Van een man van vertrouwen naar een huis van vertrouwen

©AndreyPopov Getty Images/iStockphoto
©AndreyPopov Getty Images/iStockphoto
Jan Gheysen
Jan Gheysen Opiniërend hoofdredacteur

Heel wat West-Vlaamse huisartsen blijven aan de slag als ze de pensioenleeftijd hebben bereikt. Uit liefde voor hun vak en uit zorg voor hun patiënten. Toch vermoeden wij dat zij de laatste generatie artsen vormen die zo samenvallen met hun artsenpraktijk.

Het kon dienen als een decor voor een oude Franse film: een statig herenhuis, een wachtzaal met de houten lambrisering, de zware zitbanken die vastzaten aan de muur, het opstapje naar het kabinet, dat veel te klein was en ook nog eens volgestouwd stond met dossierkasten en allerhande medisch materiaal. Een secretaresse of assistente waren er niet, er was hoogstens en per uitzondering madame van den doktoor die de telefoon opnam als meneer doktoor er niet was.

Mijn eerste huisarts kon zijn job nog perfect combineren met het burgemeesterschap. Hij dwong op natuurlijke wijze ontzag af en de diagnose die hij vaststelde, voelde altijd wel aan als een soort verdict dat hij over je uitsprak. Hij is er niet meer en intussen is zijn opvolger ook al met pensioen.

Ik ben aan mijn derde huisarts toe, een jonge vrouw die samen met een vrouwelijke collega een dokterspraktijk runt. Het is anders, zij kent mij ongetwijfeld minder goed dan haar twee voorgangers, bij wie ik zeker telkens ruim een kwarteeuw patiënt aan huis was. En toch stap ik nu vlotter bij de huisarts binnen dan vroeger. Op de een of andere manier is het makkelijker praten met de huidige generatie artsen dan met hun voorgangers. We struikelen niet meer over drempels, vind ik en dat is maar goed ook.

Het siert natuurlijk de huisartsen dat ze uit respect voor hun patiënten en uit liefde voor hun vak dat ze misschien meer als een roeping ervaren dan de huidige dokters tot op hoge leeftijd actief blijven. Maar de evolutie van een man van vertrouwen naar een huis, of beter een centrum van vertrouwen, is onomkeerbaar. Onze huisartsenpraktijken evolueren naar een soort all-incentra voor eerste hulp , waar we niet alleen de artsen vinden, maar ook een diëtist, een psycholoog en misschien nog andere paramedische diensten.

Zulke lokale centra kunnen in de toekomst verhinderen dat we de spoeddiensten van onze ziekenhuizen onnodig overbelasten en dat wij op die manier de waardering voor huisartsen en eerstelijnsgeneeskunde weer opvijzelen. Het kan haast niet anders, maar de hele coronacrisis zal onze gezondheidszorg in de toekomst beïnvloeden.

Het zal anders zijn dan voorheen, maar ik durf hopen dat ‘anders’ ook ‘nog beter’ kan betekenen en daarin zullen de lokale groepspraktijken zeker een belangrijke rol spelen.

Reageren? Mail naar jan.gheysen@kw.be

Zeg et ne keer

Waar heb je een fout gezien of heb je zelf een suggestie? Laat het ons dan weten.