Het VLIZ mag dit jaar twintig kaarsjes uitblazen. Het onderzoekscentrum, voorlopig nog aan de Wandelaarskaai, is in al die jaren uitgegroeid tot de top van de wereld op vlak van marien onderzoek.
...

Het VLIZ mag dit jaar twintig kaarsjes uitblazen. Het onderzoekscentrum, voorlopig nog aan de Wandelaarskaai, is in al die jaren uitgegroeid tot de top van de wereld op vlak van marien onderzoek. Jan Mees is al sinds het prille begin directeur van het VLIZ. "Klopt, ik was bezig met mijn postdoctoraat aan de Universiteit van Gent toen ik de vacature zag voor directeur. Ik heb gesolliciteerd en ben hier nog altijd", lacht hij. Het VLIZ zag het levenslicht als het IZWO, het Instituut voor Zeewetenschappelijk Onderzoek. "Het IZWO werd een Vlaamse instelling, kreeg een financiële injectie en zo werd het VLIZ geboren", weet Jan nog. "Toen werkten we er met drie personeelsleden. Aan het einde van dit jaar zullen er hier 117 mensen aan de slag zijn."In die twintig jaar heeft Jan heel wat zien veranderen: "Een positieve evolutie is dat er veel meer interesse is voor alles wat met zee en oceaan te maken heeft. Waar we in het begin nog met gewone schepen ons onderzoek moesten doen, hebben we vandaag met de Simon Stevin een echt mooi volwaardig onderzoeksschip. We zijn ook gestart met ons centrum robotica. Op technologisch vlak hebben we een heel grote evolutie doorgemaakt."Volgens Jan Mees is de zee nog een onontgonnen gebied. "En dat besef komt er nu pas. Denk maar aan alle mogelijkheden die er zijn op vlak van blauwe economie, ook op vlak van tewerkstelling. Met het VLIZ dragen we ook ons steentje bij aan het onderzoek naar de crisis rond klimaat en biodiversiteit. Er staan ons grote uitdagingen te wachten en hier verrichten we fundamenteel onderzoek. Momenteel zijn er meer dan honderd onderzoeksgroepen actief bij ons.""De sterkte van het VLIZ? We zijn zeer goed georganiseerd", vindt Jan Mees. "We mogen echt wel met trots zeggen dat we Oostende op de wereldkaart zetten als het gaat over oceanografisch onderzoek. We zitten echt wel op de eerste rij."In het buitenland is het VLIZ dus wel bekend, maar bij de Oostendenaar zelf nog niet genoegd, vindt de directeur. "Dat klopt. En dat terwijl we de enige exclusief West-Vlaamse wetenschapsinstelling zijn. Aan die bekendheid werken we wel. Iets wat we moeten koesteren en uitdragen. Maar gelukkig zijn er nog heel wat opportuniteiten, ook voor samenwerking met andere instellingen en bedrijven", besluit de directeur. En de toekomst voor het VLIZ ziet er rooskleurig uit, want in 2022 zullen de personeelsleden in het nieuwe gebouw aan de Ankerstraat kunnen trekken.(GLO/ML)