Ruim 35 jaar oude verdwijningszaak uit Bredene opgelost dankzij nieuwe technieken: minister wil sneller vermisten vinden

Een ministeriële richtlijn moet ervoor zorgen dat verdwijningszaken nog sneller opgelost worden. © BELGA
Redactie KW

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open VLD) wil een versnelling hoger schakelen wat betreft het oplossen van onrustwekkende verdwijningen. Met onder meer de operatie ‘Kerkhof’ die hiertoe werd opgezet en in onze provincie startte, konden zaken uit Bredene en Oostende van jaren geleden worden opgelost door gebruik van nieuwe technieken.

Onze provincie kreeg de primeur wat betreft de operatie ‘Kerkhof’. De Cel Vermiste Personen startte deze in 2021 op onder leiding de parketten en in samenwerking met het Disaster Victim Identification Team en de Civiele Bescherming. Hierbij worden systematisch niet-geïdentificeerde lichamen opgegraven met het oog op het afnemen van een DNA-staal.

De actie startte in West-Vlaanderen met 35 opgravingen. De stalen werden toegevoegd aan de DNA-databanken van het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC). Op die manier is het mogelijk om bepaalde vermisten via het DNA van hun aanverwanten te koppelen aan DNA van opgegraven stoffelijke overschotten. Het hoofddoel is uitsluitsel over het lot van de vermiste te geven aan familieleden en nabestaanden.

Digitaal tijdperk

In 2 gevallen hebben de opgravingen geleid tot een positieve identificatie. Zo is in Oostende in 2006 een onderlichaam gevonden waarvan nu blijkt dat het om een Tsjetsjeense man gaat die in 2005 vermist raakte.

In 1986 werd op het strand in Bredene een vrouwenlichaam gevonden waarvan de Cel Vermiste Personen nu vaststelde dat het om een Nederlandse dame ging. De voorbereiding voor verdere stappen in operatie ‘Kerkhof’ wordt op dit moment aangevat met 9 dossiers voor het arrondissement Leuven en 8 dossiers voor de provincie Limburg.

Mensen die met een vermist familielid te maken krijgen, maken verschrikkelijke momenten van onzekerheid en gemis door

Het kadert allemaal in de wil om in het digitaal tijdperk sneller verdwijningszaken op te lossen. Afgelopen donderdag nog lanceerde minister van Justitie Vincent Van Quickenborne in samenwerking met het College van Procureurs-Generaal en alle andere actoren een nieuwe ministeriële richtlijn.

Sociale media

Die geeft een gedetailleerde beschrijving weer van de taken die uitgevoerd moeten worden bij elke verdwijning, evenals in het geval van meer specifieke verdwijningen zoals die van minderjarigen, ouderen, geïnterneerden, Belgen in het buitenland en bij internationale kinderontvoering door ouders. De vorige richtlijn dateerde van 2002.

Sindsdien is onze maatschappij echter aan een razendsnel tempo veranderd en gedigitaliseerd. De omzendbrief is nu beter afgestemd op het digitaal tijdperk met bijvoorbeeld richtlijnen rond open bronnenonderzoek via sociale media.

In 2021 waren er 863 onrustwekkende verdwijningen in ons land. Daarvan raakte 93,6 procent opgelost en werden 680 vermisten levend teruggevonden.

Doortastend

“Mensen die met een vermist familielid te maken krijgen, maken verschrikkelijke momenten van onzekerheid en gemis door”, zei de minister die op de Internationale Dag van de Vermiste Kinderen de mensen van de Cel Vermiste Personen wou bedanken voor hun dagelijkse inzet om families opnieuw te herenigen, net zoals alle andere actoren die meezoeken naar vermiste medeburgers en kinderen. “Bij de overstromingen in Wallonië en operatie ‘Kerkhof’ hebben we nog maar eens gezien hoe doortastend ze te werk gaan.”

Alain Remue, diensthoofd Cel Vermiste Personen: “Bij verdwijningen zijn er niet echt trends, want elke verdwijning is anders. Maar het gaat altijd om iemand die gemist wordt. Daarom doen we ons uiterst best om een vermiste zo snel mogelijk terug te vinden. We werken systematisch verder, met veel partners en op veel fronten, af en toe in de spotlights, vaak in de schaduw. Het is soms een werk van lange adem, maar met resultaat.”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier