Sophie Degroote (27) woonde nog maar pas in de Lauwbergstraat in Lauwe toen ze in augustus 2012 Stadsambassadrice van Menen werd. Ze trouwde in 2013 in 2014 werd ze mama van een zoontje Noran. Sophie werkte eerst een tijdje als logopediste maar besloot dan om verder te studeren. Ze koos voor een master management en beleid in de gezondsheidszorg. Na haar studies besloot ze te doctoreren rond quality of life bij hiv-patiënten. Ondertussen kon ze in het UZ aan de slag als administratief coördinator van het aidspreventiecentru...

Sophie Degroote (27) woonde nog maar pas in de Lauwbergstraat in Lauwe toen ze in augustus 2012 Stadsambassadrice van Menen werd. Ze trouwde in 2013 in 2014 werd ze mama van een zoontje Noran. Sophie werkte eerst een tijdje als logopediste maar besloot dan om verder te studeren. Ze koos voor een master management en beleid in de gezondsheidszorg. Na haar studies besloot ze te doctoreren rond quality of life bij hiv-patiënten. Ondertussen kon ze in het UZ aan de slag als administratief coördinator van het aidspreventiecentrum. Er leek geen vuiltje aan de lucht, tot ze op vrijdag 29 mei een bijna dodelijke smak maakte. "Iedereen zegt altijd dat muurklimmen perfect veilig is, maar je staat er op geen enkel moment bij stil dat het materiaal kan falen", vertelt Sophie. "Een andere verklaring is er niet. Ik ben van zeven of tien meter naar beneden gevallen. Ik denk dat ik alles gebroken heb wat ik maar kon breken. Ik had ook twee klaplongen en een schedelbreuk, maar gelukkig waren mijn hersenen niet geraakt. Mijn rug was er het ergst aan toe: op drie, vier plaatsen gebroken. Ze hebben een uur moeten werken om me te stabiliseren. Na drie weken in Antwerpen werd ik overgebracht naar UZ Gent.""Als er geen recuperatie was na drie maanden, zouden de letsels blijvend zijn. In Antwerpen hadden ze aan Frederik verteld dat de hoop op volledige recuperatie heel klein is als er in de eerste drie dagen geen verbetering is. Ik heb zelf ook een medische achtergrond en besefte vrij snel hoe erg ik eraan toe was. Toen ik de MRI zag, wist ik dat het niet goed zat. Ik heb me er vrij snel bij neergelegd dat ik nooit meer zou kunnen stappen.""Toen ik in Antwerpen lag, heb ik nog even gedacht dat ik op een bepaald moment opnieuw zou kunnen lopen, huppelen en dansen. Tot ik door had dat ik dat nooit meer zou kunnen. De artsen keken er ook van op hoe nuchter ik met de situatie omging. Ik had het geluk dat Frederik alles op dezelfde manier zag. Uiteindelijk trek je je op aan wat je nog kan." "Of ik veranderd ben? Een beetje wel. Ik vraag me soms af waar we vroeger allemaal over liepen te klagen zonder dat daar ook maar de minste reden toe was. Ik relativeer nu veel meer. Hoe belangrijk vrienden en familie zijn, dat heb ik nu ook ondervonden. Ik denk ook aan de mensen die oprecht vroegen hoe het met me ging. Ze willen echt weten hoe het nu met me gaat en stellen die vraag niet omdat het zo hoort. Ik heb ook geleerd aan wie ik echt hulp kan vragen, bij wie ik terecht kan."(CR)Lees het volledige verhaal in Krant van West-Vlaanderen, editie De Weekbode De Leie