Hoewel er in onze contreien nog altijd heel wat vinkeniersverenigingen bestaan, neemt het aantal leden elk jaar af. "Jonge mensen zijn minder geïnteresseerd, hebben te weinig tijd of staan niet graag vroeg op", lacht Roger, die geboren is in 1934, het jaar dat de Paradijsvogels na een aantal onderbrekingen officieel werd gesticht. "Eigenlijk was de vereniging al actief in 1840", weet Roger.
...

Hoewel er in onze contreien nog altijd heel wat vinkeniersverenigingen bestaan, neemt het aantal leden elk jaar af. "Jonge mensen zijn minder geïnteresseerd, hebben te weinig tijd of staan niet graag vroeg op", lacht Roger, die geboren is in 1934, het jaar dat de Paradijsvogels na een aantal onderbrekingen officieel werd gesticht. "Eigenlijk was de vereniging al actief in 1840", weet Roger. "Maar tijdens WOI verwaterden de activiteiten. Tussen de twee wereldoorlogen was er een heropbloei, maar er werden in die periode weinig vinkenzettingen georganiseerd. Alleen de vinkeniersvereniging van Aarsele is iets ouder: die werd gesticht in 1838."In de beginjaren telde de vereniging een 40-tal leden, vandaag zijn er nog een 30-tal. De Veurnse vereniging heeft het, zoals vele andere, enkele jaren geleden moeilijk gehad om te overleven, onder meer omdat ze met moeite genoeg bestuursleden bij elkaar kregen. "De nieuwe voorzitter, Willy Booghs (53), zorgt er nu voor dat het voortbestaan weer is gegarandeerd. Vanaf het seizoen 2019-2020 is er opnieuw een samenwerking met de plaatselijke gilde van Steenkerke", klinkt het.De oudste leden van de Paradijsvogels hebben allemaal hun verhaal... Daniel Pieters (geboren in 1937) is bijzonder trots op de vlag, die volgens hem de oorspronkelijke is van 1934. "Ik ben lid geweest van mijn 12de tot mijn 17de. Dan ben ik gaan varen. Als IJslandvaarder was ik wekenlang van huis, dus stopte ik met vinkenzetten. Later werd ik opnieuw vinkenier." Daniel Villeirs verklapt: "Ik leerde vinkenzetten van mijn toekomstige schoonvader. Zo hoopte ik zijn dochter aan de haak te slaan." Albert Devinck (78) leerde de 'stiel' van vader op zoon: "Ik ben op jeugdige leeftijd beginnen 'tekenen'. De vinken worden in speciale wedstrijdkooitjes in een lange 'reke' gezet, op 240cm afstand van elkaar. Dan worden een uur lang het aantal slagen van de vink geteld en met krijtstreepjes op een houten telregel 'geturfd'." "Vroeger gingen vinkeniers zelf wilde vinken vangen. In 1972 werd, na protesten van onder meer natuurliefhebbers, de vrije vangst van vinken bij wet verboden en was er een 'vangquotum'. Het definitieve verbod op wildvang, sinds 2002, beschouwen veel vinkeniers als de doodsteek van de sport. Een gekweekte vogel is nooit zo kloek als een wilde en leeft ook niet zo lang, maximum 10 jaar. Maar sinds het vangverbod moet je wel zelf kweken. Vroeger werden vinken weleens blind gemaakt door de oogleden aan elkaar te schroeien. Gelukkig stelde de wet daar uiteindelijk paal en perk aan en werd dit verboden", besluit Albert Devinck.De meningen zijn verdeeld over het voortbestaan van de vinkeniersverenigingen, maar vinkenzetten werd in 2013 als volkssport en ICE erkend en opgenomen in de Inventaris Vlaanderen voor Immaterieel Cultureel Erfgoed, met als doel de traditie voor volgende generaties te bewaren en door te geven.