Het grote feestjaar moest eigenlijk 2018 worden, maar de procedure voor de royale onderscheiding liet wat langer op zich wachten dan verwacht. Op 23 augustus komt de climax met een grote receptie voor alle huidige en gewezen spelers en bestuursleden van de bloeiende club van 't Haantje. Twee tenoren van blauw-wit blikken terug: secretaris Marnix Van Daele en erevoorzitter Albert Vancolen, die op 1 juli de fakkel doorgaf aan Franky Rutsaert. Het bier Alberke, vorig jaar speciaal als hommage aan (koning) Albert Vancolen gebrouwd, vloeide rijkelijk.
...

Het grote feestjaar moest eigenlijk 2018 worden, maar de procedure voor de royale onderscheiding liet wat langer op zich wachten dan verwacht. Op 23 augustus komt de climax met een grote receptie voor alle huidige en gewezen spelers en bestuursleden van de bloeiende club van 't Haantje. Twee tenoren van blauw-wit blikken terug: secretaris Marnix Van Daele en erevoorzitter Albert Vancolen, die op 1 juli de fakkel doorgaf aan Franky Rutsaert. Het bier Alberke, vorig jaar speciaal als hommage aan (koning) Albert Vancolen gebrouwd, vloeide rijkelijk.De officiële oprichting vond plaats op 7 december 1948 en in het seizoen 1949-1950 trad de club aan in vierde provinciale. Enkele van de pioniers waren Willy Van Pottelberghe, Albert Mauws, Maurits Vancolen (vader van Albert) en dokter Coffin, die van 1954 tot 1960 erevoorzitter was. De Brandstraat, zowat de enige lange straat in de parochie, was en is nog steeds het decor. Een klein bordje tegen een gevel, vanop de straat zelfs niet te zien, wijst de weg. Heel wat teams beten de tanden stuk op deze charmante ploeg, die qua extrasportieve exploten een voorbeeld is voor veel rivalen. De vele activiteiten naast het veld, ook om de nodige fondsen binnen te rijven, kregen alom weerklank en ruime publieke respons. De club straalt vitaliteit, creativiteit en een rationeel beleid uit."De eerste jaren speelden we op een terrein langs de Bruggesteenweg, al spoedig gevolgd door een verhuizing naar de Brandstraat. In 1957 werd de huidige locatie de vaste stek, op zowat 100 meter van de kerk. De infrastructuur was en is bescheiden, wat het volkse karakter van de club typeert. Tot zowat 2010 speelde de club op privédomein, daarna werd het gemeentelijk patrimonium", vertellen Marnix en Albert, terwijl ze vergeelde foto's tonen van vedetten van toen en mooi geklasseerde kladschriftblaadjes met daarin de reeksindeling bovenhalen.Albert speelde bij blauw-wit van zijn 12de tot 24ste, bij de eerste ploeg altijd in derde provinciale. De schoenen gingen dan aan de haak en hij werd meteen bestuurslid, nu al 47 jaar. Marnix, die met enkele blessures kampte in zijn jeugdperiode, speelde er van 1980 tot 1988. Sinds 2011 is hij de secretaris die alle administratieve klussen deskundig en met toewijding klaart. "Sinds 20 jaar spelen hier onafgebroken jeugdploegen. Het was soms moeilijk met veel jeugdteams aan te treden omdat we een kleine club zijn met veel andere ploegen in de nabijheid. Dankzij hervormingen van de KBVB en samenwerkingsverbanden met andere teams konden we toch breed aantreden. Nu loopt een vruchtbare samenwerking met Daring Maria Aalter", zegt Albert."In mijn voetbalperiode was nagenoeg geen sprake van reclameborden en commerciële inbreng. De winstpremie toen bedroeg zowat 100 Belgische frank (2,50 euro, red.). Een belangrijke bron van inkomsten kwam via Willy Van Pottelberghe de la Potterie met vanaf 1950 de alom bekende zangcrochets en Vlaamse kermis in zijn prachtige tuinen. De feesten hadden ruime weerklank in de brede regio. De club werd in die lange periode twee keer kampioen. In de campagne 1955-1956, gevolgd door 13 seizoenen derde provinciale, en ook in 1972-1973 de titel en dan drie seizoenen derde provinciale. De afgelopen tien jaar ging het opmerkelijk beter met drie keer eindronde in de laatste vier seizoenen, helaas zonder promotie. "De eerste jaren van ons bestaan werden de verplaatsingen gedaan met de beestenwagen van plaatselijk veehandelaar Willy Verhaeghe, algemeen aangesproken als Petoeters. Er werden stoelen en banken in geplaatst en weg waren ze, de spelers en de fans. Wat later gebeurde het vervoer met de autocar van Maurits Goethals uit Ruiselede. We waren mee met de tijd, qua logistiek", lacht Albert."Eigenlijk was de grote viering gepland in 2018: Albert was toen 70 jaar jong, net als de club van zijn hart en leven. Begin 2018 stuurde ik de aanvraag om de titel 'koninklijk' te mogen dragen naar de diensten van het Paleis. Vijf maanden later was er nog steeds geen antwoord, hoewel wij perfect voldeden aan de voorwaarden. De vereniging moet minimaal 50 jaar bestaan, wij waren al 70 jaar alive and kicking. Vervolgens moest de zegen komen van de voetbalbond. Ik vermoed dat mijn dossier in een diepe schuif verzeild is geraakt. Sinds maart van dit jaar is de club dan toch KFC, Koninklijke Footbal Club. In 2018 werd ter ere van Albert wel al een Alberke gebrouwd. Een biertje als waardering voor decennia voorzitterschap", zegt Marnix.Het bestuur van de club is in de afgelopen 70 jaar vrij stabiel gebleven. Met slechts drie voorzitters: Jonkheer Guillaume Van Pottelsberghe de la Potterie (1948-1973), Julien Meuleman (1973 tot begin jaren 80) en Albert Vancolen (1980 tot nu). Zes secretarissen staan geboekstaafd in de archieven: Achiel Vandevoorde, Jacques Wylants, Luc Kerckaert, David Velghe, Geert Rogge en nu Marnix Van Daele.Met dank aan ledenblad Oud Ruysselede.(Roland Van De Steene)