Dit jaar zijn er dertien bezette ooievaarsnesten geteld in het park. Ongeveer de helft bevindt zich op paalnesten, de overige zijn grote takkenplatforms in bomen. In enkele nesten zijn de jongen te zien en kon vastgeste...

Dit jaar zijn er dertien bezette ooievaarsnesten geteld in het park. Ongeveer de helft bevindt zich op paalnesten, de overige zijn grote takkenplatforms in bomen. In enkele nesten zijn de jongen te zien en kon vastgesteld worden dat ze oud genoeg zijn om te ringen.Om de jongen te ringen werd er gewerkt met een hoogtewerker, op die manier zijn de meeste nesten bereikbaar. De ouders vliegen weg van het nest van zodra de hoogtewerker te dicht komt, maar komen terug zodra de jongen weer op het nest zitten. De jongen werden even uit het nest gehaald om ze te controleren en van een officiële ring te voorzien.Elk jaar probeert het Zwin Natuur Park zoveel mogelijk jongen van een pootring te voorzien. Op de ring staat een uniek nummer dat met behulp van een verrekijker kan worden gelezen. Zo kunnen de Zwin-ooievaars op hun trektocht door vogelliefhebbers worden opgemerkt en herkend. De verzamelde gegevens zijn belangrijk voor het wetenschappelijk onderzoek rond de vogeltrek. De jongen worden ook gewogen en opgemeten. De geringde jongen verkeren allemaal in een blakende gezondheid. (JVM)