd. Ik was er altijd van overtuigd dat het weer goed zou komen. Al wist mijn vader wel al van iets. In augustus heeft mijn vriend mij al eens proberen te wurgen. Maar hij heeft mij op tijd gelost. Ik heb toen twee nachten in mijn auto geslapen, waaronder een nacht aan het ziekenhuis in Torhout. Daarna ben ik naar mijn vader gegaan. Ook daar heb ik enkele nachten gebleven. Tot ik weer naar huis ben gegaan. Hij beloofde mij dat het nooit meer zou gebeuren en dat hij er enorm veel spijt van had. Mijn vader had me nog gewaarschuwd dat het slecht zou aflopen, maar ik ben toch weer naar huis gekeerd. Ik wou hem nog een kans geven…”

“Ik had toen ook het gevoel dat ik geen andere keuze had. We waren zes jaar samen. Hij was in die eerste jaren niet alleen mijn partner, maar ook mijn beste maatje. Ik dacht dat dat wel weer terug zou komen. We sliepen en aten niet meer samen, maar ik dacht dat die mooie mens in hem wel weer plaats zou maken voor de duivel waarin hij veranderd was. Al snel drukte hij me na die bewuste dag in augustus op het hart dat ik er tegen niemand over mocht praten. Als ik dat zou doen, zou hij niet rusten voor hij wraak kon nemen. Dat heeft hij mij meermaals ingepeperd. Daarom ben ik ook zo bang dat hij vrij zal komen. Hij heeft me enkele keren proberen te bellen vanuit de gevangenis, maar ondertussen kreeg hij een contactverbod . Toch maakt me dat niet minder bang.”

Geladen pistolen

Het ging van kwaad naar erger en nog geen half jaar later kwam de voorspelling van Julies vader uit. “Hij was heel prikkelbaar geworden. Hij kon niets meer verdragen. In augustus had hij al mijn bankkaart en autosleutels afgepakt. Mijn bankkaart heb ik nooit meer teruggekregen. Op die bewuste woensdag 23 december had hij ook mijn identiteitskaart en mijn smartphone afgenomen. Hij had zelfs al mijn simkaart laten vervangen. Tijdens een huiszoeking heeft de politie alles teruggevonden in een ton in onze tuin. Samen met twee geladen pistolen.”

Door haar verhaal te doen wil Julie andere vrouwen of mannen die in dezelfde positie zitten, waarschuwen. “Mensen, laat het niet zo ver komen! Een vos verliest zijn haren, maar niet zijn streken. Integendeel, hij of zij zal nog harder toeslaan. Mijn vriend was al gekend bij de politie voor slagen en verwondingen aan zijn ex. Hij maakte mij wijs dat het ‘enkel’ om een blauw oog ging. Nu pas ken ik de waarheid. Ik wou het zelf niet geloven toen ik gewaarschuwd werd voor hém.”

”Alles kwijt”

”En kijk nu, ik ben alles kwijt. Mijn relatie, mijn identiteit, mijn droom en mijn huis is nog minder waard dan voor de verbouwing. Materiële spullen heb ik ook al niet meer, hij gebruikte zelfs mijn Tupperwarepotten om cement mee te scheppen. Het enige wat ik nog heb, zijn een massa trauma’s en de mensen die er voor mij zijn. Voor dat laatste ben ik zo dankbaar, dat drijft mij om er weer bovenop te komen. Alleen al voor mijn dochter moet ik hier door komen . Zij is misschien wel al 18 jaar, maar ze heeft me nodig. Ook zij heeft het moeilijk en is heel kwaad dat hij bijna haar mama heeft afgenomen.”

* Julie is een fictieve naam

Wie bij het lezen van dit verhaal nood heeft aan een gesprek, kan terecht bij Tele-Onthaal op het nummer 106 (BC)

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.