Veerle (50) werd geboren in Langemark en is getrouwd met Didier Platteeuw (51). Ze zijn de ouders van Julie (26) die boekhoudster is, Gilles (23) is verpleger en Charlotte (18) volgt het zevende jaar zorg aan het Instituut Immaculata in Ieper. "Als kind droomde ik ervan om ooit een eigen winkel te beginnen", vertelt Veerle. "Mijn favoriete spelletje was 'winkeltje spelen'. Ik volgde de studierichting Kleding en mijn droom was om een naaiboetiekje te beginnen. Ik heb zelfs verschillende locaties gezocht om toch maar een dergelijke winkel te kunnen beginnen, maar in elk dorp was er al één. Toen ik Didier leerde kennen, wist ik helemaal niet wat ze bij hem thuis deden. Zijn moeder bleek een voedingswinkel in de Maaldestedestraat in Zillebeke te hebben. Toen we trouwden, ...

Veerle (50) werd geboren in Langemark en is getrouwd met Didier Platteeuw (51). Ze zijn de ouders van Julie (26) die boekhoudster is, Gilles (23) is verpleger en Charlotte (18) volgt het zevende jaar zorg aan het Instituut Immaculata in Ieper. "Als kind droomde ik ervan om ooit een eigen winkel te beginnen", vertelt Veerle. "Mijn favoriete spelletje was 'winkeltje spelen'. Ik volgde de studierichting Kleding en mijn droom was om een naaiboetiekje te beginnen. Ik heb zelfs verschillende locaties gezocht om toch maar een dergelijke winkel te kunnen beginnen, maar in elk dorp was er al één. Toen ik Didier leerde kennen, wist ik helemaal niet wat ze bij hem thuis deden. Zijn moeder bleek een voedingswinkel in de Maaldestedestraat in Zillebeke te hebben. Toen we trouwden, kwam mijn droom uit en was de keuze niet meer moeilijk: ik kon in een winkel terecht. Rechtover die winkel hebben we ons huis gebouwd en heb ik de voedingswinkel van mijn schoonouders ondergebracht. 25 jaar geleden was het van nul beginnen, maar het grootste deel van het cliënteel bleef." "Wie een dorpswinkel start, weet dat de concurrentie met de warenhuizen enorm groot is", vervolgt Veerle. "Het is vechten voor ons deel en we kunnen weinig meer dan ons best doen. In een dorpswinkel moet je een beetje schappelijk blijven met de prijzen van wat je allemaal verkoopt. Het is natuurlijk onmogelijk om te concurreren met de grootwarenhuizen.""Als ik de reclameblaadjes bekijk, stel ik vast dat sommige producten er goedkoper verkocht worden dan dat ik ze kan inkopen. Wat in warenhuizen per paletten wordt ingekocht, koop je in een dorpswinkel per doos in. Dat prijsverschil kan je niet ontkennen en dat weten de klanten ook. Het is ook een beetje kijken welke producten je in het assortiment opneemt. Sommigen worden enkel in particuliere winkels geleverd, zoals producten van bijvoorbeeld De Biekorf en Bako Koffie.""Ik wil de klanten kunnen aanbieden wat ze vragen", vervolgt Veerle. "In de winkel moet niet liggen wat ik wil verkopen, maar wel dat wat de klanten vragen. De kunst bestaat erin om te luisteren naar je klanten. Na 25 jaar weet ik perfect wat de mensen echt willen. Voor mij is het eender welk merk koeken hier liggen, als het maar die zijn waar de mensen naar vragen. Toen ik 25 jaar geleden mijn winkel begon, stond ik voor 200 procent achter mijn keuze, en dat is nog steeds zo. Uiteraard moet je als winkelier heel wat uren kloppen. Tijdens de week is de winkel van 's morgens 8 uur doorlopend open tot 18.30 uur. De zaterdag is de winkel tot 18 uur open en de zondag van 16 tot 18.30 uur. Elke week zijn dat heel veel uren, maar het scheelt omdat we hier zelf wonen. Woensdag is sluitingsdag en hebben we tijd voor ons gezin en me-time.""Als zaakvoerder van een dorpswinkel heb ik een hechte band met mijn klanten", weet Veerle. "Dat sociaal contact is ook een belangrijke functie van een dorpswinkel. Sommige klanten zijn vrienden geworden. In een grootwarenhuis passeer je aan de kassa, je betaalt de rekening en je bent weg. Veel meer woorden worden er niet gewisseld. In een dorpswinkel rolt er wel altijd wat over de toonbank. Voor heel wat mensen is dat sociaal contact belangrijk en het is wederkerig. In Zillebeke verdwijnen de winkels. Er is geen bakkerij en zelfs geen enkel café meer. Nu zou ik niet meer beginnen, maar ik ben wel blij dat ik 25 jaar geleden die stap heb gezet. Ik doe het nog altijd met veel plezier en zal tevreden zijn als ik het nog 15 jaar kan volhouden, maar ik ben daar realistisch in. Dat hangt voor een groot deel van de gezondheid af en ook van de klanten. De dorpskernvernieuwing heeft hier bijna twee jaar geduurd en nu zitten we geplaagd met corona. Dankzij de klanten die blijven komen, kan ik volhouden. Waren ze niet meer gekomen, dan had ik mijn deur moeten sluiten", besluit Veerle. (EG)