Damme en de ooievaars, het is een mooie liefde. Het idyllische beeld van de ooievaars, al dan niet al met kleintjes, in hun nesten op het dak van het stadhuis of andere historische gebouwen charmeert de Dammenaars én de vele bezoekers van het Uilenspiegelstadje. Ook natuurgids Manuel De Witte, secretaris van natuur- en erfgoedvereniging De Naturen Blomme, is gebiologeerd door deze vogelsoort. Hij neemt ons mee op pad in Damme, in het spoor van de ooievaars.
...

Damme en de ooievaars, het is een mooie liefde. Het idyllische beeld van de ooievaars, al dan niet al met kleintjes, in hun nesten op het dak van het stadhuis of andere historische gebouwen charmeert de Dammenaars én de vele bezoekers van het Uilenspiegelstadje. Ook natuurgids Manuel De Witte, secretaris van natuur- en erfgoedvereniging De Naturen Blomme, is gebiologeerd door deze vogelsoort. Hij neemt ons mee op pad in Damme, in het spoor van de ooievaars. "De vier ooievaarskoppels van vorig jaar zijn recent opnieuw opgedoken in Damme. Ze nesten of proberen toch te nesten op vier à vijf locaties in en rond het centrum hier", steekt Manuel van wal. "Op het dak van het Sint-Janshospitaal ligt nog het nest van vorig jaar. Daar wordt nu verder aan gebouwd, dat nest wordt dan ook ieder jaar wat hoger. In de stadsboomgaard (naast het kerkhof en achter de voormalige pastorie, red.) zijn er ook al ooievaars actief op de nestpaal die er speciaal werd gezet. Net als op de nestpaal in het reservaat van Natuurpunt, aan de overkant van de Damse Vaart. Op de schoorsteen van het stadhuis zijn ze net als de voorbije jaren ook aan het uitkijken om te nesten maar daar is het nu toch iets minder evident. Enkele jaren terug hebben de ooievaars een nest gemaakt pal op de schoorsteen die dus nog in functie is. Dat nest had toen bijzonder veel bekijks, zeker als de jongen effectief uitkwamen. Maar het had natuurlijk wel als nadeel dat ze in het stadhuis de verwarming niet meer konden aansteken..." Dat heeft ondergetekende overigens zelf kunnen ervaren tijdens een gemeenteraad waarbij de gemeenteraadsleden, het publiek en de pers genoodzaakt waren een extra dikke trui of jas te dragen. "De stadsdiensten hebben dan uiteindelijk toch dat nest weg gehaald toen de ooievaars vertrokken waren. Maar omdat ze hen de kans niet wilden ontnemen om terug te komen nesten werd er een metalen constructie op de schoorstenen geplaatst, waarbij het dus mogelijk was om zowel te nesten als de verwarming aan te steken", gaat Manuel verder. (lees verder onder de foto) "Ik heb echter de indruk dat het voor de ooievaars een stuk moeilijker is om een nest te maken op dat gladde metaal. Ze hebben wel wat 'hechting' nodig. Vorig jaar maakten de ooievaars ook een mooi nest op een van de schoorstenen van Huyse de Groote Sterre, het toeristisch onthaal. Maar doordat de glazen aanbouw achteraan daardoor dermate besmeurd werd met de uitwerpselen van de ooievaars - en dit voor de bezoekers van de toeristische dienst dus geen zicht was - hebben ze op de schoorsteen nu een soort metalen constructie gezet waardoor het onmogelijk wordt om er nog een nest op te bouwen." Manuel De Witte wijst er ook op dat de aanwezigheid van ooievaars in onze streek, relatief bekeken, eigenlijk een eerder recent fenomeen is. "Het laatste nest echt wilde ooievaars dateert uit 1895 in Gistel. Daarna zijn er jarenlang geen ooievaars meer geweest in deze contreien. Dat had veel te maken met de meer intensieve landbouw en de industrialisering. In Oost-Europa kwamen die wel nog voor. Het is pas sinds 1965 dat er de ooievaars terug gekomen zijn en dat is te danken aan Leon Lippens (vader van huidige burgemeester van Knokke-Heist Leopold Lippens, red.) die in zijn natuurpark 't Zwin ooievaars is beginnen uitzetten", vertelt Manu. "Dan zijn ook andere parken, zoals Planckendael, ermee begonnen en zo kreeg de ooievaar stilaan weer zijn plaats terug in de streek. Als we specifiek over Damme praten dan is het een nog recenter fenomeen. In 2008 zijn ze voor het eerst terug komen nesten op het dak van een huisje langs de Damse Vaart. Maar daar zijn geen jongen uit voort gekomen en dat nest werd door de bewoners verwijderd. Dan heeft het geduurd tot 2013 vooraleer er een nest kwam met jongen, in een boom nabij de herberg Sint-Pietershoeve, ook vlakbij de Damse Vaart." (lees verder onder de foto) "Nu zijn de ooievaars er dus terug en naar verwachting beginnen ze echt te broeden eind maart. Misschien nog een leuk weetje: ooievaars zijn een van de weinige vogelsoorten waarvan de eieren zowel door het mannetje als het vrouwtje worden uitgebroed." Of het wijzigende klimaat een impact heeft op het gedrag en de trektochten van de ooievaars, willen we nog van Manuel weten. "In zekere zin wel maar dat is een proces dat erg langzaam gaat en ook al een hele tijd aan de gang is. Toen er nog meer strenge winters waren, zoals in de jaren '60, kwamen ze maar ergens in de loop van de maand maart toe. Nu zijn er nauwelijks nog echt harde winters. Doorheen de jaren is het dus met een drie à vier weken opgeschoven", weet Manuel. (lees verder onder de foto) "Ook opmerkelijk: de ooievaars trekken normaal gezien in het najaar, vanaf september meestal, naar warme oorden omdat ze daar dan meer voedsel vinden. Dat is dan gebruikelijk naar West-Afrika. Maar nu is het vaak al in Spanje warm genoeg en houden ze daar halt. En er zijn nog wijzigingen in het gedrag: zo'n dertig procent van de ooievaars worden standvogels en trekken dus niet meer weg. Dat is ook een gevolg van de zachte temperaturen en van het feit dat er steeds meer mensen zijn die de ooievaars gaan voederen." Het voedingspatroon van de ooievaars is trouwens ook aan het wijzigen. "Gebruikelijk eten ze vaak padden, wormen, kleine zoogdieren zoals muizen en ratten, kleine kuikens, maar ook kevers. Die zijn echter in mindere mate aanwezig. Wat nu recent vaak opduikt, en bijzonder gesmaakt wordt door de ooievaars, zijn Amerikaanse rivierkreeftjes. Dat is inderdaad een exoot, hier toevallig toegekomen, maar het kan een van de redenen zijn waarom de ooievaars zo graag naar Damme komen. En hopelijk blijven ze komen want het zijn bijzonder fascinerende vogels", besluit Manuel.