Velen hebben er ooit wel eentje gehad: een poëziealbum, een boekje dat je aan vrienden gaf met de vraag er een tekening in te maken of een boodschap in te schrijven. Vriendenboekjes waren erg populair in het begin van de 20ste eeuw en zijn dat ook later nog vele tientallen jaren gebleven. Maar een dergelijk poëzieboekje waarin enkele van de bekendste kunstenaars van het land hebben getekend, dat is toch wel iets heel bijzonders. Vooral omdat tot voor kort niemand wist van het bestaan ervan.
...

Velen hebben er ooit wel eentje gehad: een poëziealbum, een boekje dat je aan vrienden gaf met de vraag er een tekening in te maken of een boodschap in te schrijven. Vriendenboekjes waren erg populair in het begin van de 20ste eeuw en zijn dat ook later nog vele tientallen jaren gebleven. Maar een dergelijk poëzieboekje waarin enkele van de bekendste kunstenaars van het land hebben getekend, dat is toch wel iets heel bijzonders. Vooral omdat tot voor kort niemand wist van het bestaan ervan."Hoe we dit boekje op het spoor kwamen? Zoals het altijd gebeurt", vertelt Henri Godts, expert bij het Brusselse veilinghuis. "Mensen maken hun kasten leeg en vinden het oude boekje van grootmoeder terug. Op een mooie dag stond hier een nakomelinge van Elsa Steyns aan de deur met dat poëziealbum. Ze vroeg me wat ik ervan vond. Ik begon erin te bladeren en merkte een tekening in kleurpotlood op van James Ensor en een grisaille - een grijze pentekening - van Leon Spilliaert."Het vriendenboekje telt 130 pagina's, waarvan sommige leeg gebleven zijn. Op vele pagina's staan boodschappen van vrienden en kennissen van Elsa, maar het boekje bevat ook 18 tekeningen en aquarellen. Ensor en Spilliaert zijn de absolute blikvangers, maar het boekje bevat ook werk van onder meer Ludovic Janssens, Oscar Coddron, Marcel de Lincé, André Comhaire, Jean Müller en Alfred Defize. Opvallend is het portrait de jeune fille uit 1918 van de hand van Désiré Steyns, de echtgenoot van Elsa. Dit zou vermoedelijk een portret van Elsa zelf zijn, maar dat is niet zeker. Elsa Steyns werd in 1895 in Gent geboren als Elsa De Cavel. Op 28 mei 1914 stapte ze in het huwelijksbootje met Désiré Steyns, ook een Gentenaar, geboren in 1879 en dus 16 jaar ouder dan Elsa. Voor hem was het een tweede huwelijk, want hij was in 1904 al eens getrouwd met Juliana Ramont. We weten niet of Juliana overleed of het koppel uit elkaar ging. Enkele weken na het huwelijk van Elsa en Désiré vielen de Duitsers ons land binnen en verhuisden ze naar Oostende. Désiré ging er aan de slag als leraar Latijn aan het athe-neum. Elsa wou zangeres worden. In 1924-1925 was ze eindlaureaat in de categorie zang aan het conservatorium van Oostende. Tussen beide wereldoorlogen raakt Désiré meer en meer betrokken bij het culturele leven van de Koningin der Badsteden. In 1928 staat hij samen met onder meer Henri Storck aan de wieg van de Club du Cinéma, een filmclub waar regelmatig avant-gardefilms worden gedraaid. Hij wordt voorzitter van de plaatselijke Willemsfondsafdeling en artistiek directeur van het Kursaal. Uit kranten van die tijd blijkt dat Elsa er enkele keren optreedt. In de jaren dertig duikt Elsa regelmatig op als zangeres bij festiviteiten. Soms blijkt ze dat 'belangloos' te doen of haar 'welwillende medewerking' te verlenen. Wellicht via haar optredens raakt het koppel in contact met James Ensor en Leon Spilliaert. Ensor maakte in 1933 een portret van Elsa in pastel, signeert voor haar een exemplaar van zijn ets La cathédrale en schenkt haar in 1939 zijn beschilderde schilderspalet, weer voorzien van een boodschap aan haar.Na 1941, het jaar waarin de laatste boodschappen in het vriendenboekje komen, verdwijnen Elsa en Désiré zowat uit beeld. Feit is dat het Kursaal vernietigd werd door de Duitsers en er in 1943 een grote bunker in de plaats kwam. "Een vriendenboekje is iets wat je meestal op jeugdige leeftijd hebt, maar later mee stopt", zegt Henri Godts daarover. Toch valt op dat Elsa Steyns haar poëziealbum liet circuleren van haar 13de tot haar 36ste en daarna niet meer. Ook in de kranten duikt ze niet meer op.De Oostendse Ensorexpert Xavier Tricot schat het belang van het poëziealbum op artistiek vlak niet zo hoog in. "Die boekjes werden meegesleurd naar schrijvers en schilders, dat was een traditie in die tijd. Jonge meisjes, getrouwde madamtjes... gingen als het ware op bedevaart naar de grand maître. Als ze hem vroegen iets in hun poëziealbum te tekenen, ging Ensor daar met veel plezier op in. Hij was ook bezeten door muziek en ging graag naar muziekoptredens in het casino. Dan ontmoette hij muzikanten, orkestleiders, zangeressen... Meer moet je daar niet achter zoeken. En de tekening zelf? Het spel met woorden zien we wel meer bij hem. Dat is typisch voor Ensor. Maar een topwerk is dit niet."