Als de zon ondergaat, verlaten ze in kleine groepjes de torenkranen om enkele honderden meter verder hun slaapplaatsen in bomen en struiken op te zoeken en te overnachten.

Dit luchtspektakel herhaalt zich iedere avond, tot een deel van de spreeuwen zal besluiten om te vertrekken naar andere oorden. De spreeuwen die we hier in de zomer zien, zitten in de winter zuidelijker. Onze winterspreeuwen bevinden zich in de zomer noordelijker.

(JT)